Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-202135461 nr. B

35 461 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs (PbEU 2018, L 112)

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING1

Vastgesteld 15 februari 2021

De leden van de PVV-fractie hebben van het wetsvoorstel kennisgenomen. Zij hebben nog enkele vragen.

In de nota naar aanleiding van het verslag (ontvangen op 10 september 2020) staat op p. 1–2 een vraag van de leden van de Tweede Kamerfractie van de PVV en de beantwoording:

«De leden van de PVV-fractie vragen samengevat waarom de regering niet heeft voorkomen dat chauffeurs dankzij dit voorstel straks op kosten worden gejaagd.

Het wetsvoorstel is gebaseerd op de nieuwe Europese (wijzigings-) richtlijn die onder andere beoogt de Richtlijn vakbekwaamheid bestuurders aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen. Op een aantal punten liep Nederland vooruit op de ontwikkelingen die nu in Europese regels zijn vastgelegd. Nederland heeft tijdens de behandeling van het voorstel van de wijzigingsrichtlijn getracht de huidige situatie in Nederland zo veel mogelijk te consolideren. Ook heeft Nederland gewezen op de lasten die de introductie van de kwalificatiekaart bestuurder met zich meebrengt. Tijdens dit onderhandelingsproces is echter gebleken dat het Nederlandse standpunt niet op alle punten op een meerderheid kon rekenen.»

In het gewijzigd voorstel van wet staat dat inzake artikel 151b Wegenverkeerswet 1994 onderdeel i wordt ingevoegd:

«i. kwalificatiekaart bestuurder: kaart die is afgegeven overeenkomstig de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders aantonende dat de bestuurder de basiskwalificatie heeft behaald of de nascholing met goed gevolg heeft voltooid».

Kan de regering aangeven op precies welke punten inzake de lasten die bestuurders gepresenteerd krijgen door de introductie van de kwalificatiekaart het Nederlandse standpunt geen meerderheid kreeg? Graag ontvangen de leden van de PVV-fractie een gemotiveerd antwoord met zoveel mogelijk details.

Kan de regering ook aangeven of er door het Rijk en eventuele partners onderzoek is of nog wordt gedaan naar mogelijkheden om de kosten voor bestuurders zo laag mogelijk te laten zijn met betrekking tot de kwalificatiekaart (ook in het licht van de coronacrisis)? Zo ja, wat zijn de bevindingen (indien onderzoek is gedaan), en zo nee, waarom niet? Graag ontvangen de leden van de PVV-fractie een gemotiveerd antwoord met zoveel mogelijk details.

De vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving ziet met belangstelling uit naar de memorie van antwoord en ontvangt deze graag binnen vier weken na vaststelling van dit voorlopig verslag.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Meijer

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Dragstra


X Noot
1

Samenstelling:

Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Nooren (PvdA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Janssen (SP), Kluit (GL), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins-Modderaar (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Van Pareren), Raven (OSF).