Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 450 V Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Ontvangen 29 april 2020

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2019‒2020

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

De departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V);

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 3

De Minister van Buitenlandse Zaken,S.A. Blok

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2020 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.

In de toelichting worden de wijzigingen welke zijn opgetreden in de omvang van de HGIS, alsook de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de extra maatregelen die genomen zijn als gevolg van de impact van het coronavirus (COVID 19). Het betreft zowel uitgaven welke bovenop het bestaande budget voor Buitenlandse Zaken zijn opgenomen maar ook binnen de bestaande kaders opgevangen. De mutatie voor bijzondere bijstand buitenland is per incidentele suppletoire begroting aan beide de Kamers gemeld.

Tabel 1 Extracomptabel overzicht Coronamaatregelen (bedrag x EUR 1 000)

Artikel

Naam maatregel

kamerstuk

bedrag verplichtingen

Bedrag uitgaven

4

Bijzondere bijstand buitenland

32734-42

6.600

6.600

4

Programma Ondersteuning Beleid

nvt

5.000

5.000

Conform de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabili-teitswet dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het financiële instrument. Ook is omschreven welke ondergrens gehan-teerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Zie hiervoor onderstaande tabel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. Op verplichtingenniveau worden mutaties groter dan 10% ten opzichte van de vorige stand, op artikelniveau toegelicht.

Tabel 2 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In onderdeel 6 staan de tabellen van de niet-beleidsmatige artikelen.

2 Wijzigingen in de omvang van de HGIS

In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de HGIS-nota 2020. Zoals uit de hiernavolgende tabel blijkt, neemt de omvang van de HGIS voor 2020 toe met EUR 137,9 miljoen.

Omvang van de HGIS (bedragen x EUR 1 miljoen)

MJN 2020

VJN 2020

Mutatie

HGIS-uitgaven

5.918,3

6.078,2

159,9

HGIS-ontvangsten

164,2

186,2

22,0

Omvang HGIS (uitgaven min ontvangsten)

5.754,1

5.892,0

137,91

X Noot
1

De per saldo toename van het budget kent een aantal oorzaken. Enerzijds stijgt het budget vanwege de doorwerking van de bijgestelde macrocijfers ten opzichte van eerdere raming zoals deze is opgesteld op Prinsjesdag 2019. Het beschikbare budget voor de HGIS beweegt mee met de economische ontwikkeling. Het non-ODA-deel met het prijsniveau van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en de omvang van de ODA met de ontwikkeling van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI). De meest recente CPB-cijfers laten een hoger dan eerder verwachte raming zien van zowel BBP alsook BNI. In deze cijfers is nog geen rekening gehouden met de economische effecten als gevolg van de COVID-19 pandemie. Deze worden pas in de loop van het jaar in de macrocijfers verwerkt. In de hiernavolgende tabellen is een aantal categorieën opgenomen die per onderdeel beknopt worden toegelicht. Een meer uitgebreide toelichting is daarnaast ook in de verticale toelichting van de Voorjaarsnota 2020 opgenomen en op de respectievelijke departementale begrotingen weergegeven.

HGIS-uitgaven (bedragen x EUR 1 miljoen)

Totaal

Stand HGIS-nota 2020

5.918,3

1 Aanpassing BNI/BBP-raming

30,1

2 Eindejaarsmarge

123,7

3 Overboekingen van/naar HGIS

4 Kasschuif

‒ 8,4

0

5 Desalderingen

14,4

Stand Voorjaarsnota 2020

6.078,2

  

HGIS-ontvangsten (bedragen x EUR 1 miljoen)

Totaal

Stand HGIS-nota 2020

164,2

Totaal mutaties Voorjaarsnota 2020

22,0

Stand Voorjaarsnota 2020

186,2

Toelichting uitgavenmutaties:

Het uitgavenkader van de HGIS neemt per saldo toe met EUR 159,9 miljoen ten opzichte van de stand die in de HGIS nota 2020 is gepresenteerd. Dit kent de navolgende oorzaken:

1) Op basis van wijzigingen in de CPB-ramingen voor het BNI (ODA) en de prijscomponent van het BBP (non-ODA) is de omvang van de HGIS op dit onderdeel gestegen met EUR 30 miljoen. Deze betreft met name de ODA-middelen die hoofdzakelijk op de BHOS-begroting staan. In de eerste suppletoire begroting van BHOS wordt hierop verder ingegaan.

2) De eindejaarsmarge, die over 2019 is aangevraagd, is in 2020 toegevoegd aan de HGIS en verdeeld over met name de begrotingen van Buitenlandse Zaken, Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

3) Er vinden meerdere overboekingen van en naar de HGIS plaats. Per saldo kent de HGIS op dit onderdeel daardoor een daling van ruim EUR 8 miljoen. Een aantal in het oog springende mutaties betreft onder meer de toevoeging van budget aan de HGIS voor de veiligheid van hoog-risico posten, de overheveling naar Defensie voor de inzet van de BSB op hoog-risico posten en de bijdrage die Defensie doet in het kader van gastlandbeleid voor de NATO Communications and Information Agency (NCIA)

4) Geen toelichting

5) De extra ontvangsten, die met name komen uit de verkoop van onroerend goed en verhoging van de consulaire ontvangsten, worden via een desaldering ingezet om de HGIS uitgaven te verhogen. Het betreft met name uitgaven voor investeringen in huisvesting in het buitenland en het verbeteren van de kostendekkendheid voor de afgifte van visa.

Daarnaast zijn er binnen het bestaande HGIS-budget extra middelen ingezet voor een aantal uitvoeringsknelpunten met name op het terrein van het gastlandbeleid (de NCIA, GNSS Bonaire en het Libanon Tribunaal), een bijdrage ten behoeve van de organisatie van een conferentie in Nederland (Climate Adaptation Summit) en de extra investeringen die nodig zijn voor de veiligheid van hoog-risicoposten.

Toelichting ontvangstenmutaties:

De ontvangsten stijgen met EUR 22 miljoen. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een bijstelling van de geraamde ontvangsten voor apparaatsontvangsten en consulaire dienstverlening op de begroting van Buitenlandse Zaken. De ontvangsten binnen het apparaatsartikel stijgen vanwege de verkoop van onroerend goed. Deze middelen worden alternatief binnen de BZ-begroting op het terrein van vastgoed ingezet. Daarnaast zijn de hogere consulaire ontvangsten het gevolg van een tariefstijging van visa ter verhoging van de kostendekkendheid in het visumafgifteproces., maar nemen aan de andere kant ook af vanwege de internationale reisbeperkingen die het gevolg zijn van de COVID-19 pandemie.

3 Beleid

3.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties in 2020

In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen die per saldo leiden tot een verhoging van de geraamde uitgaven op de begroting van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 212,2 miljoen en stijging van de ontvangsten met EUR 19,9 miljoen.

De belangrijkste uitgavenmutaties bij eerste suppletoire begroting worden in onderstaande tabel weergegeven en toegelicht. De uitgebreide toelichtingen zijn per beleidsartikel opgenomen in hoofdstuk 4.

Uitgaven

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2020 (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1 .000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2020

Vastgestelde begroting 2020

 

10.358.509

Belangrijkste suppletoire mutaties

  

1) Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde

2.4

‒ 7.465

2) Afdrachten aan de Europese Unie

3.1

122.682

3) Europees Ontwikkelingsfonds

3.2

‒ 9.553

4) Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

4.1

7.435

5) Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

4.2

8.457

6) Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

4.4

6.173

6) Apparaat; personeel

7.1.1

20.333

7) Apparaat; materieel

7.1.2

57.069

8) Overige mutaties

div

7.067

Stand 1ste suppletoire begroting 2020

 

10.570.707

Toelichting uitgaven

1) Het budget voor bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband daalt als gevolg van de overheveling van een deel van het budget voor de inzet hoog-risicoposten naar het ministerie van Defensie voor de beveiliging van een aantal hoog-risico posten.

2) Voor de afdrachten aan de Europese Unie heeft een correctie in de afrekening van het surplus plaatsgevonden. Bij ontwerpbegroting 2020 was de verwachting dat het surplus voor de Europese begroting over 2018 in de Nederlandse afdrachten voor 2020 zou meelopen. Het surplus is echter reeds in 2019 ontvangen en bij Najaarsnota 2019 verwerkt. Voor 2020 vindt nu de correctie plaats. Daarnaast wordt de vertragingsrente verwerkt die hoort bij de hoofdsom die reeds in 2019 aan de Europese Commissie is betaald.

3) De raming voor het Europees Ontwikkelingsfonds wordt verlaagd.

4) Het budget voor consulaire dienstverlening neemt toe. De belangrijkste reden hiervoor is dat de in 2019 niet bestede middelen voor het loket buitenland en uitgaven voor consulaire ICT-systemen in 2020 worden opgenomen. Ook wordt er extra budget opgenomen voor consulaire ICT systemen.

5) Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen vanaf 1 februari 2020. Dit betekent dat de totale visumopbrengsten vanaf 2020 toenemen. Hiermee worden de extra kosten voor informatiseringsystemen gefinancierd.

6) Het budget voor het uitdragen van Nederlandse waarden en belangen neemt in 2020 toe door de toevoeging van de eindejaarsmarge uit 2019 en een intensivering op het terrein van programma’s voor ondersteuning buitenlands beleid (POBB) voor Corona gerelateerde uitgaven.

7) De uitgaven voor personeel nemen meerjarige toe. Deze mutatie bestaat uit een aantal onderdelen en wordt onder meer veroorzaakt door de budgettaire verwerking van twee ingediende amendementen en als gevolg van de loon- en prijsontwikkeling, zowel voor het personeel in Nederland als op de posten. Ook wordt vanuit de extra consulaire opbrengsten aanvullend personeel ingezet om de autonome groei van de visumafgifte te financieren en wordt de kostendekkendheid van het visumproces verbeterd. Ten slotte worden extra uitgaven verricht voor andere ministeries, waarvan de medewerkers op ambassades werkzaam zijn.

8) De materiële uitgaven stijgen als gevolg van de investeringen in vastgoed die in 2020 verricht zullen worden. Om daarnaast het postennet in zijn huidige vorm te kunnen behouden is het vanwege verhoogde veiligheidsrisico’s noodzakelijk om op korte termijn de beveiliging van een aantal hoog-risico posten te versterken. Ten slotte stijgt het budget als gevolg van prijsontwikkelingen op het terrein van bedrijfsvoering, ICT en huisvesting. Deze middelen worden vanuit de reservering binnen de HGIS ingezet.

Ontvangsten

Tabel 4 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2020 (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1 .000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten t

Vastgestelde begroting t

 

787.390

Belangrijkste suppletoire mutaties

  

1) Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

4.20

9.375

2) Diverse ontvangsten apparaat

7.10

12.800

3) Overige mutaties

 

‒ 2.300

Stand 1ste suppletoire begroting t

 

807.265

Toelichting ontvangsten

1) Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen van EUR 60,- naar EUR 80,- vanaf 1 februari 2020. Dit leidt tot hogere ramingen van de totale consulaire opbrengsten. Hier staat tegenover dat als gevolg van de COVID-19 pandemie en de wereldwijde reisrestricties het daarom de verwachting is dat dit jaar het aantal af te geven visa zal dalen. Vooralsnog wordt daarom de oorspronkelijke verwachte stijging verlaagd met EUR 15 miljoen waardoor per saldo voor 2020 de visuminkomsten geraamd worden op EUR 9,4 miljoen.

2) Vanwege de hogere doorbelasting van kosten aan andere departementen nemen de apparaatsontvangsten toe. Daarnaast is er ook verkoop van vastgoed in het buitenland voorzien. Een deel van deze extra ontvangsten kunnen in hetzelfde jaar opnieuw worden ingezet om investeringen te doen binnen de kaders van de huisvestingsstrategie.

4 Beleidsartikelen

4.1 Beleidsartikel 1: Versterkte internationale rechtsorde

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

2020

2020

2020

2020

2020

2021

2022

2023

2024

  

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

    
 

Verplichtingen

111 696

0

111 696

810

112 506

2 927

38

938

138

           
 

Uitgaven:

         
           
 

Programma-uitgaven totaal

125 788

0

125 788

1 153

126 941

4 343

770

870

96

 

waarvan juridisch verplicht

63%

   

80%

    
           

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

48 879

 

48 879

189

49 068

166

‒ 84

‒ 84

‒ 84

           
 

Subsidies

         
 

Internationaal Strafhof

3 535

 

3 535

250

3 785

250

   
           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

Verenigde Naties

34 525

 

34 525

23

34 548

    
 

OESO

7 219

 

7 219

‒ 84

7 135

‒ 84

‒ 84

‒ 84

‒ 84

 

Internationaal Strafhof

3 600

 

3 600

0

3 600

    
           

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

63 502

0

63 502

‒ 100

63 402

‒ 100

‒ 100

0

0

           
 

Subsidies

         
 

Mensenrechtenfonds

25 646

0

25 646

‒ 3 001

22 645

507

957

857

857

           
 

bijdragen (inter) nationale organisaties

         
 

Mensenrechtenfonds

30 106

 

30 106

0

30 106

    
 

Mensenrechten multilateraal

7 750

 

7 750

2 901

10 651

‒ 607

‒ 1 057

‒ 857

‒ 857

           

1.3

Gastlandbeleid internationale organisaties

13 407

0

13 407

1 064

14 471

4 277

954

954

180

           
 

Subsidies

         
 

Carnegiestichting

4 400

 

4 400

0

4 400

    
           
 

Bijdragen aan agentschappen

         
 

Vredespaleis

5 500

 

5 500

1 000

6 500

3 279

   
           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

Internationaal Strafhof

1 038

 

1 038

23

1 061

23

24

24

25

 

Speciaal Tribunaal Libanon

1 919

 

1 919

41

1 960

775

930

930

155

 

Nederland Gastland

550

 

550

0

550

200

   
           
Toelichting

Verplichtingen

Geen toelichting

Uitgaven

Artikel 1.1

Geen toelichting

Artikel 1.2

Geen toelichting

Artikel 1.3

Het budget voor gastlandbeleid internationale organisaties neemt in 2020 en 2021 toe vanwege de toevoeging van de eindejaarsmarge uit 2019 voor de renovatie van het Vredespaleis. Daarnaast wordt vanaf 2021 extra budget ingezet vanuit de HGIS voor het Speciaal Tribunaal Libanon. De werkzaamheden van het Speciaal Tribunaal Libanon zijn nog niet afgerond. Later dit jaar zal in VN-verband over de toekomst van het tribunaal besloten worden. Eerst na deze besluitvorming zal duidelijk worden of en hoeveel door Nederland bijgedragen zal worden. Om als gastland te kunnen inspelen op een VN-besluit dient echter thans een reservering gemaakt te worden in opvolging van de Nederlandse huurbijdrage tot nu toe.

4.2 Beleidsartikel 2: Veiligheid en stabiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Veiligheid en stabiliteit (eerste suppletoire begroting)(bedragen x € 1.000)
  

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

2020

2020

2020

2020

2020

2021

2022

2023

2024

  

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

    
 

Verplichtingen

270 933

‒ 3 500

267 433

7 998

275 431

‒ 1 780

‒ 1 550

‒ 1 500

‒ 1 500

           
 

Uitgaven:

         
           
 

Programma-uitgaven totaal

283 826

‒ 3 500

280 326

‒ 8 989

271 337

‒ 1 705

‒ 2 720

‒ 3 638

‒ 3 639

 

waarvan juridisch verplicht

85%

   

87%

    
           

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

12 545

 

12 545

941

13 486

‒ 24

6

56

56

           
 

Subsidies

         
 

Atlantische Commissie

500

 

500

56

556

56

56

56

56

           
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
 

NAVO

7 200

 

7 200

840

8 040

‒ 80

‒ 50

  
 

WEU

565

 

565

45

610

    
 

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

2 700

 

2 700

0

2 700

    
 

Veiligheidsfonds

1 580

 

1 580

0

1 580

    
           

2.2

Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

13 751

‒ 500

13 251

954

14 205

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

 

Subsidies

         
 

Anti-terrorisme instituut

451

 

451

34

485

    
 

Contra-terrorisme

7 920

‒ 500

7 420

1 250

8 670

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

 

Cyber security

2 800

 

2 800

‒ 330

2 470

    
           
 

Opdrachten

         
 

Global Forum on Cyber Expertise

0

 

0

0

0

0

0

0

0

 

Contra-terrorisme

500

 

500

0

500

    
           
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
 

Contra-terrorisme

880

 

880

0

880

    
 

Cyber security

1 200

 

1 200

0

1 200

    
           

2.3

Wapenbeheersing

10 873

 

10 873

0

10 873

0

0

0

0

           
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
 

IAEA

7 317

 

7 317

0

7 317

    
 

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

1 636

 

1 636

0

1 636

    
 

CTBTO

1 920

 

1 920

0

1 920

    
           

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

216 835

‒ 3 000

213 835

‒ 10 665

203 170

‒ 1 181

‒ 2 226

‒ 3 194

‒ 3 195

           
 

Subsidies

         
 

Nederland Helsinki Comité

28

 

28

0

28

    
 

Stabiliteitsfonds

25 000

 

25 000

0

25 000

    
 

Training buitenlandse diplomaten

2 500

 

2 500

250

2 750

    
           
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
 

OVSE

6 000

 

6 000

0

6 000

    
 

Stabiliteitsfonds

63 400

‒ 1 500

61 900

‒ 2 000

59 900

‒ 6 250

‒ 6 250

‒ 6 250

‒ 6 250

 

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

99 849

‒ 1 500

98 349

0

98 349

1 162

‒ 532

‒ 1 500

‒ 1 500

 

Overige

58

 

58

‒ 58

0

‒ 1 293

‒ 644

‒ 644

‒ 645

           
 

Bijdragen aan ander begrotingshoofdstuk

         
 

Inzet hoog-risico posten

20 000

 

20 000

‒ 8 857

11 143

5 200

5 200

5 200

5 200

           

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

29 822

 

29 822

‒ 219

29 603

0

0

0

0

           
 

Subsidies

         
 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA»

11 822

 

11 822

804

12 626

    
 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka»

0

 

0

9 131

9 131

9 754

9 854

9 854

9 854

           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka»

18 000

 

18 000

‒ 10 154

7 846

‒ 9 754

‒ 9 854

‒ 9 854

‒ 9 854

           

Ontvangsten

 

1 242

 

1 242

0

1 242

0

0

0

0

           

2.10

Doorberekening Defensie diversen

242

 

242

0

242

    

2.40

Restituties programma's

1 000

 

1 000

0

1 000

    
Toelichting

Verplichtingen

Het totaal van de verplichtingen voor 2020 neemt toe als gevolg van een tweetal mutaties. Ten eerste is het subsidieplafond van het MATRA-programma «Overheid tot Overheid» verhoogd. Ten tweede is de bijdrage aan de NAVO als deel van de verdragsverplichting meerjarig verhoogd waardoor het verplichtingenbudget in 2020 is bijgesteld. Vanaf 2021 daalt het verplichtingenbudget omdat een deel van de amendementen Sjoerdsma/Koopmans en Voordewind vanaf 2021 meerjarig is verwerkt op dit artikel waarbij deze budgetten overgeheveld zijn naar het apparaatsartikel (art. 7).

Uitgaven

Artikel 2.1

De uitgaven voor goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid zijn toegenomen vanwege een stijging van de bijdrage aan de NAVO. Het betreft hier een verdragsverplichting.

Artikel 2.2

De verhoging van de uitgaven binnen dit artikelonderdeel is het gevolg van het doorschuiven van de niet bestede middelen uit 2019 voor contra-terrorisme naar 2020. Het betreft budget voor de bijdrage aan de GCERF (Global Community Engagement and Resilience Fund).

Artikel 2.3

Geen toelichting

Artikel 2.4

Het budget voor bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband neemt structureel af. De afname is het gevolg van een aantal mutaties.

Vanwege de structurele verwerking van twee aangenomen amendementen (Voordewind, en Sjoerdsma/Koopmans) aangaande de opening van een ambassade in Jerevan en de versterking van het postennet op terrein van mensenrechten, migratie en veiligheidsdreigingen binnen het postennet, daalt het budget voor het Stabiliteitsfonds en VN-crisisbeheersingsoperaties. Beide amendementen hebben meerjarige budgettaire gevolgen. Ook neemt het budget voor 2020 van het stabiliteitsfonds af om hiermee bij te dragen aan de extra middelen, die in het kader van de COVID-19 pandemie, worden opgenomen onder de programma's voor ondersteuning beleid binnen beleidsartikel 4.4.

Daarnaast wordt een deel van het budget voor de inzet hoog-risicoposten conform de geldende systematiek overgeheveld naar het ministerie van Defensie voor de beveiliging van personeel van een aantal hoog-risico posten.

Vanaf 2021 wordt het budget van dit subartikel verlaagd ten behoeve van een aantal veiligheidsinvesteringen in het apparaat. Om het postennet in zijn huidige vorm te kunnen behouden is het vanwege verhoogde veiligheidsrisico’s noodzakelijk om de (fysieke) beveiliging van een aantal hoog-risico posten te versterken. Hiervoor wordt extra budget vrijgemaakt door een deel van de middelen voor het Stabiliteitsfonds in te zetten voor deze investering. Daar het hier een investering in het apparaat betreft zijn de fondsen overgeheveld naar artikel 7. Het betreft incidentele uitgaven voor de periode 2020-2024 voor maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het personeel op deze posten te waarborgen.

Artikel 2.5

Geen toelichting

Ontvangsten

Artikel 2.10 en 2.40

Geen toelichting

4.3 Beleidsartikel 3: Effectieve Europese samenwerking

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Effectieve Europese samenwerking (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

  

2020

2020

2020

2020

2020

2021

2022

2023

2024

  

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

    
 

Verplichtingen

8 825 395

0

8 825 395

123 632

8 949 027

1 560

0

1 560

0

           
 

Uitgaven:

         
           
 

Programma-uitgaven totaal

9 069 744

0

9 069 744

114 571

9 184 315

‒ 12 499

‒ 13 199

‒ 13 199

‒ 13 199

 

waarvan juridisch verplicht

100%

   

100%

    
           

3.1

Afdrachten aan de Europese Unie

8 820 041

0

8 820 041

122 682

8 942 723

0

0

0

0

           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

BNI-afdrachten

4 787 631

 

4 787 631

87 991

4 875 622

    
 

BTW-afdrachten

584 284

 

584 284

0

584 284

    
 

Invoerrechten

3 448 126

 

3 448 126

34 691

3 482 817

    
           

3.2

Europees Ontwikkelingsfonds

234 281

0

234 281

‒ 9 553

224 728

‒ 14 169

‒ 14 169

‒ 14 169

‒ 14 169

           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

Europees Ontwikkelingsfonds

234 281

 

234 281

‒ 9 553

224 728

‒ 14 169

‒ 14 169

‒ 14 169

‒ 14 169

           

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

9 720

0

9 720

780

10 500

780

780

780

780

           
 

Bijdragen (internationale organisaties

         
 

Raad van Europa

9 720

 

9 720

780

10 500

780

780

780

780

           

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie

5 702

0

5 702

662

6 364

890

190

190

190

           
 

Subsidies

         
 

EIPA

348

 

348

0

348

    
           
 

Opdrachten

         
 

Programmatische ondersteuning: Brexit

700

 

700

300

1 000

700

   
 

Programmatische ondersteuning: CECP

675

 

675

172

847

    
 

Europa College beurzenprogamma

0

 

0

190

190

190

190

190

190

           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

Benelux bijdrage

3 979

 

3 979

0

3 979

    
           

Ontvangsten

 

693 824

0

693 824

0

693 824

0

0

0

0

           

3.10

Diverse ontvangsten EU

693 574

0

693 574

0

693 574

0

0

0

0

 

Invoerrechten

689 624

 

689 624

0

689 624

    
 

Overige ontvangsten EU

3 950

 

3 950

0

3 950

    
           

3.30

Restitutie Raad van Europa

250

0

250

0

250

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor 2020 voor het artikel Europese samenwerking neemt toe. De mutaties op de verplichtingen houden verband met de mutaties zoals onder de uitgaven toegelicht.

Uitgaven

Artikel 3.1

Voor de afdrachten aan de Europese Unie heeft een correctie in de afrekening van het surplus plaatsgevonden. Bij ontwerpbegroting 2020 was de verwachting dat het surplus voor de Europese begroting over 2018, EUR 88 miljoen, in de Nederlandse afdrachten voor 2020 zou meelopen. Het surplus is echter reeds in 2019 ontvangen en bij Najaarsnota 2019 verwerkt. Voor 2020 vindt nu de correctie plaats.

Daarnaast wordt de vertragingsrente verwerkt die hoort bij de hoofdsom die reeds in 2019 aan de Europese Commissie is betaald, naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie als gevolg van onterecht afgegeven oorsprongscertificaten door de autoriteiten van Curaçao en Aruba voor de invoer van melkpoeder en rijst, gries en griesmeel. De betaling van de hoofdsom van EUR 18,5 miljoen is in de Decemberbrief 2019 vermeld.

De ontwikkelingen omtrent het COVID-19 virus en de verschillende voorstellen voor crisismaatregelen vanuit de Europese Commissie zullen naar verwachting in 2020 een substantieel opwaarts effect hebben op de Nederlandse afdrachten. Op dit moment is er nog onvoldoende informatie om de ramingen hiervoor aan te passen. Daarentegen is de Nederlandse afdrachtenraming, normaliter gebaseerd op het betalingenplafond, voor 2020 incidenteel met EUR 810 miljoen naar beneden bijgesteld omdat toentertijd de verwachting was dat het onderliggende beleid en dus de betalingen pas op een later moment zou worden uitgevoerd. Door de crisismaatregelingen die de Commissie naar verwachting zal gaan nemen, zal de ruimte tussen de Nederlandse raming en het betalingsplafond in 2020 alsnog (grotendeels) benut worden. Het surplus over het voorgaande jaar dat de Europese Unie normaliter in juni 2020 teruggeeft aan de lidstaten (meevaller), zal naar alle verwachting in elk geval nodig zijn om de hogere uitgaven vanwege COVID-19 te financieren. Daarom wordt deze nu niet in de Nederlandse afdrachtenraming verwerkt, zodat er alvast een (kleine) buffer is voor te verwachten tegenvallers later dit jaar. Op het moment dat er meer concrete informatie beschikbaar komt over de te verwachten toename van de afdrachten zullen deze in de raming worden verwerkt.

Artikel 3.2

De raming voor het Europees Ontwikkelingsfonds wordt verlaagd. Dit is gebaseerd op de totale omvang van het budget van het EOF, de vastgestelde verdeelsleutel voor de bijdrage per lidstaat en de nog niet bestede middelen uit eerder jaren. Het betreft ODA middelen en deze worden binnen de BHOS begroting alternatief ingezet via het verdeelartikel 5.4.

Artikel 3.3

Geen toelichting

Artikel 3.4

Geen toelichting

Ontvangsten

Artikel 3.10 en 3.30

Geen toelichting

4.4 Beleidsartikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

Budgetaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

2020

2020

2020

2020

2020

2021

2022

2023

2024

  

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

    
 

Verplichtingen

51 873

5 600

57 473

18 664

76 137

6 329

4 509

6 129

4 154

           
 

Uitgaven:

         
           
 

Programma-uitgaven totaal

54 198

5 600

59 798

26 088

85 886

4 539

3 589

3 589

3 614

 

waarvan juridisch verplicht

51%

   

65%

    
           

4.1

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

12 462

6 600

19 062

7 435

26 497

1 000

1 000

1 000

1 000

           
 

Subsidies

         
 

Gedetineerdenbegeleiding

1 560

 

1 560

0

1 560

    
           
 

Inkomensoverdrachten

         
 

Gedetineerdenbegeleiding

540

 

540

0

540

    
           
 

Opdrachten

         
 

Consulaire bijstand

409

6 700

7 109

0

7 109

    
 

Reisdocumenten en verkiezingen

2 550

 

2 550

0

2 550

    
 

Consulaire opleidingen

400

 

400

150

550

    
 

Consulaire informatiesystemen

7 003

‒ 100

6 903

1 000

7 903

1 000

1 000

1 000

1 000

 

Loket buitenland

0

 

0

5 285

5 285

    
           
 

Bijdragen aan agentschappen

         
 

Loket buitenland

0

 

0

1 000

1 000

    
           
           
           

4.2

Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren

13 449

 

13 449

8 457

21 906

4 208

4 208

4 208

4 208

           
 

Opdrachten

         
 

Ambtsberichtenonderzoek

150

 

150

0

150

    
 

Visumverlening

2 950

 

2 950

8

2 958

8

8

8

8

 

Legalisatie en verificatie

80

 

80

0

80

    
 

Consulaire informatiesystemen

9 241

 

9 241

8 449

17 690

4 200

4 200

4 200

4 200

           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

Asiel en migratie

1 028

 

1 028

0

1 028

    
           

4.3

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

7 706

0

7 706

823

8 529

81

81

81

106

           
 

Subsidies

         
 

Internationaal Cultuurbeleid

5 236

0

5 236

623

5 859

‒ 2 144

‒ 2 144

‒ 2 144

‒ 2 119

           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

Internationaal cultuurbeleid

2 470

0

2 470

200

2 670

2 225

2 225

2 225

2 225

           

4.4

Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

20 581

‒ 1 000

19 581

9 373

28 954

‒ 750

‒ 1 700

‒ 1 700

‒ 1 700

           
 

Subsidies

         
 

Instituut Clingendael

820

 

820

‒ 34

786

‒ 2 000

‒ 2 000

‒ 2 000

 
 

Programma ondersteuning buitenlands beleid

4 058

 

4 058

1 501

5 559

750

   
 

Internationale manifestaties en diverse bijdragen

99

 

99

0

99

    
 

Publieksdiplomatie

3 399

‒ 500

2 899

‒ 1 150

1 749

‒ 1 135

‒ 1 135

‒ 1 135

‒ 1 135

 

Onderzoeksprogramma

50

 

50

0

50

    
           
 

Opdrachten

         
 

Adviesraad Internationale vraagstukken

525

 

525

0

525

    
 

Instituut Clingendael

1 600

 

1 600

516

2 116

2 000

2 000

2 000

 
 

Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties

1 000

 

1 000

0

1 000

    
 

Algemene voorlichting

2 290

 

2 290

‒ 1 000

1 290

‒ 1 700

‒ 1 700

‒ 1 700

‒ 1 700

 

Koninklijk Huis - inkom. en uitg. bezoeken, off. ontvangsten

2 000

 

2 000

0

2 000

    
 

China-strategie

500

 

500

100

600

    
 

Onderzoeksprogramma

220

 

220

80

300

    
           
 

Bijdragen aan agentschappen

         
 

Algemene voorlichting

2 200

 

2 200

200

2 400

200

   
           
 

Bijdragen aan ZBO's/ RWT's

         
 

Verkeersnotificaties

400

 

400

0

400

    
           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
 

Programma ondersteuning buitenlands beleid

0

 

0

8 010

8 010

    
 

Europese bewustwording

250

 

250

0

250

    
 

Publieksdiplomatie

1 170

‒ 500

670

1 150

1 820

1 135

1 135

1 135

1 135

           

Ontvangsten

 

50 374

500

50 874

7 075

57 949

20 700

20 700

20 700

23 200

           

4.10

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

9 500

 

9 500

‒ 2 500

7 000

‒ 2 500

‒ 2 500

‒ 2 500

 
           

4.20

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

40 000

500

40 500

9 375

49 875

23 000

23 000

23 000

23 000

           

4.40

Doorberekening Defensie diversen

874

 

874

0

874

    
           

4.41

Ontvangsten verkeersnotificaties

0

 

0

200

200

200

200

200

200

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor het onderdeel Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden stijgt omdat aanvullende middelen voor het Loket Buitenland zijn opgenomen. Dit betreft verplichtingen voor de website voor loket buitenland, waardoor de dienstverlening van de agentschappen (o.a. UWV, belastingdienst, SVB) opgenomen kunnen worden. Verder stijgt het verplichtingenbudget als gevolg van de autonome groei van de consulaire dienstverlening welke vraagt om investeringen in het kwaliteitsbehoud van de consulaire IT-systemen. Ten slotte een stijging voor programma’s voor ondersteuning buitenlands beleid (POBB) op het terrein van Coronamaatregelen.

Uitgaven

Artikel 4.1

Het budget voor consulaire dienstverlening neemt meerjarig toe. De belangrijkste reden hiervoor is dat de in 2019 niet bestede middelen voor het loket buitenland en uitgaven voor consulaire ICT systemen in 2020 worden opgenomen. Ook wordt budget voor het loket buitenland, wat is opgenomen op het apparaatsartikel, toegevoegd aan artikel 4.1. Dit omdat het ICT uitgaven betreft en deze staan binnen dit artikel opgenomen. Ten slotte wordt meerjarig extra budget opgenomen voor ICT. Dit ook in lijn met de digitale ambities die binnen het consulaire domein zijn uitgesproken. Deze middelen worden via de extra ontvangsten gefinancierd.

Artikel 4.2

Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen vanaf 1 februari 2020. Dit betekent dat de totale consulaire opbrengsten vanaf 2020 toenemen. Dit bedrag wordt binnen de BZ-begroting ingezet om het consulaire proces meer kostendekkend te maken en ook de meerkosten die ontstaan als gevolg van autonome groei van het aantal te verstrekken visa op te vangen. Als gevolg hiervan nemen de uitgaven voor consulaire informatiesystemen structureel toe.

Artikel 4.3

Geen toelichting

Artikel 4.4

Het budget voor het uitdragen van Nederlandse waarden en belangen neemt in 2020 toe door de toevoeging van de eindejaarsmarge uit 2019 en een intensivering op het terrein van programma’s voor ondersteuning buitenlands beleid (POBB) ten behoeve van internationale ondersteuning in het kader van de bestrijding van Corona. Hier staat tegenover dat vanaf 2021 het budget structureel afneemt doordat uitgaven voor algemene voorlichting worden opgenomen binnen het apparaatsartikel. Het betreft inzet van personeel op het terrein van communicatie en voorlichting.

Ontvangsten

Artikel 4.10

Betreft een neerwaartse bijstelling op de ontvangsten uit de afgifte van paspoorten in verband met de verlenging van de geldigheid van de paspoorten waardoor er minder reisdocumenten verstrekt zullen worden.

Artikel 4.20

Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen van EUR 60,- naar EUR 80,- vanaf 1 februari 2020. Op basis van de huidige ramingen betekent dit dat de totale consulaire opbrengsten zullen stijgen. Dit bedrag wordt binnen de BZ-begroting ingezet om het consulaire proces meer kostendekkend te maken en ook de meerkosten die ontstaan als gevolg van autonome groei van het aantal te verstrekken visa, op te vangen.

Hier staat tegenover dat als gevolg van de COVID-19 pandemie en de wereldwijde reisrestricties het daarom de verwachting is dat dit jaar het aantal af te geven visa zal dalen. Vooralsnog wordt daarom de oorspronkelijke verwachte stijging verlaagd met EUR 15 miljoen waardoor per saldo voor 2020 de visuminkomsten geraamd worden op EUR 9,4 miljoen.

Artikel 4.40

Geen toelichting

Artikel 4.41

Vanaf 1 mei 2019 worden buitenlandse diplomaten en medewerkers van Internationale organisaties in Nederland aangesproken op verkeersovertredingen. Vanaf dat moment krijgen zij bij een geconstateerde verkeersovertreding een notificatiebrief van het ministerie van Buitenlandse Zaken met een betaalverzoek ter hoogte van het boetebedrag dat geldt voor de betreffende overtreding. Op basis van een conservatieve inschatting is hiervoor een meerjaren raming opgenomen.

5 Niet-beleidsartikelen

5.1 Niet-beleidsartikel 5: Geheim

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van niet-beleidsartikel 5 Geheim (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

  

2020

2020

2020

2020

2020

2021

2022

2023

2024

  

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

    

Verplichtingen

 

0

 

0

 

0

    
           

Uitgaven

 

0

 

0

 

0

    
           

Ontvangsten

 

0

 

0

 

0

0

0

0

0

           

5.10

Geheim

0

 

0

 

0

    

5.2 Niet-beleidsartikel 6: Nog onverdeeld

Toelichting

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid niet-beleidsartikel 6 Nog onverdeeld (eerste suppletoire begroting) (bedragen x EUR 1.000)
  

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

  

2020

2020

2020

2020

2020

2021

2022

2023

2024

  

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

    

Verplichtingen

 

3 027

0

3 027

1 973

5 000

‒ 11 808

‒ 25 094

‒ 28 075

‒ 27 208

           

Uitgaven:

          
           

Uitgaven totaal

 

3 027

0

3 027

1 973

5 000

‒ 11 808

‒ 25 094

‒ 28 075

‒ 27 208

           

6.1

Nog onverdeeld (HGIS)

3 027

0

3 027

1 973

5 000

‒ 11 808

‒ 25 094

‒ 28 075

‒ 27 208

Toelichting

Artikel 6.1

Het budget voor het artikel -Nog onverdeeld- heeft betrekking op de HGIS en dit neemt structureel af. De reeks binnen dit artikel is met name bedoeld om jaarlijks de loon- en prijsbijstelling te kunnen uitkeren en incidentele initiatieven of tegenvallers mee te dekken. De mutatie betreft het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van Bbp-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2019, het verwerken van de loon- en prijsbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen zoals binnen de HGIS is overeengekomen. Binnen de HGIS is budget vrijgemaakt voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid (de NCIA, GNSS Bonaire en het Libanon Tribunaal), bijdragen ten behoeve van de organisatie van een conferentie in Nederland (Climate Adaptation Summit), investeringen in de veiligheid en beveiliging van hoog-risico posten en een aantal kleinere incidentele knelpunten.

5.3 Niet-beleidsartikel 7: Apparaat

Budgetaire gevolgen van beleid
Tabel 11
  

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

  

2020

2020

2020

2020

2020

2021

2022

2023

2024

  

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

    

Verplichtingen

 

814 826

5 000

819 826

77 402

897 228

59 254

65 290

60 290

62 790

           

Uitgaven

 

814 826

5 000

819 826

77 402

897 228

59 254

65 290

60 290

62 790

           

7.1.1

Personele uitgaven

535 114

4 155

539 269

20 333

559 602

26 871

26 871

26 871

26 871

 

Eigen personeel

523 114

4 155

527 269

20 333

547 602

26 871

26 871

26 871

26 871

 

Inhuur extern

12 000

 

12 000

0

12 000

0

0

0

0

 

Overige personele uitgaven

0

 

0

0

0

0

0

0

0

           

7.1.2

Materiele uitgaven

279 712

845

280 557

57 069

337 626

32 383

38 419

33 419

35 919

 

ICT

60 000

200

60 200

0

60 200

    
 

Bijdragen aan SSO's

65 091

 

65 091

‒ 43

65 048

    
 

Overige materieel

154 621

645

155 266

57 112

212 378

32 383

38 419

33 419

35 919

           

7.2

Koersverschillen

pm

 

pm

0

0

0

0

0

0

           
           

Ontvangsten

 

41 450

 

41 450

12 800

54 250

5 300

5 300

5 300

5 300

           

7.10

Diverse ontvangsten

41 450

 

41 450

12 800

54 250

5 300

5 300

5 300

5 300

           

7.11

Koersverschillen

pm

 

pm

0

0

0

0

0

0

Toelichting

verplichtingen

Binnen het apparaatsartikel zijn de verplichtingen gelijk aan de uitgaven. Het verplichtingenbudget wordt daarmee gelijkgetrokken.

Uitgaven

Artikel 7.1.1

De uitgaven voor personeel nemen meerjarig toe. Deze mutatie bestaat uit een aantal onderdelen en wordt onder meer veroorzaakt door de budgettaire verwerking van twee ingediende amendementen: (1) opening van een ambassade in Jerevan en (2) versterking van het postennet op terrein van mensenrechten, migratie en veiligheidsdreigingen. In de Kamerbrief «Weging Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland» van 15 december 2019 wordt nader uiteengezet hoe de beide amendementen worden ingevuld. Verder stijgt het budget als gevolg van de loon- en prijsontwikkeling, zowel voor het personeel in Nederland als op de posten. Deze uitgaven worden vanuit de voorziening binnen de HGIS gefinancierd. Ook wordt vanuit de extra consulaire opbrengsten aanvullend personeel ingezet om de autonome groei van de visumafgifte te financieren en wordt ook de kostendekkendheid van het visumproces verbeterd. Daarbij wordt voor 2020 wel rekening gehouden met tegenvallende visumontvangsten vanwege COVID-19 en de daarmee samenhangende reisrestricties. Ten slotte worden extra uitgaven verricht voor andere ministeries, waarvan de medewerkers op ambassades werkzaam zijn. Dit wordt via de extra ontvangsten verrekend.

Artikel 7.1.2

De materiële uitgaven stijgen als gevolg van de investeringen in vastgoed die in 2020 verricht zullen worden. Deze middelen zijn nodig ter rationalisering van de vastgoedportefeuille. Een deel wordt opgebracht uit de verkoop van onroerend goed in 2020 en een deel is afkomstig uit de reservering die is gemaakt als onderdeel van de middelenafspraak huisvesting. Om daarnaast het postennet in zijn huidige vorm te kunnen behouden is het vanwege verhoogde veiligheidsrisico’s noodzakelijk om op korte termijn de beveiliging van een aantal hoog-risico posten te versterken. Hiervoor wordt extra budget vrijgemaakt door een gedeelte van de eindejaarsmarge van Buitenlandse Zaken, Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in te zetten en door een aantal programma-uitgaven binnen het artikel veiligheid en stabiliteit te verlagen. Het betreft incidentele uitgaven voor de periode 2020-2024 voor maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het personeel op deze posten te waarborgen. Ten slotte stijgt het budget als gevolg van prijsontwikkelingen op het terrein van bedrijfsvoering, ICT en huisvesting. Deze middelen worden vanuit de reservering binnen de HGIS ingezet.

Ontvangsten

Artikel 7.1.0

Vanwege de hogere doorbelasting van kosten aan andere departementen nemen de apparaatsontvangsten toe. Daarnaast is verkoop vastgoed buitenland voorzien. Een deel van deze extra ontvangsten kunnen in hetzelfde jaar opnieuw worden ingezet om investeringen te doen binnen de kaders van de huisvestingsstrategie.

Naar boven