35 501 Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en enige andere wetten met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen, het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenstverklaring en het verhogen van het strafmaximum van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring)

Nr. 30 AMENDEMENT VAN HET LID ELLIAN

Ontvangen 21 mei 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel 0Cg, wordt na onderdeel 1 een onderdeel ingevoegd, luidende:

1a. In het eerste lid (nieuw), onderdeel b, wordt «twaalf uur» vervangen door «vijftien uur».

Toelichting

Volgens de memorie van toelichting introduceert de wet een verblijfsregime vanwege het beginsel van minimale beperkingen voor een vreemdeling. Dit beginsel zoals omschreven door de regering vloeit echter niet voort uit enige rechtsbron. Het HvjEU heeft In het arrest Landkreis Gifhorn (2022) overwogen dat de inrichting van het regime duidelijk moet verschillen van strafrechtelijke detentie. In het arrest wordt niet letterlijk overwogen dat beperkingen niet verder mogen gaan dan strikt noodzakelijk, dit is een normatieve interpretatie van diverse rechtsoverwegingen van het arrest. Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen dat het HvJ een uitleg geeft van artikel 16 Terugkeerrichtlijn, waarin als zodanig geen beginsel van minimale beperkingen is geformuleerd. Bovendien is aan dit beginsel geen handen en voeten gegeven door het HvJEU of de nationale rechter. Daarenboven geldt artikel 16 Terugkeerrichtlijn binnenkort niet meer en wordt onder het aanstaande EU-migratiepact en de aanstaande Terugkeerverordening de mogelijkheden tot sobere detentie aanzienlijk verruimd.

De kern voor indiener is dat een verblijfsregime zoals nu geformuleerd in de wet te ruim geformuleerd is, tot veiligheidsrisico’s leidt en tot grote werkdruk leidt voor DJI. Indiener begrijpt dat het regime voor vreemdelingenbewaring moet verschillen van een strafrechtelijk regime en aan dit uitgangspunt moet ook recht worden gedaan. De wijze waarop het verblijfsregime nu wordt ingericht is echter een regime van maximale vrijheid. Het voorgestelde artikel 22 bepaalt dat de vreemdeling zich feitelijk vrij in de inrichting mag begeven en zelf zijn dagindeling mag bepalen. Uit de toelichting op dit voorgestelde wetsartikel blijkt dat: Kenmerkend voor het verblijfsregime is dat een vreemdeling meer autonomie ervaart in zijn bewegingsvrijheid en dagbesteding. Dit betekent onder meer dat men zich vrijelijk mag bewegen binnen de inrichting op daartoe door de directeur aangewezen plaatsen. Verder is men niet gehouden in de gesloten verblijfsruimten te blijven gedurende de dag. De vreemdeling zal in het verblijfsregime slechts tijdens de voor de nachtrust bestemde uren worden ingesloten en twee maal overdag een blokuur. Het maximum aantal insluitingsuren is twaalf uur per etmaal.

Uit de toelichting op artikel 23 blijkt dat: «In het verblijfsregime zullen vreemdelingen zoveel mogelijk uren in de week toegang tot dagbesteding hebben. De dagbesteding in de inrichting voor vreemdelingenbewaring omvat een waaier aan activiteiten. De inrichtingen voor vreemdelingenbewaring bieden ten eerste een activiteitenprogramma aan. Zo kunnen ingeslotenen bijvoorbeeld sporten onder leiding van een instructeur, de bibliotheek bezoeken, gesprekken voeren met een geestelijk verzorger, bezoek ontvangen, zelf via de computer educatieve activiteiten ondernemen, deelnemen aan ontspanningsactiviteiten of aan creatieve of sociaal-culturele activiteiten onder leiding van een activiteitenbegeleider. Dat de vreemdeling in het verblijfsregime behoudens de voor de nachtrust bestemde uren niet meer wordt ingeslotenen betekent ten tweede meer keuzevrijheid en flexibiliteit bij het verder zelf invullen van de dagbesteding».

In het licht van het waarborgen van de orde en veiligheid in een detentiefaciliteit is het niet een handhaafbaar uitgangspunt om vreemdelingen deze vrijheid te geven. Geen enkele detentiefaciliteit in Nederland wordt op deze manier gedraaid. Een duidelijk omlijnd regime is het fundament van de veiligheid en orde in een detentiefaciliteit. De wet stelt echter een regime van maximale vrijheid voor en indiener acht dat onverstandig, ongewenst, risicovol en onuitvoerbaar.

Wat indiener betreft moet daarom het voorgestelde artikel 22 van de wet gewijzigd worden dat de ingeslotene zich niet vrijelijk door de gehele inrichting mag begeven. In ieder geval moet dit volgens indiener geëxpliciteerd worden omdat de wet in combinatie met de memorie van toelichting op dit punt verwarring oproept. Daar komt bij dat het niet uitvoerbaar is alleen voor de nachtelijke uren in te sluiten. In een strafrechtelijk regime worden gedetineerden in de regel om 17:00 uur al ingesloten. Indiener stelt daarom voor om het maximaal aantal uren van insluiting te verruimen tot 15 uur. Met dit amendement wordt dus verankerd dat eerder op de avond insluiting mogelijk is. Dit komt de orde, regelmaat en veiligheid van de detentiefaciliteit ten goede. De druk op het personeel van DJI is immens en zeker bij vreemdelingenbewaring vanwege het vrije kararter ten op zichte van een strafrechtelijke regime. Insluiting met een maximum van 12 uur is simpelweg niet uitvoerbaar op lange termijn. Daarmee bestaat nog steeds een duidelijke afwijking ten op zichte van het strafrechtelijke regime, zeker indien in ogenschouw wordt genomen het verschil in vrijheden die vreemdelingen in bewaring hebben ten opzichte van gedetineerden in het strafrecht. Het aantal ingesloten uren is daarin niet leidend volgens indiener, maar de totale wijze waarop het regime is ingericht.

Ellian

Naar boven