35 422 Herstel van de voorzieningen in het bestuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius (Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius)

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR KONINKRIJKSRELATIES1

Vastgesteld 25 juni 2020

Het voorbereidend onderzoek heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

De leden van de PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorstel Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius. Deze leden zien met instemming dat de weg naar het herstel van de lokale democratie weer is ingeslagen. Desalniettemin hebben de leden van de PvdA-fractie nog een aantal zorgen, die zij met onderstaande vragen verwoorden. De leden van de GroenLinks-fractie sluiten zich bij deze vragen aan.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsontwerp en hebben daarover nog enkele vragen. De leden kunnen zich vinden in de doelstelling van het wetsvoorstel om de bestuurlijke ingreep op Sint Eustatius te verlengen, onder gelijktijdige en geleidelijke afbouw van de huidige voorzieningen die zijn getroffen in het kader van de tijdelijke Wet taakverwaarlozing Sint Eustatius. De, ongekende, bestuurlijke ingreep uit 2018 moet helder in de tijd zijn afgebakend en er moet voorzien worden in randvoorwaarden voor duurzaam bestuurlijk herstel. Het onder curatele stellen van het gezag en het buitenspel zetten van de politieke representatie op het eiland kan niet ongelimiteerd voortduren. Dat staat haaks op het principe van democratische controle en bestuurlijk zelfbeheer, draagt niet bij aan de eigenwaarde van de Statianen en belemmert de ontwikkeling van duurzame bestuurskracht op Sint Eustatius. Maar het herstel, zo beklemtonen de leden, moet weloverwogen zijn en van heldere randvoorwaarden voorzien.

Vragen van de leden van de PvdA-fractie:

Covid-19 heeft ook op Sint Eustatius grote negatieve impact. Heeft dit gevolgen voor de voorgenomen verkiezingsdatum van 21 oktober 2020, zo vragen de leden van de PvdA-fractie. Welke gevolgen heeft dit voor de realisatie van de verschillende projecten? Kan de regering per project de te verwachten vertraging inschatten? Verwacht de regering een negatief effect op de verkiezingen door de mogelijke (verdere) vertraging van projecten als gevolg van Covid-19?

Deze leden begrijpen dat de nieuw te kiezen eilandsraad in eerste instantie niet over de in de WolBES neergelegde bevoegdheden gaat beschikken. De feitelijke verantwoordelijkheid blijft in eerste instantie bij de regeringscommissaris. Is er recent onderzoek onder de relatief kleine bevolking van Sint Eustatius waarin de bevolking is ondervraagd of het ontbreken van formele bevoegdheden voor de eilandsraad maakt dat zij niet gaan stemmen, in het bijzonder dat deel van de bevolking dat toch al tevreden is met het ingezette beleid van de regeringscommissaris? Kan de regering nogmaals uiteenzetten welke maatregelen genomen gaan worden om te stimuleren dat zoveel mogelijk stemgerechtigden hun stem gaan uitbrengen? Deze leden vragen de regering naar het te verwachten draagvlak voor de regeringscommissaris onder de leden van de eilandsraad. Coalitievorming is niet nodig zodat de kans niet ondenkbeeldig is dat de regeringscommissaris wordt geconfronteerd met een volledig oppositionele eilandsraad. Wat is de verwachting van de regering op dit punt en hoe voorkomt de regering dat, indien deze verwachting zich realiseert, de positie van de regeringscommissaris wordt verzwakt?

Dit wetsvoorstel geeft ook de Rijksvertegenwoordiger op termijn weer een formele positie binnen het bestuurlijk bestel van Sint Eustatius. Is de regering het met deze leden en in lijn met het advies van de Raad van State eens dat het los van de staatkundige inrichting van het Koninkrijk wenselijk is dat regionale samenwerking voor de bovenwindse eilanden gestimuleerd moet worden? Is het mogelijk om bevoegdheden en taken die formeel bij de Rijksvertegenwoordiger zijn belegd over te dragen aan de Nederlandse vertegenwoordiger op Sint Maarten? Is de regering hiertoe bereid?

De Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius gaf een harde termijn waarbinnen het democratisch bestuur op Sint Eustatius hersteld moest zijn, te weten in de eerste helft van 2021. Met dit wetsvoorstel wordt die termijn losgelaten. Hoewel de eerste verkiezingen vervroegd zijn ten opzichte van voornoemde wet, zal het volledig herstel van het lokale bestuur langer op zich laten wachten. Vanwege de voorwaardelijkheid die is gekoppeld aan het doorlopen van de vier fases naar normalisering is een concrete einddatum niet vast te stellen. Kan de regering desalniettemin een tijdspad schetsen waarin zij aannemelijk acht dat volledige normalisering gerealiseerd zal zijn? Acht de regering het denkbaar dat volledige normalisatie in het komende decennium zich überhaupt niet zal realiseren? Zou dit acceptabel zijn?

Vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie:

Ook Sint Eustatius wordt geconfronteerd met coronadreigingen. Kan de regering aangeven wat de impact is van deze dreigingen op het eiland en welke gevolgen dit heeft gehad voor de bestuurlijke visie zoals die aan dit wetsvoorstel ten grondslag ligt? Wat is hier de laatste stand van zaken? Leidt dit tot specifieke uitdagingen, ook bestuurlijk? De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen dat de bevolking van Sint Eustatius te maken heeft met rantsoenering van water. Kan de regering wat meer inkleuring geven aan de aard van het probleem en de impact van rantsoenering op bevolking en bedrijven? Ook in relatie tot de hygiënische vereisten die onmisbaar zijn voor een efficiënt coronabeleid en bescherming van de eilandbevolking.

De in de memorie van toelichting geschetste vier fases van terugtrekking zullen de nodige tijd behoeven. De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat we te maken hebben met taaie problematiek, met een groot aantal parallel werkende hardnekkige vraagstukken van sociale, economische, culturele en politiek-bestuurlijke aard. Is de veronderstelling niet reëel dat het herstelproces aanzienlijk langer gaat duren dan in 2018 en wellicht ook nu gedacht en gehoopt? Het gaat hierbij ook om wederzijds verwachtingenmanagement.

De nieuwe eilandsraad heeft in de eerste fase nauwelijks bevoegdheden. Zal dat niet leiden tot een proces van marginalisering en politieke frustratie, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Hoe managet de regering de overgang van de ene naar de andere fase van bestuurlijk herstel? Tellen alle in het transitieschema2 genoemde randvoorwaarden even sterk mee? Is het model van ingroeiende bevoegdheden niet een bron van conflict in de verhoudingen tussen regeringscommissaris, nieuwe eilandsraad, nieuw bestuurscollege en nieuwe gezaghebber? Spannend daarbij is met name de overgang van fase 2 naar fase 3: volledig herstel. Wie heeft daarbij de uiteindelijke stem? Welke rol is de nieuwe eilandsraad in deze afweging toebedeeld?

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben ook behoefte aan een verduidelijking van de rol van de Rijksvertegenwoordiger in de onderscheiden fasen van bestuurlijk herstel. Dat geldt ook voor het financieel beheer en het toezicht daarop.

De vorming van een nieuwe generatie van daadkrachtige bestuurders op het eiland is elementair voor een goed functionerende overheid. Zonder stevige bestuurskracht zal er geen sprake zijn van duurzaam herstel. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn benieuwd naar de appreciatie van de regering op dit punt. Zijn er tekenen van het toenemen van de eigen bestuurskracht van Sint Eustatius, en zo ja, waar bestaan deze uit? Waar gaat het goed, waar kan het beter? Hoe is de ondersteuning vanuit Nederland op dit essentiële punt geregeld? Hoe beoordeelt de regering de operationele kracht van de ambtelijke organisatie? Het gaat gezien de kleinschaligheid van Sint Eustatius niet alleen om structuren, maar ook om mensen. Zonder eigen bestuurskracht en een professioneel ambtelijke apparaat zal Sint Eustatius niet in staat zijn een duurzame toekomst voor het eiland te realiseren. Hoe voorkomen we, zo vragen de aan het woord zijnde leden, dat we over een paar jaar weer moeten ingrijpen?

Bestuurskracht heeft ook van doen met een culturele omslag. Met een energieke en ondernemende politieke cultuur. Kan de regering de leden van de ChristenUnie-fractie verduidelijken hoe het met deze noodzakelijke omslag en de randvoorwaarden daarvoor is gesteld? Wat zijn hier positieve en wat zijn minder positieve ontwikkelingen? Hoe valt de balans uit? Waar moeten extra accenten worden gelegd? Kan de regering met de leden van de ChristenUnie-fractie delen hoe het in haar ogen gesteld is met het vertrouwen van de Statiaanse bevolking in de politiek en in de politieke instituties? Is er sprake van een verandering of overheerst een gevoel van politiek wantrouwen?

Vrije verkiezingen zijn elementair in het democratisch proces. Dat geldt ook voor Sint Eustatius. De leden van de ChristenUnie-fractie horen graag welke condities de regering verbindt aan verkiezingen en wat dit betekent voor de datum van nieuwe verkiezingen voor het eilandbestuur. De leden lezen dat de twaalf criteria voor goed bestuur die de regering introduceerde in de tweede voortgangsrapportage3, als richtinggevend gelden. Dit brengt de leden tot de vraag of deze criteria allen even zwaarwegend zijn, of dat sommige – en zo ja, welke – criteria belangrijker zijn dan anderen in het beoordelen van de datum van nieuwe verkiezingen. Kan de regering hier nader op reflecteren? De leden horen ook graag wat de gevoelens onder de bevolking en maatschappelijke instellingen zijn over nieuwe verkiezingen. Hoe groot is het gevaar dat de oude politieke elite weer gewoon terugkeert en de inbreng van een nieuwe generatie van competente en integere eilandbestuurders neutraliseert? Is een datum in het najaar van 2020 niet te vroeg, zo vragen deze leden. Hoe groot is het afbreukrisico van te snelle verkiezingen in dat opzicht? Hoe vindt de regering balans tussen het democratisch primaat van tijdige reguliere verkiezingen en de aanwezigheid van een bestuurlijk kader dat de herstart van het politiek proces daadkrachtig vorm kan geven? Is dat überhaupt op deze termijn rond te krijgen? Ook voor de Statiaanse politiek en politici zelf? Hoe beoordeelt de regering het politieke speelveld en de vorming van een nieuwe generatie Statiaanse politici? Is er sprake van nieuwe partijvorming?

In het algemeen zal gelden, zo stellen de leden van de ChristenUnie-fractie, dat fricties zich zullen voordoen op de scharnierpunten tussen geleidelijke terugtrekking van de Nederlandse interventie enerzijds en bestuurlijk herstel anderzijds. Dat vereist transparant overdrachtsbeleid. Hoe is deze overdracht geregeld? Welke sectoren komen eerst, welke komen later? Het raakt ook direct de verantwoordelijkheden van de regeringscommissaris – die thans het bestuur van Sint Eustatius uitoefent – en een nieuw eilandsbestuur. Kan de regering schetsen hoe zij deze geleidelijke afbouw van de «span of control» van de regeringscommissaris (en zijn ondersteuningsteam) ziet?

De leden van de ChristenUnie-fractie zijn benieuwd hoe de adviezen en geluiden van de Maatschappelijke Raad van Advies en de «Central Dialogue Statia» zijn verwerkt in het voorliggende wetsvoorstel en de bestuurlijke herstelfilosofie. Kan daarin ook worden ingegaan op de inbreng van de kerken op Sint Eustatius? De kerken vormen immers het sociale cement van de gemeenschap en hun rol is belangrijk in het herstelproces. Is deze rol goed belegd? Is het niet onverstandig te vroeg afscheid te nemen van de Maatschappelijke Raad van Advies? Waarom roepen we weer nieuwe gremia in het leven? Is dat niet «overdone» gezien de grootte van het eiland en het daarmee beperkte aantal gesprekspartners?

In de memorie van toelichting wordt gesteld dat leden van de Maatschappelijke Raad van Advies de beoogde datum van nieuwe verkiezingen in dit najaar aan de krappe kant vinden. Dat vinden de leden van de ChristenUnie-fractie geen bemoedigend signaal. Kan de regering nader argumenteren waarom voor deze datum is gekozen en hoe de balans uitvalt tussen snelheid en zorgvuldigheid? Aangezien het hier de eerste nieuwe vrije verkiezing betreft, moet de terugkeer naar democratische verhoudingen niet verstoord worden door verkiezingen waarvoor de politiek zelf nog niet klaar is.

Sint Eustatius is een klein eiland, met amper 3.000 inwoners. De overige Nederlandse gemeenten zijn beduidend groter. Kan de regering aangeven hoe de prestaties die in de afgelopen twee jaar zijn gerealiseerd zich verhouden tot dit bescheiden schaalniveau? Zijn deze prestaties en verbeteringen proportioneel? Zijn ze ook zichtbaar voor de bevolking? Hoe oordeelt de «gemiddelde» Statiaan over de bereikte resultaten? Hoe is het dit opzicht gesteld met kwetsbare groepen op Sint Eustatius, waaronder mensen in de onderstand, eenoudergezinnen en ouderen? Zien zij nieuw perspectief?

De samenwerking tussen Nederlandse departementen en het bestuur van Sint Eustatius was steeds een bron van irritatie en onvrede. Is deze samenwerking de afgelopen twee jaar structureel verbeterd, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie, en welke lessen trekt de regering hieruit voor toekomstig, democratisch gelegitimeerd bestuur op het eiland?

De ingreep van Nederland in het bestuur van Sint Eustatius was zonder weerga. De leden van de ChristenUnie-fractie onderschrijven het belang van het leren van deze radicale ingreep. Kan de regering verhelderen hoe deze leerervaringen zijn ingeregeld? Dat kan immers bredere relevantie hebben voor het reilen en zeilen van ons Koninkrijk.

De commissie ziet de memorie van antwoord in reactie op de gestelde vragen graag uiterlijk vrijdag 26 juni 2020, 15.00 uur tegemoet, teneinde de nadere procedure van het wetsvoorstel op 30 juni 2020 in de commissie te kunnen bespreken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, Rosenmöller

De griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, Bergman


X Noot
1

Samenstelling:

Ester (CU), Ganzevoort (GL), Sent (PvdA), Gerkens (SP), Atsma (CDA), Van Hattem (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), Oomen-Ruijten (CDA), Schalk (SGP), Baay-Timmerman (50PLUS), Wever (VVD), Adriaansens (VVD), Beukering (FVD) (ondervoorzitter), Bezaan (PVV), Van der Burg (VVD),

Dessing (FVD), Dittrich (D66), Gerbrandy (OSF), Moonen (D66), Nanninga (FVD), Nicolaï (PvdD), Recourt (PvdA), Rosenmöller (GL) (voorzitter),Veldhoen (GL), De Vries (Fractie-Otten)

X Noot
2

Kamerstukken II 2019/2020, 35 422, nr. 3, paragraaf 3.2.8. Schematische weergave fasering.

X Noot
3

Kamerstukken I 2018/2019, 34 877, F, p.8–9.

Naar boven