Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2019-202035431 nr. K

35 431 Tijdelijke regels omtrent het kunnen verlengen van huurovereenkomsten voor bepaalde tijd (Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten)

K MOTIE VAN HET LID KOX C.S.

Voorgesteld 16 juni 2020

De Kamer,

overwegende, dat de Kamer op 21 april 2020 en 9 juni 2020 de regering heeft opgeroepen om, als noodmaatregel, een tijdelijke huurstop voor de sociale sector en de vrije sector mogelijk te maken, vanwege de precaire situatie waarin nu al een aanzienlijk deel van de huurders van woonruimten verkeert en ervan uitgaande dat die situatie zich in de komende periode eerder zal verslechteren dan zal verbeteren,

gezien de verklaring van de Minister in het Kamerdebat van 2 juni 2020 dat een tijdelijke huurstop mogelijk gemaakt kan worden via verschillende opties (een minnelijke overeenkomst met verhuurders, een wettelijk regime voor de vrije huursector en een ministeriële regeling voor de gereguleerde huursector) maar dat de Minister die door de Kamer gevraagde tijdelijke maatregel «niet proportioneel en doeltreffend» vindt en daarom afwijst,

gezien de mededeling van de Minister in haar brief van 12 juni jl. aan de Kamer dat ze, ook na het debat met de Kamer op 2 juni jl. en het aannemen van de tweede motie op 9 juni jl., geen mogelijkheden ziet om verder te gaan dan ze in het Kamerdebat en haar eerdere brief van 5 juni jl. aan de Kamer heeft aangegeven, ondanks het nadrukkelijke verzoek daartoe van de Kamer,

stelt daarom vast dat de Minister niet tegemoet wil komen aan de uitdrukkelijke en herhaalde oproep van de Kamer om een tijdelijke huurstop, in enigerlei vorm, mogelijk te maken,

spreekt daarover haar afkeuring uit,

en verzoekt de Minister alsnog een tijdelijke huurstop, dan wel substantiële preventieve maatregelen van vergelijkbare aard, mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kox

Koffeman

Gerbrandy

Baay-Timmerman

Crone

Van Strien

De Boer