35 501 Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en enige andere wetten met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen, het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenstverklaring en het verhogen van het strafmaximum van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring)

Nr. 17 AMENDEMENT VAN DE LEDEN CEULEMANS EN BOOMSMA

Ontvangen 20 mei 2026

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel E, komt onderdeel 4 te luiden:

4. Onderdeel H komt te luiden:

H

Aan artikel 56, eerste lid, wordt een slotzin toegevoegd, luidende:

De regels hebben in ieder geval betrekking op de vormen van vrijheidsbeperkende maatregelen die kunnen worden ingezet, waaronder in ieder geval begrepen de inzet van elektronisch toezicht.

Toelichting

Op grond van artikel 56, eerste lid, Vw 2000 kan aan een vreemdeling een vrijheidsbeperkende maatregel worden opgelegd, zoals een gebiedsgebod of een meldplicht. De wet machtigt de regering reeds om bij AMvB nadere regels te stellen over de toepassing van die maatregelen. Dit amendement verduidelijkt dat die AMvB-grondslag ook betrekking heeft op de vormen van vrijheidsbeperkende maatregelen die kunnen worden ingezet, en dat elektronisch toezicht daar uitdrukkelijk onder valt. De concrete uitwerking, waaronder de technische specificaties, de doelgroepen, de duur en de privacywaarborgen, wordt in die AMvB geregeld, binnen de kaders die de Europese regelgeving daarvoor stelt. Elektronisch toezicht kan worden ingezet voor iedere vreemdeling ten aanzien van wie een vrijheidsbeperkende maatregel juridisch is toegestaan, waaronder vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, vreemdelingen bij wie een onderduikrisico is vastgesteld, en uitgeprocedeerde asielzoekers van wie de vertrekplicht vaststaat maar voor wie bewaring op het betreffende moment niet is opgelegd of niet opportuun is. Hierin wordt middels AMvB de nadere voorwaarden en afbakening vastgesteld.

Het Nederlandse handhavingsinstrumentarium voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf kent thans een lacune. Tussen de lichtste maatregel; een administratieve meldplicht of gebiedsgebod, en de zwaarste maatregel; vreemdelingenbewaring, bestaat geen tussenliggend instrument dat fysiek toezicht houdt op de locatie van de vreemdeling. Een meldplicht biedt onvoldoende waarborg: een vreemdeling die niet verschijnt is reeds vertrokken voordat handhaving kan plaatsvinden. Vreemdelingenbewaring is en blijft het enige effectieve middel om te garanderen dat een vreemdeling beschikbaar is voor vertrek. Elektronisch toezicht vult de huidige leemte in het handhavingsinstrumentarium: het biedt een vorm van doorlopend toezicht die structureel non-compliant gedrag vroegtijdig signaleert en daarmee tijdig inbewaringstelling mogelijk maakt, nog voordat de vreemdeling zich volledig aan het toezicht heeft onttrokken.

De Europese regelgeving biedt voor dit instrument een uitdrukkelijke grondslag. Artikel 9, eerste lid, van de herschikte Opvangrichtlijn (EU 2024/1346) noemt het gebruik van elektronische controlemiddelen expliciet als toegestane modaliteit van een vrijheidsbeperkende maatregel. Artikel 7, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) verplicht lidstaten bij onderduikrisico gebruik te maken van minder dwingende alternatieven voor bewaring alvorens tot inbewaringstelling over te gaan. Nederland beschikt momenteel niet over een wettelijke grondslag om elektronisch toezicht in het vreemdelingenrechtelijke domein in te zetten. Dit amendement heft dat gebrek op en geeft de regering de wettelijke basis om de uitwerking voortvarend ter hand te nemen door middel van een algemene maatregel van bestuur.

De directeur behoudt te allen tijde de bevoegdheid om bij niet-naleving van de elektronische maatregel onmiddellijk een bewaringsmaatregel op te leggen, waarmee de handhavingsketen sluitend wordt gemaakt.

Ceulemans Boomsma

Naar boven