35 508 Conferentie over de Toekomst van Europa

J BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR EUROPESE ZAKEN

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Den Haag, 16 juli 2021

De vaste commissie voor Europese Zaken heeft op 26 april 2021 aan uw ambtsvoorganger een brief gestuurd inzake de uitvoering van de motie van het lid Koole c.s. (35 403, G). In deze brief verzocht de commissie om een reactie vóór 1 juni 2021 met het oog het gevraagde in de motie Koole c.s., namelijk om vóór 1 juli 2021 een uitgewerkt voorstel voor te leggen voor een levendige, goed geïnformeerde publieksdiscussie over (de voornemens van) de Europese Unie en de inbreng en ambitie van Nederland daarbij. Beide data zijn inmiddels verstreken.

De commissie heeft kennisgenomen van de brief van de regering van 21 april 20211 en van de geannoteerd agenda2 van de informele Raad Algemene Zaken van 22 en 23 juli a.s. waarin in het kader van de Conferentie over de Toekomst van Europa sprake is van een selectieprocedure voor een extern bureau ter uitvoering van de burgerconsultaties, om de wensen en verwachtingen van Nederlanders ten aanzien van de EU in beeld te brengen. De commissie herhaalt, zoals zij dat ook in haar eerdere brieven ter uitvoering van de motie-Koole heeft benadrukt, dat de motie-Koole niet doelt op de burgerconsultaties die uit de Conferentie voortvloeien. Het betreft publieksdiscussie over (de voornemens van) de Europese Unie en de inbreng en ambitie van Nederland daarbij, die voorafgaand aan deze burgerconsultaties zouden moeten plaatsvinden, zodat de bevolking goed op de hoogte is van de huidige Europese actualiteit voor zij aan de burgerconsultaties deelneemt.

Bij deze dringt de commissie nogmaals aan op de onmiddellijke uitvoering van de door de Kamer aanvaarde motie-Koole en verzoekt zij u om een reactie op haar eerdere brief van 26 april jl. en op hetgeen in de motie aan de regering wordt gevraagd.

Zij ontvangt uw inhoudelijke reactie graag uiterlijk 7 september 2021. Zij overweegt tevens een mondeling overleg ter zake, maar wacht de beantwoording van deze brief af alvorens hierover te besluiten.

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Oomen-Ruijten


X Noot
1

Kamerstukken I, 2020–2021, 35 508, E.

X Noot
2

Kamerstukken I, 2020–2021, 21 501-02, DE.

Naar boven