Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035444 nr. 2

35 444 Voorstel van wet van de leden Klaver en Bromet tot wijziging van de Wet natuurbescherming in verband met het treffen van maatregelen betreffende stikstofemissie en het opnemen van een grondslag voor subsidieverlening voor veestapelreductie en natuurversterking (Wet duurzame aanpak stikstof)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in de Wet natuurbescherming maatregelen te treffen zodat onder andere de voorziene woningbouw kan plaatsvinden alsmede dat het wenselijk is een grondslag op te nemen voor subsidieverlening en het stellen van regels ten aanzien daarvan in verband met de noodzakelijke reductie van de veestapel en de versterking van de natuur;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet natuurbescherming wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Het natuurnetwerk Nederland omvat ten minste 668.000 hectare in het jaar 2027 en 730.000 hectare in het jaar 2035.

2. In het vierde lid komt de tweede zin te luiden: Onze Minister informeert beide Kamers der Staten-Generaal over:

  • 1°. de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland op basis van de ter zake doende gegevens die door gedeputeerde staten zijn aangeleverd, en

  • 2°. het beleid inzake de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, en de uitvoering daarvan per provincie op jaarlijkse basis.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop jaarlijks de monitoring per Natura 2000-gebied plaatsvindt, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over:

    • a. het gebruik van kaarten van typen habitat daarbij die elke drie jaar worden geactualiseerd;

    • b. het voegen van een afwijkende zienswijze aan een veldverslag door terreinbeherende organisaties indien zij niet kunnen instemmen met de inhoud ervan.

    De voordracht van de maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

B

Na artikel 2.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.1a

  • 1. Onze Minister draagt ervoor zorg dat de totale Nederlandse stikstofemissie zoals vastgesteld door het RIVM, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het RIVM:

    • a. in 2025 met 25% is verminderd ten opzichte van de stikstofemissie zoals vastgesteld door het RIVM over het jaar 2018;

    • b. in 2030 met 50% is verminderd ten opzichte van de stikstofemissie zoals vastgesteld door het RIVM over het jaar 2018.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld of worden de gebruiksnormen, bedoeld in artikel 8, onder a en b, van de Meststoffenwet, lager vastgesteld of op nul worden gesteld om de doelen, bedoeld in het eerste lid, te behalen.

C

In artikel 2.9 wordt na het vierde lid onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 5. Als categorieën van projecten, bedoeld in het tweede lid, kunnen de in de bijlage, behorende bij deze wet, opgenomen projecten worden aangewezen.

D

Er wordt een bijlage aan de wet toegevoegd, luidende:

Bijlage, behorende bij artikel 2.9, vijfde lid

De projecten die onder artikel 2.9, tweede lid, kunnen worden aangewezen zijn:

  • projecten die natuurherstelmaatregelen betreffen;

  • woningbouwprojecten;

  • projecten inzake waterveiligheid;

  • projecten ter verbetering van het openbaar vervoer, niet zijnde de aanleg van wegen;

  • projecten met een MEP-beschikking, een SDE-beschikking, een SDE+-beschikking, een SDE++-beschikking of een DEI-beschikking, met uitzondering van de bij- en meestook van biomassa en mestvergisters.

ARTIKEL II

  • 1. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verstrekt subsidies voor activiteiten omtrent:

    • a. het opheffen van een landbouwbedrijf;

    • b. het ondersteunen van de transitie naar duurzame landbouw; en

    • c. de versterking van natuur.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt;

    • b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;

    • c. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;

    • d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;

    • e. de verplichtingen voor de subsidie-ontvanger;

    • f. de vaststelling van de subsidie;

    • g. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling;

    • h. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;

    • i. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • j. de vaststelling van een subsidieplafond.

ARTIKEL III

Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zendt binnen zeven jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL V

Deze wet wordt aangehaald als: Wet duurzame aanpak stikstof.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,