35 386 Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten

Nr. 5 VOORSTEL VAN WET ZOALS GEWIJZIGD NAAR AANLEIDING VAN HET ADVIES VAN DE AFDELING ADVISERING VAN DE RAAD VAN STATE

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten te wijzigen in verband met de invoering van een verbod op het voorhanden hebben en afsteken van vuurwerk door consumenten;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:

persoon met gespecialiseerde kennis:

persoon, aangewezen bij artikel 9.2a.1, eerste lid, die voldoet aan de krachtens het tweede lid van dat artikel aan die aanwijzing te stellen regels;

B

Na titel 9.2 wordt een titel ingevoegd, luidende:

Titel 9.2a. Vuurwerken

Artikel 9.2a.1

  • 1. Onze minister kan personen met gespecialiseerde kennis aanwijzen die het is toegestaan vuurwerken behorende tot de categorieën F2, F3 en F4 als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (PbEU L 178) voorhanden te hebben, of tot ontbranding te brengen en ten behoeve daarvan op te bouwen, te installeren, te bewerken, dan wel na ontbranding te verwijderen.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid.

C

In artikel 21.6, vierde lid, wordt na «9.2.3.3, vierde lid,» ingevoegd «9.2a.1, tweede lid,».

ARTIKEL II

In artikel 1a, onderdeel 1°, van de Wet op de economische delicten, wordt onder «de Wet milieubeheer» na «9.2.2.6a,» ingevoegd «9.2a.1, eerste lid,».

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven,

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Naar boven