Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035490 nr. 3

35 490 Wijziging van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2020 (eerste incidentele suppletoire begroting inzake beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer)

Nr. 3 MOTIE VAN HET LID KRÖGER

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 30 juni 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met 960 miljoen reizigers per jaar ons ov van onmisbare economische en sociale waarde is voor ons land;

overwegende dat de coronacrisis ons reisgedrag mogelijk langer beïnvloedt dan slechts tot het eind van dit jaar en dat ov-aanbieders daarom gedwongen zijn om plannen voor afschaling van hun dienstverlening maken, in plaats van de gewenste en op termijn noodzakelijke opschaling;

overwegende dat ov-bedrijven ondanks de beschikbaarheidsvergoeding hebben moeten interen op hun reserves en investeringsprogramma's;

verzoekt de regering, om samen met de ov-bedrijven en de concessieverleners te onderzoeken hoe de capaciteit, dienstverlening en investeringen voor de middellange termijn overeind kunnen blijven en wat hiervoor aan overheidsbijdrage nodig is, hiervoor een gezamenlijk plan op te stellen en de Kamer voor Prinsjesdag te informeren over de uitkomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kröger