35 366 Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 28 september 2020

In het voorstel van wet wordt na artikel V een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VA

A

Indien het bij geleidende brief van 13 november 2018 aanhangig gemaakte voorstel van wet van de leden Kuiken, Van Toorenburg, Van Wijngaarden, Van der Graaf en Van der Staaij, houdende regels over het bestuursrechtelijk verbieden van organisaties die een cultuur van wetteloosheid creëren, bevorderen of in stand houden (Wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties) (Kamerstukken 35 079) tot wet is of wordt verheven en artikel 11 van die wet:

a. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel III, onderdeel A, van deze wet, komt artikel III, onderdeel A, van deze wet als volgt te luiden:

A

In artikel 140, tweede lid, wordt «deelneming aan de voortzetting» vervangen door «de voortzetting».

b. later in werking treedt dan artikel III, onderdeel A, van deze wet, komt artikel 11 van die wet als volgt te luiden:

Artikel 11 wijziging Wetboek van Strafrecht

Artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht komt te luiden:

2. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die:

a. is verboden op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties;

b. bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard op grond van artikel 20 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

c. van rechtswege is verboden op grond van het onder b genoemde artikel; of

d. ten aanzien waarvan een onherroepelijke verklaring als bedoeld in artikel 122, eerste lid, van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek is afgegeven.

B

Indien het bij geleidende brief van 13 november 2018 aanhangig gemaakte voorstel van wet van de leden Kuiken, Van Toorenburg, Van Wijngaarden, Van der Graaf en Van der Staaij, houdende regels over het bestuursrechtelijk verbieden van organisaties die een cultuur van wetteloosheid creëren, bevorderen of in stand houden (Wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties) (Kamerstukken 35 079) tot wet is of wordt verheven en artikel 12 van die wet:

a. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel IV van deze wet, vervalt artikel IV van deze wet.

b. later in werking treedt dan artikel IV van deze wet, vervalt artikel 12 van die wet.

Toelichting

Met deze nota van wijziging wordt de samenloop geregeld met het voorstel van wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Naar boven