35 393 Betrekkingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk

Nr. 55 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2026

Na het uitreden van het Verenigde Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (hierna Brexit) is er een Europese verordening vastgesteld ter financiële compensatie van de lidstaten van de gevolgen van de Brexit. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van de evaluatie van het spoor Algemeen Bedrijfsleven van de Brexit Adjustment Reserve (BAR). Met deze evaluatie, uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), wordt invulling gegeven aan de toezegging om uw Kamer te informeren over de doeltreffendheid, doelmatigheid en het doelgroepbereik van dit spoor. Tevens informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van het definitieve auditonderzoek van de Europese Commissie naar de Nederlandse BAR-aanvraag. Dit betreft een reguliere auditprocedure van de Europese Commissie gericht op de rechtmatige en correcte besteding van middelen, die voor alle lidstaten wordt uitgevoerd.

1. Achtergrond en implementatie

De BAR-verordening is op 8 oktober 2021 vastgesteld, na het formele uittreden van het VK uit de Europese Unie op 31 januari 2020. Nederland heeft de BAR geïmplementeerd via drie sporen: 1) Algemeen Bedrijfsleven, 2) visserij, en 3) reeds gemaakte publieke kosten. Hiermee werden de brede economische gevolgen van de Brexit voor bedrijven opgevangen, de zwaar getroffen visserijsector gericht ondersteund en reeds gemaakte publieke kosten van de overheid gecompenseerd. Het spoor Algemeen Bedrijfsleven, onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, bestond uit twee compensatieregelingen en het EU-Handelsprogramma. De regelingen liepen van 16 mei 2022 tot 31 december 2023.

Nederland heeft voortvarend uitvoering gegeven aan de implementatie van de BAR. Kort na publicatie van de verordening is binnen Nederland een managementautoriteit ingericht om het beheer, de uitvoering, de controle en verantwoording van de BAR-middelen richting de Europese Commissie te coördineren. De nadere uitwerking van de verschillende sporen vergde onder meer staatssteungoedkeuring en afstemming over uitvoerings- en controlevereisten. Dat heeft tijd gekost, maar was noodzakelijk om te voldoen aan de Europese voorwaarden en om risico’s op latere correcties of terugvorderingen te voorkomen.

Uw Kamer is eerder geïnformeerd over de Nederlandse inzet en implementatie van de BAR, onder meer in de Kamerbrieven van 30 april 2021 (over de raadspositie en inzet)1, 11 februari 2022 (over de BAR-verordening en nationale uitwerking)2, 19 december 2022 (over de voortgang en implementatie)3, 14 maart 2023 (over herverdeling van BAR-middelen)4 en 25 januari 2024 (over onderuitputting en stand van zaken van de afronding).5

2. Conclusies uit het onderzoek

Bij de beoordeling van de uitkomsten is het van belang de context in ogenschouw te nemen. De toedeling van BAR-middelen aan de EU lidstaten vond plaats op basis van vooraf vastgestelde indicatoren, zoals handelsintensiteit met het VK en geografische nabijheid. Deze toedeling was niet gebaseerd op daadwerkelijk gerealiseerde schade. Hierdoor kon de uiteindelijke behoefte aan compensatie afwijken van de vooraf veronderstelde omvang. Verder werd de verordening vastgesteld nadat bedrijven zich reeds in belangrijke mate hadden aangepast aan de nieuwe handelsrealiteit met het VK.

Het kabinet heeft er bij de inrichting van de regelingen bewust voor gekozen deze zorgvuldig en controleerbaar vorm te geven, mede om het risico op afkeuring van uitgaven bij de einddeclaratie te beperken. Deze zorgvuldigheid heeft bijgedragen aan een rechtmatige uitvoering, maar heeft mogelijk ook invloed gehad op de ervaren administratieve lasten.

Uit de evaluatie blijkt dat het doelgroepbereik beperkt is geweest, omdat er veel tijd zat tussen de Brexit en de openstelling van de regeling, de indieningstermijn als kort werd ervaren, de gevraagde bewijslast hoog was en niet alle kosten werden vergoed, waardoor de regelingen niet altijd goed aansloten op de behoeften van bedrijven. Het gebruik van zowel de compensatieregelingen als het EU-Handelsprogramma bleef achter bij de oorspronkelijke verwachtingen, wat heeft bijgedragen aan onderuitputting binnen dit spoor. Tegelijkertijd laat de evaluatie zien dat de regelingen in opzet toegankelijk waren voor verschillende typen bedrijven en dat de voorwaarden helder waren geformuleerd. De bekendheid van de regelingen onder de doelgroep lijkt op orde te zijn geweest.

De beperkte deelname kent meerdere verklaringen. Allereerst zat er relatief veel tijd tussen het uittreden van het VK en de openstelling van de BAR-regelingen. Veel bedrijven hadden zich in de tussenliggende periode reeds aangepast aan de nieuwe handelsrealiteit. Daarnaast werd de bewijslast door sommige ondernemers als substantieel ervaren en kwamen niet alle gemaakte kosten in aanmerking voor compensatie. Deze elementen vloeien in belangrijke mate voort uit de Europese verordening, die vereiste dat uitsluitend aantoonbare en direct aan Brexit gerelateerde kosten subsidiabel waren. Om het gebruik van de regeling te vergroten en meer bedrijven in staat te stellen hiervan gebruik te maken, is bij wijziging van de regeling de openstelling voor nog te maken kosten verlengd tot 13 januari 2023 en zijn administratieve vereisten op onderdelen vereenvoudigd. Daarmee is getracht het gebruik te bevorderen, binnen de grenzen van de verordening en met inachtneming van de controlevereisten.

Doeltreffendheid

De evaluatie concludeert dat de compensatieregelingen niet, of hoogstens beperkt doeltreffend zijn geweest vooral door het lage doelgroepbereik en omdat zij slechts in beperkte mate de financiële druk van Brexit op bedrijven verlichtten, niet alle kosten dekten en nauwelijks bijdroegen aan kennisontwikkeling of het voorkomen van bedrijfsproblemen.

Voor de bedrijven die gebruik hebben gemaakt van de regeling, heeft deze in individuele gevallen bijgedragen aan het opvangen van Brexit-gerelateerde kosten en aan verlichting van financiële druk. Daarbij geldt dat de BAR-verordening zich richtte op compensatie van specifieke kosten en niet op bredere economische ondersteuning.

Het EU-Handelsprogramma is als beperkt doeltreffend beoordeeld, doordat het lage aantal deelnemers het totale effect beperkte, ondanks dat deelnemers zelf wel meer exportkennis, contacten en in sommige gevallen groei in export hebben ervaren. Voor de deelnemende bedrijven zijn echter positieve effecten zichtbaar. Deelnemers rapporteren meer inzicht in kansrijke markten, versterkte exportkennis, nieuwe contacten en uitbreiding van hun internationale netwerk. Voor een deel van de deelnemers heeft dit geleid tot exporttoename en verminderde afhankelijkheid van de Britse markt. Deelnemers zijn overwegend positief over hun deelname.

Doelmatigheid

De evaluatie kwalificeert de doelmatigheid als niet, of hoogstens beperkt. Dit hangt in belangrijke mate samen met het lagere bereik en de daardoor relatief hoge uitvoeringskosten in verhouding tot de gerealiseerde uitgaven. Binnen dit spoor is circa 57% van de middelen opgegaan aan uitvoering.

Tegelijkertijd wordt in de evaluatie opgemerkt dat, gegeven het lagere aantal aanvragen dan aanvankelijk voorzien, bij de uitvoering door RVO gestreefd is om dit zo efficiënt mogelijk te doen. Ingehuurde capaciteit is flexibel ingezet op andere werkzaamheden, waardoor middelen niet onnodig zijn verspild. De inzet van deze middelen heeft – omdat het Europese middelen betrof – geen directe druk gelegd op de nationale begroting.

Aanbevelingen en opvolging

De evaluatie bevat verschillende aanbevelingen, waaronder:

  • – Onderzoek bij de start van nieuw beleid expliciet of sprake is van een reëel en actueel probleem dat overheidsinterventie rechtvaardigt, ook wanneer EU-middelen beschikbaar zijn.

  • – Beoordeel kritisch de uitvoerbaarheid van Europese voorwaarden.

  • – Werk waar mogelijk met flexibele uitvoeringscapaciteit.

  • – Betrek uitvoerders en doelgroepen vroegtijdig bij de vormgeving van regelingen.

  • – Overweeg toepassing van een doenvermogentoets bij vergelijkbaar toekomstig beleid. Met een dergelijke toets wordt inzichtelijk gemaakt hoe voorgenomen beleid uitvoerbaar kan worden ingericht, waarbij de belangrijkste uitkomsten en afwegingen expliciet worden vastgelegd.

Het kabinet onderschrijft het belang van deze aanbevelingen en zal deze betrekken bij toekomstige beleidsontwikkeling en bij de Nederlandse inzet in Europese onderhandelingen over vergelijkbare instrumenten.

3. Afronding audit en vaststelling Nederlandse BAR-aanvraag

Als vervolg op de brief van 16 december 2024 over de formele aanvraag van middelen uit de BAR, informeer ik uw Kamer dat Nederland op 13 januari 2026 het definitieve auditverslag van de Europese Commissie heeft ontvangen en op 15 januari 2026 de daaropvolgende acceptatiebrief. De Europese Commissie heeft de Nederlandse BAR positief beoordeeld en vastgesteld, met slechts een beperkte technische correctie.

Het auditverslag bevat een positieve beoordeling van de Nederlandse implementatie van de BAR. Er zijn geen aanwijzingen voor structurele tekortkomingen in het Nederlandse beheers- en controlesysteem en geen openstaande aanbevelingen. Dit benadrukt dat de BAR in Nederland zorgvuldig en rechtmatig is uitgevoerd.

Het auditonderzoek bevat één bevinding met financiële impact. Deze heeft betrekking op maatregel 18.6 (douanepersoneel) en komt voort uit het gebruik van een afwijkende standaardtijd in het Nederlandse rekenmodel voor personeelskosten, waardoor de berekening deels afweek van de eerder door de Europese Commissie goedgekeurde uitgangspunten. De Commissie heeft hiervoor een correctie toegepast van € 4.757.417.

Nederland heeft in totaal € 546.701.656 aan uitgaven gedeclareerd. Na toepassing van de correctie resteert € 541.944.239 aan subsidiabele uitgaven. Dit bedrag ligt nog steeds boven de voor Nederland geldende nationale enveloppe van € 485.547.090. De toegepaste correctie heeft daarom geen gevolgen voor de rijksbegroting. In de acceptatiebrief bevestigt de Commissie dat de Nederlandse aanvraag is geaccepteerd ter hoogte van de voor Nederland geldende envelop.

De formele juridische vaststelling volgt via een uitvoeringshandeling van de Commissie. Daarin wordt definitief bepaald of de voorlopige toewijzing volledig wordt uitbetaald en of sprake is van herverdeling van niet-benutte middelen tussen lidstaten op grond van artikel 12, zesde lid, van de BAR-verordening. Met de acceptatiebrief is de inhoudelijke beoordeling van de Nederlandse BAR-aanvraag afgerond. Zodra de uitvoeringshandeling is vastgesteld, zal ik uw Kamer hierover informeren.

4. Tot slot

Met deze brief komt het kabinet de toezegging na om uw Kamer te informeren over de evaluatie van het spoor Algemeen Bedrijfsleven van de BAR. Tevens is uw Kamer geïnformeerd over de afronding van het auditonderzoek en de acceptatie van de Nederlandse aanvraag.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert


X Noot
1

Kamerbrief van 30 april 2021 over de Raadspositie en Nederlandse inzet inzake de Brexit Adjustment Reserve, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 38.

X Noot
2

Kamerbrief van 11 februari 2022 over de publicatie van de BAR-verordening en de voorgenomen nationale regelingen, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 47.

X Noot
3

Kamerbrief van 19 december 2022 over de Nederlandse implementatie van de BAR, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 54.

X Noot
4

Kamerbrief van 14 maart 2023 over de herverdeling van BAR-middelen, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 50.

X Noot
5

Kamerbrief van 25 januari 2024 over de onderuitputting en stand van zaken Nederlandse BAR-implementatie, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 53.


X Noot
1

Kamerbrief van 30 april 2021 over de Raadspositie en Nederlandse inzet inzake de Brexit Adjustment Reserve, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 38.

X Noot
2

Kamerbrief van 11 februari 2022 over de publicatie van de BAR-verordening en de voorgenomen nationale regelingen, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 47.

X Noot
3

Kamerbrief van 19 december 2022 over de Nederlandse implementatie van de BAR, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 54.

X Noot
4

Kamerbrief van 14 maart 2023 over de herverdeling van BAR-middelen, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 50.

X Noot
5

Kamerbrief van 25 januari 2024 over de onderuitputting en stand van zaken Nederlandse BAR-implementatie, Tweede Kamerstuk 35 393, nr. 53.

Naar boven