Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035384 nr. 2

35 384 Wijziging van de Wet op het bevolkingsonderzoek in verband met actuele ontwikkelingen op het terrein van preventief gezondheidsonderzoek

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op het bevolkingsonderzoek te wijzigen teneinde de wet aan te passen aan actuele ontwikkelingen op het terrein van preventief gezondheidsonderzoek en de handhavingsmogelijkheden te vergroten;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het bevolkingsonderzoek wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. Onze Minister:

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

2. Onderdeel c komt te luiden:

c. preventief gezondheidsonderzoek:

onderzoek van een foetus als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Embryowet of van een persoon dat wordt aangeboden of verricht ongeacht of er sprake is van een individuele hulpvraag of een medische indicatie en dat gericht is op het ten behoeve of mede ten behoeve van de te onderzoeken personen opsporen van ziekten, aandoeningen of risico-indicatoren;

3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. aanbieden:

in de gelegenheid stellen, uitnodigen of aanprijzen, ongeacht op welke wijze.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De regels, gesteld ingevolge artikel 3, derde en vierde lid, gelden voor een preventief gezondheidsonderzoek:

    • a. naar ernstige ziekten of afwijkingen waarvoor geen preventie of behandeling mogelijk is of in het bijzonder daarop betrekking hebbende risico-indicatoren;

    • b. waarbij gebruik wordt gemaakt van ioniserende straling;

    • c. naar dezelfde ziekten of afwijkingen of in het bijzonder daarop betrekking hebbende risico-indicatoren als bij een bevolkingsonderzoek aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid; en dat geen preventief gezondheidsonderzoek is als bedoeld in artikel 9c, eerste lid;

    • d. als bedoeld bij of krachtens artikel 9b, eerste en tweede lid, waarvoor geen van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of onderdeel van de professionele standaard is.

2. In het tweede lid wordt «kan hij bevolkingsonderzoek aanwijzen dat met de waarborgen, bedoeld in artikel 3, moet worden omgeven» vervangen door «kan hij preventief gezondheidsonderzoek aanwijzen dat voldoet aan de regels, gesteld ingevolge artikel 3, derde en vierde lid».

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «bevolkingsonderzoek» vervangen door «preventief gezondheidsonderzoek» en «te verrichten zonder vergunning van Onze Minister» vervangen door «aan te bieden of te verrichten zonder vergunning van Onze Minister».

2. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid, tot het derde tot en met zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op preventief gezondheidsonderzoek dat is aangewezen als bevolkingsonderzoek krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid en dat door of vanwege de rijksoverheid wordt aangeboden en verricht, tenzij het tevens wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de geneeskunst is.

3. In het derde tot en met zesde lid (nieuw) wordt «bevolkingsonderzoek» telkens vervangen door «preventief gezondheidsonderzoek».

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onder c, komt te luiden:

  • c. de te onderzoeken doelgroep;

2. In het eerste lid, onder d en e, en in het tweede lid, wordt «bevolkingsonderzoek» telkens vervangen door «preventief gezondheidsonderzoek».

E

Artikel 7 komt als volgt te luiden:

Artikel 7

  • 1. Een vergunning voor een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt slechts verleend indien de aanvrager aantoont dat:

    • a. het preventief gezondheidsonderzoek naar wetenschappelijke maatstaven deugdelijk is;

    • b. het preventief gezondheidsonderzoek in overeenstemming is met wettelijke regels voor medisch handelen.

  • 2. Bij preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in artikel 3, vierde lid, kan een vergunning worden geweigerd indien een dergelijk onderzoek geen voordeel oplevert voor de volksgezondheid.

  • 3. Een vergunning voor een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, wordt tevens slechts verleend indien de aanvrager aantoont dat:

    • a. bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven; en

    • b. het te verwachten nut van het preventief gezondheidsonderzoek voor de te onderzoeken personen opweegt tegen de risico’s daarvan voor zijn gezondheid.

F

In artikel 9, eerste lid, onder d en e, wordt «het bevolkingsonderzoek» vervangen door «het preventief gezondheidsonderzoek».

G

Na artikel 9 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK III. OVERIGE EISEN AAN PREVENTIEF GEZONDHEIDSONDERZOEK

Artikel 9a

  • 1. Indien bij het verrichten van een preventief gezondheidsonderzoek nevenbevindingen worden aangetroffen die betrekking hebben op ziekten, aandoeningen of risico-indicatoren als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en c, en met het oog op die ziekten, aandoeningen of risico-indicatoren is aan de aanbieder of verrichter van het preventief gezondheidsonderzoek geen vergunning verleend, worden deze nevenbevindingen niet aan de betrokkene gemeld, tenzij dit noodzakelijk is gelet op het nadeel dat uit het niet melden voor de betrokkene zelf of anderen kan voortvloeien.

  • 2. Indien bij het verrichten van een preventief gezondheidsonderzoek nevenbevindingen worden aangetroffen die betrekking hebben op ziekten, aandoeningen of risico-indicatoren als bedoeld in het bepaalde krachtens artikel 9c, tweede lid, worden deze nevenbevindingen niet aan de betrokkene gemeld.

Artikel 9b

  • 1. Degene die een preventief gezondheidsonderzoek aanbiedt dat geen preventief gezondheidsonderzoek is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c, en tweede lid, en die bij het verrichten van dat preventief gezondheidsonderzoek voorbehouden handelingen als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg verricht, neemt de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of het van toepassing zijnde onderdeel van de professionele standaard in acht.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de kwaliteit van het aangeboden preventief gezondheidsonderzoek categorieën van preventief gezondheidsonderzoek aangewezen waarbij geen voorbehouden handelingen als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden verricht, waarop het eerste lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 3. In afwijking van artikel 3, eerste lid, vraagt een aanbieder of verrichter van een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in het eerste lid, of aangewezen krachtens het tweede lid, die zijn werkzaamheden rechtmatig aanbood en verrichtte voordat de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of het van toepassing zijnde onderdeel van de professionele standaard verviel, binnen drie maanden na het vervallen van die kwaliteitsstandaard of dat onderdeel van de professionele standaard een vergunning aan. Tot het moment dat op de aanvraag is beslist, voert deze aanbieder van preventief gezondheidsonderzoek zijn werkzaamheden rechtmatig uit.

Artikel 9c

  • 1. Het is aan anderen dan degene die bevolkingsonderzoek aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid door of vanwege de rijksoverheid aanbieden en verrichten, verboden een preventief gezondheidsonderzoek aan te bieden of te verrichten:

    • a. naar dezelfde ziekten of afwijkingen of in het bijzonder daarop betrekking hebbende risico-indicatoren als bij een bevolkingsonderzoek, aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid;

    • b. indien het gericht is op dezelfde doelgroep als het bevolkingsonderzoek, aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid; en

    • c. indien het geen wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de geneeskunst is.

  • 2. Indien een preventief gezondheidsonderzoek gezien de maatschappelijke, ethische of juridische aspecten ongewenst is en de omstandigheden van dien aard zijn dat de totstandkoming van een regeling bij wet van dat preventief gezondheidsonderzoek niet kan worden afgewacht, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het verboden is een dergelijk preventief gezondheidsonderzoek aan te bieden of te verrichten.

  • 3. Een krachtens het tweede lid vastgestelde maatregel vervalt twee jaar na de inwerkingtreding. Indien binnen die termijn een wetsvoorstel tot regeling van het onderwerp is ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, vervalt de maatregel op het tijdstip waarop een van de beide kamers der Staten Generaal besluit het wetsvoorstel niet aan te nemen of op het tijdstip waarop het wetsvoorstel kracht van wet krijgt.

H

«Hoofdstuk III. Verdere bepalingen» wordt vervangen door «Hoofdstuk IV. Verdere bepalingen».

I

Voor artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9d

Met de beroepseisen ter zake van het aanbieden of verrichten van preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in deze wet, worden gelijk gesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

J

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van:

  • a. artikel 3, eerste lid;

  • b. de beperkingen en voorschriften die op grond van artikel 3, vierde lid, aan een vergunning verbonden zijn;

  • c. artikel 9a, eerste en tweede lid;

  • d. artikel 9b, eerste lid;

  • e. het bepaalde krachtens artikel 9b, tweede lid;

  • f. het bij artikel 9c, eerste lid, bepaalde;

  • g. het krachtens artikel 9c, tweede lid, bepaalde.

K

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Met ten hoogste een geldboete van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gestraft, degene die handelt in strijd met:

    • a. het bij artikel 3, eerste lid, bepaalde;

    • b. het krachtens artikel 3, derde, vierde of zesde lid, bepaalde;

    • c. een krachtens artikel 3, vijfde lid, aan een vergunning verbonden voorschrift;

    • d. het bij artikel 9a, eerste of tweede lid, bepaalde;

    • e. het bij artikel 9b, eerste lid, bepaalde;

    • f. het krachtens artikel 9b, tweede lid, bepaalde;

    • g. het bij artikel 9c, eerste lid, bepaalde;

    • h. het krachtens artikel 9c, tweede lid, bepaalde.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Artikel 23, zevende en achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.

L

Na artikel 13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13a

Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht op te leggen ter zake van overtreding van:

  • a. het bij artikel 3, eerste lid, bepaalde;

  • b. het krachtens artikel 3, derde, vierde of zesde lid bepaalde;

  • c. een krachtens artikel 3, vijfde lid, aan een vergunning verbonden voorschrift;

  • d. het bij artikel 9a, eerste en tweede lid, bepaalde;

  • e. het bij artikel 9b, eerste lid, bepaalde;

  • f. het krachtens artikel 9b, tweede lid, bepaalde;

  • g. het bij artikel 9c, eerste lid, bepaalde;

  • h. het krachtens artikel 9c, tweede lid, bepaalde.

M

In artikel 14, eerste lid, wordt «een bevolkingsonderzoek» vervangen door «een preventief gezondheidsonderzoek» en wordt «artikel 3, tweede, derde of vijfde lid» vervangen door «artikel 3, derde, vierde of zesde lid».

N

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15

  • 1. Indien na de inwerkingtreding van dit artikel krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid een bevolkingsonderzoek wordt aangewezen, mag in afwijking van artikel 9c, eerste lid, een ander dan degene die het bevolkingsonderzoek, bedoeld in artikel 9c, eerste lid, door of vanwege de rijksoverheid aanbiedt of verricht, dat preventief gezondheidsonderzoek nog gedurende één jaar na de datum van aanwijzing van het bevolkingsonderzoek, aanbieden en verrichten, indien hij het in artikel 9c, eerste lid, bedoelde preventief gezondheidsonderzoek al rechtmatig aanbood of verrichtte voordat het krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid als bevolkingsonderzoek werd aangewezen.

  • 2. Indien na de inwerkingtreding van dit artikel krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid een bevolkingsonderzoek wordt aangewezen, mag in afwijking van artikel 3, eerste lid, een ander dan degene die een bevolkingsonderzoek aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid door of vanwege de rijksoverheid aanbiedt of verricht, het in artikel 2, eerste lid, onder c, bedoelde preventief gezondheidsonderzoek nog gedurende één jaar na de datum van aanwijzing van het bevolkingsonderzoek, zonder vergunning van Onze Minister uitvoeren, indien hij het preventief gezondheidsonderzoek al rechtmatig aanbood of verrichtte voordat het krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid als bevolkingsonderzoek werd aangewezen. Indien hij binnen drie maanden nadat het bevolkingsonderzoek krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid werd aangewezen een vergunning heeft aangevraagd en daarop niet is besloten binnen een jaar nadat het bevolkingsonderzoek krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid werd aangewezen, mag hij zijn werkzaamheden voortzetten totdat op zijn aanvraag is beslist.

O

Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15a

  • 1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, vraagt een aanbieder of verrichter van een preventief gezondheidsonderzoek die zijn werkzaamheden voor inwerkingtreding van dit artikel rechtmatig verrichtte, indien na inwerkingtreding van dit artikel voor zijn werkzaamheden een vergunning verplicht is, binnen drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel een vergunning aan. Tot het moment dat op de aanvraag is beslist, voert deze aanbieder of verrichter van preventief gezondheidsonderzoek zijn werkzaamheden zonder vergunning rechtmatig uit.

  • 2. In afwijking van artikel 9b voert een aanbieder van een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, of aangewezen krachtens artikel 9b, tweede lid, die zijn werkzaamheden rechtmatig aanbood voor inwerkingtreding van dit artikel, en die niet voldoet aan de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of het van toepassing zijnde onderdeel van de professionele standaard, zijn werkzaamheden nog zes maanden rechtmatig uit.

  • 3. In afwijking van artikel 9c, eerste lid, voert een aanbieder of verrichter van een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in artikel 9c, eerste lid, die dit preventief gezondheidsonderzoek al rechtmatig aanbood of verrichtte voor de inwerkingtreding van dit artikel, zijn werkzaamheden nog een jaar rechtmatig uit vanaf de datum van inwerkingtreding van dit artikel.

P

Artikel 18 komt te luiden:

Artikel 18

De wet wordt aangehaald als: Wet preventief gezondheidsonderzoek.

ARTIKEL II

In artikel 1, derde lid, van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen wordt «Wet op het bevolkingsonderzoek» vervangen door «Wet preventief gezondheidsonderzoek».

ARTIKEL III

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 10 juli 2019 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten in verband met het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht (Kamerstukken 35 256) tot wet is of wordt verheven en artikel 4.106 van die wet later in werking treedt dan artikel I, onderdeel I, van deze wet komt artikel I, onderdeel I, van deze wet als volgt te luiden:

I

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.

2. Voor het tweede lid (nieuw), wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 1. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van:

    • a. artikel 3, eerste lid;

    • b. de beperkingen en voorschriften die op grond van artikel 3, vierde lid, aan een vergunning verbonden zijn;

    • c. artikel 9a, eerste lid;

    • d. het bepaalde krachtens artikel 9a, tweede lid;

    • e. het bij artikel 9b, eerste lid, bepaalde;

    • f. het krachtens artikel 9b, tweede lid, bepaalde.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 10 juli 2019 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten in verband met het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatie (Kamerstukken 35 256) tot wet is of wordt verheven en artikel 4.106 van die wet later in werking treedt dan artikel I, onderdeel I, van deze wet, komt artikel 4.106 van die wet als volgt te luiden:

Artikel 4.106

Het tweede lid van artikel 12 van de Wet op het bevolkingsonderzoek alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.

ARTIKEL IV

A

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 januari 2019 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg in verband met het creëren van een bevoegdheid voor Onze Minister om een voorgedragen kwaliteitsstandaard vanwege financiële gevolgen niet in het openbaar register op te nemen (financiële toetsing voorgedragen kwaliteitsstandaarden) (Kamerstukken 35 124) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdelen A, onder 1, en D van die wet later in werking treedt dan artikel I, onderdelen B, G en O, van deze wet, komen deze onderdelen als volgt te luiden:

Artikel I, onderdeel B, komt te luiden:

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De regels, gesteld ingevolge artikel 3, derde en vierde lid, gelden voor een bevolkingsonderzoek:

    • a. naar ernstige ziekten of afwijkingen waarvoor geen preventie of behandeling mogelijk is en in het bijzonder daarop betrekking hebbende risico-indicatoren;

    • b. waarbij gebruik wordt gemaakt van ioniserende straling;

    • c. naar dezelfde ziekten of afwijkingen of in het bijzonder daarop betrekking hebbende risico-indicatoren als bij een bevolkingsonderzoek aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid; en dat geen bevolkingsonderzoek is als bedoeld in artikel 9c, eerste lid;

    • d. waarbij voorbehouden handelingen als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden verricht en er voor dat bevolkingsonderzoek geen van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of onderdeel van de professionele standaard is.

2. In het tweede lid wordt «kan hij bevolkingsonderzoek aanwijzen dat met de waarborgen, bedoeld in artikel 3, moet worden omgeven» vervangen door «kan hij preventief gezondheidsonderzoek aanwijzen dat voldoet aan de regels, gesteld ingevolge artikel 3, derde en vierde lid».

2. Artikel I, onderdeel G, komt te luiden:

G

Na artikel 9 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK III. OVERIGE EISEN AAN PREVENTIEF GEZONDHEIDSONDERZOEK

Artikel 9a

  • 1. Indien bij het verrichten van een preventief gezondheidsonderzoek nevenbevindingen worden aangetroffen die betrekking hebben op ziekten, aandoeningen of risico-indicatoren als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en c, en met het oog op die ziekten, aandoeningen of risico-indicatoren is aan de aanbieder of verrichter van het preventief gezondheidsonderzoek geen vergunning verleend, worden deze nevenbevindingen niet aan de betrokkene gemeld, tenzij dit noodzakelijk is gelet op het nadeel dat uit het niet melden voor de betrokkene zelf of anderen kan voortvloeien.

  • 2. Indien bij het verrichten van een preventief gezondheidsonderzoek nevenbevindingen worden aangetroffen die betrekking hebben op ziekten, aandoeningen of risico-indicatoren als bedoeld in het bepaalde krachtens artikel 9c, tweede lid, worden deze nevenbevindingen niet aan de betrokkene gemeld.

Artikel 9b

  • 1. Degene die een preventief gezondheidsonderzoek aanbiedt dat geen preventief gezondheidsonderzoek is als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, neemt de van toepassing zijnde professionele standaard in acht indien bij het verrichten van dat preventief gezondheidsonderzoek voorbehouden handelingen als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg verricht worden.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de kwaliteit van het aangeboden preventief gezondheidsonderzoek categorieën van preventief gezondheidsonderzoek aangewezen waarbij geen voorbehouden handelingen als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden verricht, waarop het eerste lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 3. In afwijking van artikel 3, eerste lid, vraagt een aanbieder of verrichter van een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in het eerste lid, of aangewezen krachtens het tweede lid, die zijn werkzaamheden rechtmatig aanbood en verrichtte voordat de van toepassing zijnde professionele standaard verviel, binnen drie maanden na het vervallen van die professionele standaard een vergunning aan. Tot het moment dat op de aanvraag is beslist, voert deze aanbieder van preventief gezondheidsonderzoek zijn werkzaamheden rechtmatig uit.

Artikel 9c

  • 1. Het is aan anderen dan degene die bevolkingsonderzoek aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid door of vanwege de rijksoverheid aanbieden en verrichten, verboden een preventief gezondheidsonderzoek aan te bieden of te verrichten:

    • a. naar dezelfde ziekten of afwijkingen of in het bijzonder daarop betrekking hebbende risico-indicatoren als bij een bevolkingsonderzoek, aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid;

    • b. indien het gericht is op dezelfde doelgroep als het bevolkingsonderzoek, aangewezen krachtens artikel 12a van de Wet publieke gezondheid; en

    • c. indien het geen wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de geneeskunst is.

  • 2. Indien een preventief gezondheidsonderzoek gezien de maatschappelijke, ethische of juridische aspecten ongewenst is en de omstandigheden van dien aard zijn dat de totstandkoming van een regeling bij wet van dat preventief gezondheidsonderzoek niet kan worden afgewacht, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het verboden is een dergelijk preventief gezondheidsonderzoek aan te bieden of te verrichten.

  • 3. Een krachtens het tweede lid vastgestelde maatregel vervalt twee jaar na de inwerkingtreding. Indien binnen die termijn een wetsvoorstel tot regeling van het onderwerp is ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, vervalt de maatregel op het tijdstip waarop een van de beide kamers der Staten Generaal besluit het wetsvoorstel niet aan te nemen of op het tijdstip waarop het wetsvoorstel kracht van wet krijgt.

3. Artikel I, onderdeel O, komt te luiden:

O

Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15a

  • 1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, vraagt een aanbieder of verrichter van een preventief gezondheidsonderzoek die zijn werkzaamheden voor inwerkingtreding van dit artikel rechtmatig verrichtte, indien na inwerkingtreding van dit artikel voor zijn werkzaamheden een vergunning verplicht is, binnen drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel een vergunning aan. Tot het moment dat op de aanvraag is beslist, voert deze aanbieder of verrichter van preventief gezondheidsonderzoek zijn werkzaamheden zonder vergunning rechtmatig uit.

  • 2. In afwijking van artikel 9b voert een aanbieder van een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, of aangewezen krachtens artikel 9b, tweede lid, die zijn werkzaamheden rechtmatig aanbood voor inwerkingtreding van dit artikel, en die niet voldoet aan de van toepassing zijnde professionele richtlijn, zijn werkzaamheden nog zes maanden rechtmatig uit.

  • 3. In afwijking van artikel 9c, eerste lid, voert een aanbieder of verrichter van een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in artikel 9c, eerste lid, die dit preventief gezondheidsonderzoek al rechtmatig aanbood of verrichtte voor de inwerkingtreding van dit artikel, zijn werkzaamheden nog een jaar rechtmatig uit vanaf de datum van inwerkingtreding van dit artikel.

B

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 januari 2019 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg in verband met het creëren van een bevoegdheid voor Onze Minister om een voorgedragen kwaliteitsstandaard vanwege financiële gevolgen niet in het openbaar register op te nemen (financiële toetsing voorgedragen kwaliteitsstandaarden) (Kamerstukken 35 124) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdelen A, onder 1, en D van die wet later in werking treedt dan artikel I, onderdelen B, G en O, van deze wet, wordt in die wet na artikel VI een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VIa

De Wet preventief gezondheidsonderzoek wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, eerste lid, onder d, wordt «geen van toepassing zijnde professionele standaard» vervangen door «geen van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of onderdeel van de professionele standaard».

B

Artikel 9b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de van toepassing zijnde professionele standaard» vervangen door «de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of het van toepassing zijnde onderdeel van de professionele standaard».

2. De eerste volzin van het derde lid komt te luiden:

In afwijking van artikel 3, eerste lid, vraagt een aanbieder of verrichter van een preventief gezondheidsonderzoek als bedoeld in het eerste lid, of aangewezen krachtens het tweede lid, die zijn werkzaamheden rechtmatig aanbood en verrichtte voordat de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of het van toepassing zijnde onderdeel van de professionele standaard verviel, binnen drie maanden na het vervallen van die kwaliteitsstandaard of dat onderdeel van de professionele standaard een vergunning aan.

C

In artikel 15a, tweede lid, wordt «de van toepassing zijnde professionele richtlijn» vervangen door «de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaard of het van toepassing zijnde onderdeel van de professionele standaard».

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,