Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2019-202035372 nr. B

35 372 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het ongeldig maken van getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing ter uitvoering van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen (PbEU 2003, L 226)

B MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 2 juli 2020

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het voorlopig verslag van de vaste Commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving van de Eerste Kamer van 30 juni 2020 over het onderhavige wetsvoorstel. De leden van de fracties van FVD en PVV hebben nog enkele vragen. Hierbij bied ik u de beantwoording aan. Bij de beantwoording van de vragen wordt de volgorde van het verslag aangehouden en zijn de vragen voorzien van een nummer.

Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie

1.

De leden van de FVD-fractie hebben gelezen dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) het wetsvoorstel uitvoerbaar acht en een maximale verlenging van 2,5 week bovenop de gemiddelde doorlooptijd van 16 weken bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs verwacht. Houdt het CBR rekening met het feit dat deze doorlooptijd verder kan oplopen door de coronasituatie?

Op het moment dat het CBR de uitvoeringstoets deed waarin deze cijfers zijn opgenomen, was nog geen sprake van de huidige coronasituatie. In die cijfers is de huidige situatie dus niet meegenomen. Die cijfers gingen uit van het meest negatieve scenario en hield nog rekening met grotere aantallen dan waarvan nu sprake zou zijn. Inmiddels is de doelgroep door het verloop van de tijd namelijk kleiner geworden. Tevens zijn de doorlooptijden bij het CBR korter aan het worden.

2.

De leden van de FVD-fractie willen tevens weten of het CBR rekening houdt met het feit dat de medische keuringen door de coronasituatie hebben stilgelegen. Is er hierdoor een verlenging van de doorlooptijd ontstaan?

Dat de medische keuringen door de coronasituatie enige tijd hebben stilgelegen heeft de volle aandacht van het CBR. Hieraan is ook aandacht besteed in mijn brief aan de Tweede Kamer over de stand van zaken bij het CBR van 25 mei 20201 en het verslag van een schriftelijk overleg over CBR en medische keuringen rijgeschiktheid van 23 juni 20202. Na het intrekken van het verbod op het uitoefenen van contactberoepen per 11 mei is de verwachting dat het aantal medische keuringen langzamerhand naar het normale niveau zal terugkeren. Hoe snel de achterstand aan medische keuringen bij keurend artsen en medisch specialisten is ingelopen, ligt buiten de invloedsfeer van het CBR. In de periode dat de medische keuringen zijn stilgevallen heeft het CBR doorgewerkt en dossiers behandeld die normaal gesproken pas op een later moment in behandeling zouden komen. Daarnaast lag het aantal genomen besluiten door het CBR afgelopen maanden hoger dan het aantal ingediende gezondheidsverklaringen wat resulteerde in een daling van de werkvoorraad.

3.

Samenvattend vragen de leden van de FVD-fractie wat een reële en actuele doorlooptijd van de aanvraag van een nieuw rijbewijs is rekening houdend met de hiervoor genoemde coronaconsequenties?

De gemiddelde reactietermijn is afgelopen periode gedaald naar vijf weken in mei.

4.

De leden van de FVD-fractie vragen of er in het overleg met de sector over de inwerkingtredingsdatum van de wet rekening wordt gehouden met de mogelijk langere doorlooptijd van de aanvraag.

De langere doorlooptijd van aanvragen van een rijbewijs is onderdeel van de afweging die wordt gemaakt omtrent de inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Hierbij wordt opgemerkt dat de bestuurders die de code 95 op het rijbewijs hebben en de basiskwalificatie hebben gehaald of de nascholing hebben afgerond, met die code 95 kunnen blijven doorrijden, ondanks dat die code 95 eerder is afgegeven zonder de voornoemde opleiding en nascholing. Deze bestuurders hoeven dus niet direct een nieuw rijbewijs aan te vragen. Voor rijbewijshouders die de betreffende code 95 nog wel op het rijbewijs hebben staan, maar die niet nodig hebben, staat bovendien de mogelijkheid open om het rijbewijs te vervangen. In dat geval kan worden volstaan met een aanvraag van een vervangend rijbewijs bij de gemeente. Daarvoor is geen verklaring van geschiktheid nodig en heeft men dus binnen enkele werkdagen een nieuw rijbewijs zonder code 95.

5.

De leden van de FVD-fractie vragen of de regering kan garanderen dat er een reële inwerkingtredingsdatum wordt afgestemd met de sector waarbij er geen betrokkenen onnodig hun nieuwe rijbewijs te laat ontvangen vanwege de mogelijk langere doorlooptijd van de aanvraag.

De inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel wordt in goed overleg met het CBR en de branche vastgesteld, zodat een ieder voldoende tijd heeft om de noodzakelijke stappen te zetten. In de Logistiek, Transport en Personenvervoer Raad, een overlegorgaan van het CBR met de branche, is dit reeds besproken. De voorgenomen inwerkingtredingsdatum is aan de hand daarvan 1 november 2020. De inwerkingtredingsdatum kan pas definitief worden vastgesteld als het wetsvoorstel is bekrachtigd.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

6.

De leden van de PVV-fractie vragen of er vanaf 25 mei 2020 (de datum van de nota naar aanleiding van het verslag) nog (op welke manier dan ook) communicatie is geweest tussen het Rijk en de Europese Commissie over de infractieprocedure. Zo ja, dan ontvangen de leden van de PVV-fractie graag zoveel mogelijk details over het hoe, wanneer en waarover.

Eind november 2019 heeft op ambtelijk niveau overleg plaatsgevonden met de Europese Commissie. Daarin is toegezegd dat de Commissie op de hoogte zou worden gehouden van de ontwikkelingen. Dat is (na 25 mei en voor het laatst) gebeurd in een e-mail op 29 juni jl. Hierin is de Europese Commissie op de hoogte gebracht van het feit dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aanvaard en dat er vanuit uw Kamer nog enkele vragen zijn gesteld. Daarnaast is de Europese Commissie erop geattendeerd dat als gevolg van de coronacrisis de nascholing enkele maanden heeft stilgelegen, waardoor de desbetreffende bestuurders enige tijd zal worden geboden om de basiskwalificatie te halen of de nascholing te volgen.

7.

De leden van de PVV-fractie vragen of er momenteel nog meer landen in de EU zijn die met een infractieprocedure te maken hebben inzake dit specifieke onderwerp. Zo ja, dan ontvangen de leden van de PVV-fractie graag zoveel mogelijk details, waaronder informatie over de stappen die de Europese Commissie en de betreffende lidstaten hebben genomen en/of gaan nemen.

Nederland is het enige land dat in het verleden de vrijstelling van het behalen van de code 95 voor bestuurders geboren voor 1 juli 1955 heeft ingevoerd, en dus ook het enige land dat in relatie daarmee te maken heeft met een infractieprocedure.

8.

De leden van de PVV-fractie vragen of de Europese Commissie (op welke manier dan ook) inzake de infractieprocedure tegen Nederland rekening heeft gehouden met de enorme sociaaleconomische gevolgen van de coronacrisis. Zo ja, dan ontvangen de PVV-fractieleden graag zoveel mogelijk details.

Er is geen indicatie dat de Europese Commissie rekening houdt met de gevolgen van de coronacrisis. De infractieprocedure is ook lang voor het begin van de coronacrisis gestart. De coronacrisis is geen aanleiding voor de Europese Commissie om de infractieprocedure te staken. Van de onjuiste implementatie zoals de Europese Commissie die beoordeelt is immers nog steeds sprake. Er zijn sinds de coronacrisis door de Europese Commissie geen vervolgstappen genomen. Ik ga er wel vanuit dat de Europese Commissie er begrip voor heeft dat de planning voor de inwerkingtreding (oorspronkelijk 1 april 2020), als gevolg van de coronacrisis wederom is aangepast.

9.

De leden van de PVV-fractie vragen of er, kijkende naar de enorme sociaaleconomische effecten van de coronacrisis op korte en langere termijn, nog aandacht is besteed aan het (deels) vergoeden van de kosten die chauffeurs en/of werkgevers moeten maken. Zo ja, graag een uitgebreide toelichting. Zo nee, waarom niet?

De coronacrisis heeft niet geleid tot een ander oordeel over het (deels) vergoeden van de kosten die chauffeurs en/of werkgevers moeten maken ten gevolge van dit wetsvoorstel. Deze kosten waren ver voor de coronacrisis al bij de betrokkenen bekend. Die kosten zijn ook niet veranderd door de coronacrisis. Er wordt wel rekening mee gehouden dat van 16 maart tot 18 mei 2020 geen nascholingscursussen konden worden geregistreerd bij het CBR, door de inwerkingtreding van het wetsvoorstel later te laten plaatsvinden, zodat de betrokkenen meer tijd hebben om de eventueel nog benodigde nascholingscursussen te doen.

10.

De leden van de PVV-fractie vragen of er inmiddels misschien meer duidelijkheid is over een nieuwe inwerkingtredingsdatum. Zo ja, welke en in hoeverre zijn de wensen van de branche daarin gehonoreerd?

Het CBR heeft in de Logistiek, Transport en Personenvervoer Raad, een overlegorgaan van het CBR met de branche, de mogelijke en wenselijke inwerkingtredingsdatum verder verkend. De wens van de regering om het wetsvoorstel zo snel mogelijk in werking te laten treden wordt afgewogen tegen de wens van de branche om de betrokkenen voldoende tijd te geven om de benodigde stappen te zetten. Die wens die de branche voelt heeft de regering eveneens. Daarmee is de nieuwe voorgenomen datum van inwerkingtreding 1 november 2020.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Kamerstukken II 2019/20, 29 398, nr. 826.

X Noot
2

Kamerstukken II 2019/20, 29 398, nr. 829.