Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135513 nr. 10

35 513 Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen

Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID BROMET

Ontvangen 25 mei 2021

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel C, komen het zevende en achtste lid te luiden:

  • 7. Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden.

  • 8. De in het zevende lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover in de regeling niet anders is bepaald.

Toelichting

Regelmatig worden taken van provincies, gemeenten en waterschappen ondergebracht bij gemeenschappelijke regelingen. De taken die de gemeenschappelijke regelingen uitvoeren raken met enige regelmaat de directe belangen van inwoners van de betrokken overheden. Waar inwoners bij bijvoorbeeld hun gemeenteraad vaak laagdrempelig een petitie kunnen aanbieden of kunnen inspreken bij een commissie- en/of raadsvergadering, is een vorm van burgerparticipatie bij veel gemeenschappelijke regelingen niet geregeld. Indiener is van mening dat inwoners ook bij gemeenschappelijke regelingen in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun mening over beleid of de uitvoering daarvan op een eenduidige wijze kenbaar te kunnen maken. Door dit expliciet in de wet vast te leggen wordt geborgd dat ook in het zogenoemde verlengd lokaal bestuur de burgerparticipatie een vaste plek krijgt.

Bromet