Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2019-2020 | 35466 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2019-2020 | 35466 nr. C |
Ontvangen 6 juli 2020
Vraag 1 en 2
Om ondernemers tegemoet te komen, heeft het kabinet besloten om betaalverzuimboetes tijdelijk op te schorten. Dat geeft bij de aan het woord zijnde leden aanleiding tot de volgende vraag. Wordt er op een manier getoetst of een ondernemer door de coronamaatregelen de belastingen niet betaald of geldt het opschorten van de boetes voor alle ondernemers, ongeacht de situatie?
De leden van de PvdA-fractie menen dat deze maatregel niet mag worden misbruikt door ondernemers die om een niet legitieme reden weigeren belasting te betalen, zeker door bedrijven die ondanks de maatregelen nog gewoon een ruime winstmarge hebben. Is het kabinet dit met hen eens? Zo ja, op welke wijze wordt dit voorkomen?
Antwoord op vraag 1 en 2
Het proces voor het aanvragen van uitstel van belastingbetaling in de coronacrisis is voor de aangiftebelastingen, zoals btw en loonheffingen, als volgt. De ondernemer doet aangifte maar draagt op dat moment nog niet direct belasting af. Op dat moment is het nog niet mogelijk uitstel van betaling aan te vragen. Nadat de ondernemer een naheffingsaanslag heeft ontvangen, kan hij uitstel van betaling aanvragen. Ondernemers krijgen op het eerste verzoek direct drie maanden uitstel van betaling. Ondernemers kunnen langer dan drie maanden uitstel van betaling krijgen indien zij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoen. Zo moeten zij aan hun aangifteverplichtingen voldoen en moeten zij aannemelijk maken dat ze door de coronacrisis in betalingsproblemen zijn gekomen. Voor uitstel langer dan drie maanden gelden gaat bovendien de eis gelden dat de ondernemer verklaart geen dividenden en bonussen te zullen uitkeren, of eigen aandelen te zullen inkopen. Als de totale belastingschuld ten tijde van ontvangst van het eerste verzoek om uitstel € 20.000 of meer bedraagt, is een verklaring van een derde-deskundige vereist. Er wordt geen uitstel van betaling verleend en verleend uitstel van betaling wordt ingetrokken als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten.
Voor de betalingsverzuimboetes die bij de naheffingsaanslagen worden opgelegd, geldt het volgende. Bij het opleggen van naheffingsaanslagen voor de btw wordt ook automatisch een betalingsverzuimboete opgelegd. Voor de btw bleek het systeemtechnisch niet mogelijk het opleggen van betalingsverzuimboetes te voorkomen. Nadat een ondernemer uitstel van betaling heeft gevraagd, zorgt de Belastingdienst ervoor dat deze boete wordt vernietigd. De ondernemer ontvangt bericht dat de boete is vernietigd en hoeft zelf niets te doen. Vernietiging van boetes vindt dus alleen plaats als ondernemers uitstel van betaling aanvragen.
Bij het opleggen van naheffingsaanslagen voor de loonheffingen legt de Belastingdienst geen betalingsverzuimboetes op. Dat betekent dat ook ondernemers die geen uitstel van betaling aanvragen, geen boete krijgen. De reden hiervoor is dat het niet mogelijk is gebleken deze boetes voor de loonheffingen in een geautomatiseerd proces te vernietigen. Gegeven de grote aantallen is handmatige vernietiging van opgelegde boetes geen optie.
Betalingsverzuimboetes worden dus niet opgelegd dan wel worden vernietigd zolang bijzonder uitstel wordt genoten, ongeacht of de coronacrisis de directe oorzaak is van het betalingsverzuim. Daarnaast ziet de Belastingdienst bij betalingsverzuim met betrekking tot de loonheffing in alle gevallen af van het opleggen van een boete, ook als er geen uitstel van betaling is aangevraagd.
Vraag 3
De voorliggende maatregelen zijn ook voordelig voor ondernemers die het nog wel goed hebben en leiden tot het potentiële risico van een oplopende staatsschuld die uiteindelijk mede zal worden verhaald op de burger. Is het kabinet het met de leden van de PvdA-fractie eens dat dit onwenselijk is? Zo ja, welke voornemens heeft het kabinet om dit te voorkomen?
Antwoord op vraag 3
De leden van de fractie van de PvdA vragen of het niet onwenselijk is dat de voorliggende maatregelen ook voordelig kunnen zijn voor ondernemers die het nog wel goed hebben, terwijl de potentieel oplopende staatsschuld verhaald zal gaan worden op de burger. Tevens vragen deze leden welke voornemens het kabinet heeft om dit te voorkomen. De COVID-19-crisis treft ondernemers hard. Het kabinet heeft daarom verschillende maatregelen getroffen met als doel ondernemingen te ondersteunen die door de coronacrisis geraakt zijn. Dat geldt allereerst voor de tijdelijke bijzondere uitstelregeling. Deze regeling biedt liquiditeit aan ondernemers die door de coronacrisis in betalingsproblemen zijn gekomen. De verlaging van de invorderingsrente faciliteert onder andere ondernemers die gebruik maken van de bijzondere uitstelregeling en werkt in het bijzonder voordelig uit voor ondernemers die betalingsproblemen hebben door de coronacrisis. De maatregel tot het achterwege laten of terugdraaien van de verzuimboetes geldt alleen voor ondernemers die gebruik maken van de bijzondere uitstelregeling. Uitzondering is het betalingsverzuim bij de loonheffing, daar geldt het achterwege laten of terugdraaien van de verzuimboetes voor alle ondernemers. Bovendien zijn deze maatregelen tijdelijk. Het kabinet zal zich richting Prinsjesdag beraden op basis van de dan beschikbare informatie, en bekijken welke stappen dan passend zijn bij de gerichtheid van de maatregelen. Daarbij kan wel worden opgemerkt dat het kabinet het onverstandig vindt om in de huidige fase van de crisis te bezuinigen.
De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35466-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.