Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op
3 februari 2020.
De wens dat de inwerkingtreding van de maatregel bij de wet wordt geregeld kan door
ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer
te kennen worden gegeven uiterlijk op 4 maart 2020.
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 februari 2020
Hierbij zend ik u het Besluit houdende regels over de reikwijdte van de Wet medezeggenschap
cliënten zorginstellingen 2018 en de inperking van de verplichting tot het instellen
van een cliëntenraad (Besluit Wmcz 2018)1. De datum van inwerkingtreding van het besluit is gekoppeld aan de Wet medezeggenschap
cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018 (Kamerstuk 34 858)).
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven procedure, geregeld
in artikel 65 van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). In dat artikel is bepaald
dat een krachtens de WTZi vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt overgelegd
aan beide Kamers der Staten-Generaal en in werking treedt op een tijdstip dat, nadat
dertig dagen na de overlegging zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld,
tenzij binnen die termijn van dertig dagen door of namens een der Kamers de wens te
kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel geregelde onderwerp bij wet
wordt geregeld.
De nahangprocedure heeft betrekking op de in artikel 4 van bijgevoegd besluit opgenomen
wijziging van het Uitvoeringsbesluit WTZi; die wijziging houdt in dat de bepaling
over het recht van enquête in het Uitvoeringsbesluit WTZi wordt geschrapt. De reden
hiervoor is dat deze bepaling na inwerkingtreding van de Wmcz 2018 overbodig is, aangezien
het recht van enquête wordt geregeld in artikel 12 van die wet.
Een concept van het onderhavige besluit is op 11 september 2019 in het kader van een
informele voorhang aan u toegezonden (Kamerstuk 34 858, nr. 44) en door u voor kennisgeving aangenomen.
Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van de wet en het onderhavige besluit met
ingang van 1 juli 2020.
Voor uw informatie zijn het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
over het Besluit Wmcz 2018 alsmede het nader rapport ter zake, bij deze brief gevoegd2.
De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins