35 386 Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling)

S VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 13 mei 2026

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu over de Wet veilige jaarwisseling. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 16 december 2025.

  • Een uitstelbericht van 8 januari 2026.

  • Een rappelbrief van 14 januari 2026.

  • De antwoordbrief van 8 mei 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT / VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu

Den Haag, 16 december 2025

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 13 november 2025 waarbij u eerder gestelde vragen beantwoordt over de Wet veilige jaarwisseling.2 Naar aanleiding van deze brief hebben de leden van de fracties van de BBB nog enkele vragen en opmerkingen omdat deze leden niet tevreden zijn met de gegeven antwoorden. De leden van de fractie van JA21 sluiten zich bij de gestelde vragen aan.

De leden van de fractie van de BBB ontvangen uit de sector geluiden dat er met de sector niet goed wordt overlegd. Kan de regering aangeven hoe vaak er overleg is geweest met de sector? En wat er met de inbreng van de sector is gedaan? Kan de regering de verslagen van deze bijeenkomsten met de Kamer delen?

De leden van de fractie van de BBB constateren dat de vuurwerkbranche al langere tijd aangeeft dat zij onvoldoende wordt betrokken bij de besluitvorming rond de Wet veilige jaarwisseling en dat het overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vooral formeel plaatsvindt zonder daadwerkelijke opvolging van de aangedragen oplossingen. Ondernemers ervaren dat zij worden geconfronteerd met nationale technische eisen aan vuurwerk die mogelijk in strijd zijn met Europese harmonisatie, terwijl de financiële gevolgen voor hun bedrijfsvoering aanzienlijk zijn en er geen zekerheid bestaat over tijdige en onafhankelijke nadeelcompensatie.

Daarnaast ontbreekt het aan tijdige duidelijkheid over de noodzakelijke keuringen en inkoop voor de jaarwisseling 2026–2027, waardoor ondernemers ernstig in de knel komen. Gelet op het voorgaande stellen de leden van de fractie van de BBB de regering de volgende vragen.

  • 1. Kan de regering de leden van de BBB toelichten welke technische eisen in de wijziging voor van de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (Rac) van 7 oktober 20253 zijn toegevoegd of aangescherpt ten aanzien van consumentenvuurwerk, zoals strengere limieten voor burstladingen, verboden op bepaalde fluit- en whirlladingen en aanvullende eisen aan chemische samenstelling?

  • 2. Klopt het dat deze technische aanpassingen afwijken van de geharmoniseerde Europese norm NEN-EN 15947-54 en dat Nederland hiermee eigen producteisen toevoegt aan een volledig door de Europese Unie geharmoniseerd product? Zo nee, op welke onderdelen niet?

  • 3. Erkent de regering dat artikel 4 leden 1 en 2 van de Pyrorichtlijn5 lidstaten verbiedt eigen technische eisen op te leggen aan geharmoniseerde producten en dat alleen beperkingen op gebruik, bezit of verkoop zijn toegestaan? Zo nee, waarom niet?

  • 4. Waarom kiest Nederland voor technische productaanpassingen in plaats van de toegestane weg van een verkoop- of gebruiksbeperking? Welke juridische of beleidsmatige overwegingen lagen hieraan ten grondslag?

  • 5. Is de wijziging van de Rac correct genotificeerd bij de Europese Commissie? Zo ja, wanneer? En kan de regering de notificatiestukken en eventuele reacties van de Europese Commissie of andere lidstaten naar de Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?

  • 6. Heeft de Europese Commissie opmerkingen gemaakt over mogelijke strijdigheid met het Europees recht, waaronder artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)? Zo ja, welke? Zo nee, heeft de regering zelf een juridische toetsing laten uitvoeren op dit risico?

  • 7. Is de regering bereid om de wijziging van de Rac te herzien of op te schorten totdat volledige conformiteit met de lidstaten van de Europese Unie is vastgesteld? Zo nee, waarom niet?

  • 8. Welke suggesties, aanbevelingen of adviezen vanuit de vuurwerkbranche heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat daadwerkelijk overgenomen? Kan de regering per ingebrachte branche-suggestie aangeven of deze is overgenomen, deels overgenomen of afgewezen en met welke motivering?

  • 9. Deelt de regering de indruk van de leden van de fractie van de BBB inhoudende dat gesprekken met de branche door ondernemers als «aanhoren zonder opvolging» worden ervaren? Hoe verhoudt dit zich tot de mededelingen aan de Kamer dat met de sector «goed overleg» is gevoerd?

  • 10. Bij welke onafhankelijke instantie met doorzettingsmacht kunnen ondernemers terecht wanneer zij menen dat zij oneerlijk worden geraakt door de regelgeving of de uitvoering daarvan? Bestaat hiervoor een functionerende structuur?

  • 11. Welke partij gaat de nadeelcompensatie uitvoeren en op welke wijze is de onafhankelijkheid van deze uitvoerder geborgd? Waarom is niet gekozen voor een onafhankelijke toezichthouder zoals de Autoriteit Consument & Markt (ACM) of een externe schade-expert?

  • 12. Is het juist dat er op dit moment geen budgettaire dekking bestaat voor nadeelcompensatie, zoals eerder door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is gecommuniceerd? Op welke wijze kan de regering in dat geval garanderen dat gedupeerde ondernemers rechtmatig en volledig worden gecompenseerd?

  • 13. Kan de regering garanderen dat vuurwerkverkopers vóór maart 2026 duidelijkheid hebben over het al dan niet ingaan van de Wet veilige jaarwisseling per 1 juli 2026, zodat zij tijdig kunnen inkopen en keuren voor de jaarwisseling 2026–2027? Zo nee, waarom niet en wanneer volgt die duidelijkheid dan wél?

  • 14. Op welke wijze voorkomt de regering dat CE-gemarkeerde vuurwerkproducten die in andere Europese landen legaal zijn, door nationale technische eisen onterecht worden geweerd van de Nederlandse markt?

  • 15. De leden van de fractie van de BBB wijzen bij de internetconsultatie op een reactie van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.6 Het genootschap geeft aan dat de burgemeesters niet het juiste orgaan zijn om over dit onderwerp een besluit te nemen omdat zij niet over de specifieke kennis beschikken. Is de regering het met de leden van de fractie van de BBB eens dat hiermee de wet niet uitvoerbaar is? Graag ontvangen deze leden een uitgebreide reactie op de uitvoerbaarheid van deze wet.

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, R. Lievense

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT – OPENBAAR VERVOER EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 januari 2026

Op 16 december 2025 hebben leden van de fracties BBB en JA21 aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van de gegeven antwoorden op eerder gestelde vragen inzake de Wet veilige jaarwisseling. Deze aanvullende vragen hebben onder andere betrekking op een compensatieregeling voor de vuurwerkbranche in verband met het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten.

Ik ben op dit moment in gesprek met de vuurwerkbranche over een compensatieregeling naar aanleiding van het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling). Zolang deze gesprekken lopen kan ik niet inhoudelijk ingaan op de gestelde vragen. Zodra deze gesprekken zijn afgerond, zal ik de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer toesturen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT / VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu

Den Haag, 14 januari 2026

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft kennisgenomen van uw uitstelbrief van 8 januari 20267 inzake de beantwoording van de bij uitgaande brief van 16 december 20258 gestelde nadere vragen inzake het initiatiefvoorstel-Klaver en Ouwehand Wet veilige jaarwisseling. U geeft in de brief aan in gesprek te zijn met de vuurwerkbranche over een compensatieregeling naar aanleiding van het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten en dat u zolang deze gesprekken duren niet inhoudelijk kunt ingaan op de gestelde vragen. Desalniettemin verzoekt de commissie u de vragen op korte termijn te beantwoorden, nu de samenleving behoefte heeft aan duidelijkheid over dit onderwerp en het moment van inwerkingtreding van het wetsvoorstel.

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ziet uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangt deze graag zo spoedig mogelijk.

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, R. Lievense

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT – OPENBAAR VERVOER EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag 8 mei 2026

Op 16 december jl. heb ik uw schrijven (kenmerk 179219) ontvangen naar aanleiding van de beantwoording door mijn voorganger van eerder gestelde vragen over de Wet veilige jaarwisseling.9 Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (IenW/VRO) hebben de fracties BBB en JA21 nog enkele nadere vragen en opmerkingen. Hierbij stuur ik u de beantwoording van deze vragen.

De gesprekken over de nadeelcompensatieregeling zijn zowel interdepartementaal als met de vuurwerkbranche inmiddels afgerond. Zowel de uitgangspunten voor de nadeelcompensatieregeling als de benodigde dekking zijn nu bekend10 zodat de vragen beantwoord kunnen worden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.W.H. Bertram

1.

Kan de regering de leden van de BBB toelichten welke technische eisen in de wijziging voor van de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (Rac) van 7 oktober 202511 zijn toegevoegd of aangescherpt ten aanzien van consumentenvuurwerk, zoals strengere limieten voor burstladingen, verboden op bepaalde fluit- en whirlladingen en aanvullende eisen aan chemische samenstelling?

Met de wijziging van de Rac die in de Staatscourant is gepubliceerd op 7 oktober 202512 is enkel de burstlading beperkt tot een maximum van 5 procent per pyrotechnische unit. Andere technische wijzigingen zijn, in afwachting van een onderzoek naar fluit- en whirllading, niet doorgevoerd.

2.

Klopt het dat deze technische aanpassingen afwijken van de geharmoniseerde Europese norm NEN-EN 15947–53 en dat Nederland hiermee eigen producteisen toevoegt aan een volledig door de Europese Unie geharmoniseerd product? Zo nee, op welke onderdelen niet?

In de Rac is bepaald welk vuurwerk is aangewezen als consumentenvuurwerk. Vuurwerk dat niet (meer) is aangewezen in de Rac is geen consumentenvuurwerk, maar professioneel vuurwerk. Dat betekent dat dit niet mag worden verkocht aan, in bezit zijn van of worden gebruikt door consumenten. Dat neemt niet weg dat dit vuurwerk in Nederland wel mag worden verkocht aan, in bezit zijn van of worden gebruikt door personen met gespecialiseerde kennis. Met de wijziging van de Rac wordt niets veranderd aan de producteisen.

3.

Erkent de regering dat artikel 4 leden 1 en 2 van de Pyrorichtlijn13 lidstaten verbiedt eigen technische eisen op te leggen aan geharmoniseerde producten en dat alleen beperkingen op gebruik, bezit of verkoop zijn toegestaan? Zo nee, waarom niet?

Dat klopt, zie het antwoord op vraag 2.

4.

Waarom kiest Nederland voor technische productaanpassingen in plaats van de toegestane weg van een verkoop- of gebruiksbeperking? Welke juridische of beleidsmatige overwegingen lagen hieraan ten grondslag?

Er zijn geen technische productaanpassingen gesteld, maar juist beperkingen gesteld aan verkoop, bezit en gebruik. Bepaald vuurwerk mag niet meer worden verkocht aan, in bezit zijn van of worden gebruikt door anderen dan personen met gespecialiseerde kennis (consumenten).

5.

Is de wijziging van de Rac correct genotificeerd bij de Europese Commissie? Zo ja, wanneer? En kan de regering de notificatiestukken en eventuele reacties van de Europese Commissie of andere lidstaten naar de Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?

Ja, de wijziging van de Rac is correct genotificeerd bij de Europese Commissie op 18 juni 2025 (notificatienummer 2025/0307/NL).

De stukken zijn te raadplegen via https://technical-regulation-information-system.ec.europa.eu/en/notification/27003.

6.

Heeft de Europese Commissie opmerkingen gemaakt over mogelijke strijdigheid met het Europees recht, waaronder artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)? Zo ja, welke? Zo nee, heeft de regering zelf een juridische toetsing laten uitvoeren op dit risico?

De technische notificatie van de wijziging van de Rac heeft niet geleid tot opmerkingen van de Europese Commissie of andere lidstaten.

7.

Is de regering bereid om de wijziging van de Rac te herzien of op te schorten totdat volledige conformiteit met de lidstaten van de Europese Unie is vastgesteld? Zo nee, waarom niet?

Nee, omdat er geen strijd is met het Unierecht.

8.

Welke suggesties, aanbevelingen of adviezen vanuit de vuurwerkbranche heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat daadwerkelijk overgenomen? Kan de regering per ingebrachte branche-suggestie aangeven of deze is overgenomen, deels overgenomen of afgewezen en met welke motivering?

De vuurwerkbranche heeft naar aanleiding van de signaalrapportage van de ILT uit 2022 over het aantreffen van enkele ondeugdelijke gaasverpakkingen, de volgende maatregelen voorgesteld:

  • Alle producten met een «screamer» effect (fluitend geluid) niet meer in gaasverpakking vervoeren/opslaan, ongeacht het type gaasverpakking. Dit geldt zowel bij plastic als papieren buizen.

  • Alle producten met een «whirl» effect (ronddraaiend) niet meer in gaasverpakking vervoeren/opslaan, ongeacht het type gaasverpakking.

  • Alle producten met een burstpercentage van meer dan 12,5 procent niet meer in «rondom gaasverpakking» vervoeren/opslaan.

Deze maatregelen heeft de ILT in de periode september 2023 tot en met mei 2024 getest. Uit de onderzoeken van de ILT kon de directe oorzaak van de eerdere massa-explosies niet worden achterhaald. Ook de recente onderzoeken door TNO, in opdracht van de ILT, toonden geen massa-explosiviteit meer aan. Dit is een sterke indicatie dat de door de sector getroffen maatregelen effect sorteren, maar de oorzaak was nog steeds onduidelijk. Deze resultaten gaven aanleiding om de maatregelen van de vuurwerkbranche vast te leggen in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (Rac). Het RIVM heeft hiervoor een advies opgesteld. Vanwege de overgebleven onduidelijkheden is een studie gestart naar het risico op massa-explosiviteit in relatie tot fluit- en whirllading. In de toelichting bij de wijziging van de Rac is te lezen welke wijzigingen zijn doorgevoerd en hoe commentaren zijn verwerkt.

9.

Deelt de regering de indruk van de leden van de fractie van de BBB inhoudende dat gesprekken met de branche door ondernemers als «aanhoren zonder opvolging» worden ervaren? Hoe verhoudt dit zich tot de mededelingen aan de Kamer dat met de sector «goed overleg» is gevoerd?

In het kader van de wijziging van de Rac is meerdere malen overleg gevoerd door zowel de ILT als IenW met de brancheverenigingen van de importeurs en de detailhandelaren. Zoals uit vraag 8 al blijkt, wordt daar waar mogelijk inbreng van de vuurwerkbranche meegewogen en opvolging aan gegeven.

Ook bij het opstellen van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling en de nadeelcompensatieregeling voor vuurwerkbedrijven in het kader van het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten is er veelvuldig contact geweest met de brancheverenigingen. Ook in deze trajecten is daar waar mogelijk de inbreng van de branche meegenomen en verwerkt, zoals in het Ontwerpbesluit en het rapport waarin de effecten van een landelijk vuurwerkverbod in beeld zijn gebracht of bij het opstellen van de regelingsteksten.

10.

Bij welke onafhankelijke instantie met doorzettingsmacht kunnen ondernemers terecht wanneer zij menen dat zij oneerlijk worden geraakt door de regelgeving of de uitvoering daarvan? Bestaat hiervoor een functionerende structuur?

De rechtmatigheid van regelgeving kan via een vordering tot onrechtmatig verklaring bij de rechtbank Den Haag aan de orde worden gesteld. Dat is in dit geval ook gebeurd. Bij vonnis van 12 november 2025 heeft de kortgedingrechter te Den Haag geoordeeld dat de Staatssecretaris van het Ministerie van IenW in redelijkheid tot vaststelling van de regeling tot wijziging van de Rac heeft kunnen komen en heeft de vorderingen van drie brancheorganisaties van vuurwerkondernemers afgewezen (ECLI:NL:RBDHA:2025:21169).

Tegen uitvoeringsbesluiten staat in de regel bezwaar bij het bevoegd gezag en beroep bij de bevoegde bestuursrechter open.

11.

Welke partij gaat de nadeelcompensatie uitvoeren en op welke wijze is de onafhankelijkheid van deze uitvoerder geborgd? Waarom is niet gekozen voor een onafhankelijke toezichthouder zoals de Autoriteit Consument & Markt (ACM) of een externe schade-expert?

De beoogde uitvoerder van de beleidsregel nadeelcompensatie voor de detailhandelaren is RVO. RVO heeft ruime ervaring met verschillende regelingen waaronder ook de regeling «Tijdelijke subsidieregeling vuurwerkverbod COVID-19». Voor de importeurs wordt een externe expert betrokken om uitvoering te geven aan het convenant.

12.

Is het juist dat er op dit moment geen budgettaire dekking bestaat voor nadeelcompensatie, zoals eerder door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is gecommuniceerd? Op welke wijze kan de regering in dat geval garanderen dat gedupeerde ondernemers rechtmatig en volledig worden gecompenseerd?

Nee. Voor de vormgeving van de voorgestelde nadeelcompensatieregeling en de dekking verwijs ik naar de Kamerbrief over Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven van 8 mei 2026 die u heden is toegezonden.14

13.

Kan de regering garanderen dat vuurwerkverkopers vóór maart 2026 duidelijkheid hebben over het al dan niet ingaan van de Wet veilige jaarwisseling per 1 juli 2026, zodat zij tijdig kunnen inkopen en keuren voor de jaarwisseling 2026–2027? Zo nee, waarom niet en wanneer volgt die duidelijkheid dan wél?

Met het toesturen van de Kamerbrief uitgangspunten nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven15 hebben Ministeries IenW en JenV aan alledrie de voorwaarden invulling gegeven die volgens de toelichting van het amendement Michon-Derkzen16 aan de instemming van de Kamers met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling worden gesteld. Het is vervolgens aan beide Kamers om te bepalen of en wanneer aan de voorwaarden is voldaan en dus of de Wet veilige jaarwisseling in werking kan treden. Het Kabinet streeft ernaar om de Wet op 1 augustus 2026 in werking te laten treden.

14.

Op welke wijze voorkomt de regering dat CE-gemarkeerde vuurwerkproducten die in andere Europese landen legaal zijn, door nationale technische eisen onterecht worden geweerd van de Nederlandse markt?

De Pyrorichtlijn staat lidstaten toe de verkoop aan, alsmede het bezit en het gebruik door het algemene publiek van pyrotechnische artikelen van de categorieën F2 en F3 om redenen van openbare orde, volksgezondheid of milieu te beperken of te verbieden. Het weren van deze vuurwerkproducten van de Nederlandse markt om redenen van openbare orde, volksgezondheid en milieu is dan ook geenszins ten onrechte.

15.

De leden van de fractie van de BBB wijzen bij de internetconsultatie op een reactie van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.17 Het genootschap geeft aan dat de burgemeesters niet het juiste orgaan zijn om over dit onderwerp een besluit te nemen omdat zij niet over de specifieke kennis beschikken. Is de regering het met de leden van de fractie van de BBB eens dat hiermee de wet niet uitvoerbaar is? Graag ontvangen deze leden een uitgebreide reactie op de uitvoerbaarheid van deze wet.

Er is begrip voor het standpunt van de burgemeesters omdat het in een aantal gevallen zeker niet eenvoudig zal zijn om uitvoering te geven aan de Wet. Met de betrokken partijen waaronder VNG en de Ministeries BZK en JenV blijven we hierover in gesprek. De Wet veilige jaarwisseling is ingediend door de Tweede Kamer en door de regering bekrachtigd. De regering is het dan ook niet eens dat de wet niet uitvoerbaar is. Om gemeenten te ondersteunen bij het maken van een afweging en het verlenen van een ontheffing wordt door VNG een handreiking opgesteld met daarin ook modellen. De Ministeries van JenV en IenW bieden ondersteuning bij het opstellen van de handreiking.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB) (voorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Van Meenen (D66), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I 2024/25, 35 386, J.

X Noot
5

Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking).

X Noot
8

Uitgaande brief van 16 december 2025 met kenmerk 179219.

X Noot
9

Kamerstukken I 2024/25, 35 386, J.

X Noot
10

Kamerbrief (Eerste en Tweede Kamer) over Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven van 8 mei 2026.

X Noot
13

Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking).

X Noot
14

Kamerbrief (Eerste en Tweede Kamer) over Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven van 8 mei 2026.

X Noot
15

Kamerbrief (Eerste en Tweede Kamer) over Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven van 8 mei 2026.

X Noot
16

Kamerstuk 35 386, nr. 16.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB) (voorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Van Meenen (D66), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I 2024/25, 35 386, J.

X Noot
5

Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking).

X Noot
8

Uitgaande brief van 16 december 2025 met kenmerk 179219.

X Noot
9

Kamerstukken I 2024/25, 35 386, J.

X Noot
10

Kamerbrief (Eerste en Tweede Kamer) over Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven van 8 mei 2026.

X Noot
13

Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking).

X Noot
14

Kamerbrief (Eerste en Tweede Kamer) over Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven van 8 mei 2026.

X Noot
15

Kamerbrief (Eerste en Tweede Kamer) over Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven van 8 mei 2026.

X Noot
16

Kamerstuk 35 386, nr. 16.

Naar boven