35 501 Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en enige andere wetten met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen, het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenstverklaring en het verhogen van het strafmaximum van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring)

Nr. 26 AMENDEMENT VAN HET LID VAN BAARLE

Ontvangen 21 mei 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel 0Cg, onder 2, wordt in het voorgestelde tweede lid «twee maanden» telkens vervangen door «een maand».

II

In artikel I, onderdeel 0Cl, wordt in het voorgestelde vierde lid «twee maanden» telkens vervangen door «een maand».

III

In artikel I, onderdeel C, onder 4 wordt in het voorgestelde tweede lid «twee maanden» telkens vervangen door «een maand».

Toelichting

Dit amendement verkort de maximale duur van de ministeriële regeling als ook de maximale verlengingstermijn van twee maanden naar één maand. De regeling maakt vergaande beperkingen van bewegingsvrijheid en dagbesteding mogelijk binnen een bestuursrechtelijk regime. Dergelijke maatregelen dienen daarom strikt tijdelijk te zijn. Het amendement beoogt te voorkomen dat uitzonderlijke maatregelen een structureel karakter krijgen en sluit aan bij het uitgangspunt dat vrijheidsbeperkingen binnen vreemdelingenbewaring zo beperkt mogelijk dienen te zijn.

Van Baarle

Naar boven