1. Inleiding
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben
nog enkele vragen.
De leden van de fractie van de PvdA hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Graag
maken zij van de gelegenheid gebruik hierover enkele vragen te stellen.
2. Vragen van de VVD-fractie
Onder de voorgestelde wet is het voorstel om de bestaande rekentoets in het vo af
te schaffen en vanaf dat schooljaar geen cijfer van de rekentoets op de cijferlijst
meer op te nemen, zo lezen de leden van de VVD-fractie. De regering geeft aan dat het belang van goede rekenvaardigheden daarmee
niet verdwijnt. Kan de regering toelichten hoe wordt geborgd dat goede rekenvaardigheden
niet verdwijnen, zeker nu er nog geen alternatief voorhanden is?
In het wetsvoorstel wordt aangegeven dat toegewerkt wordt naar een situatie waarbij
rekenen voortaan als een meer geïntegreerd onderdeel van het onderwijsprogramma is
gepositioneerd. De leden van de VVD-fractie vragen de regering om toe te lichten hoe
zij er van verzekerd kunnen zijn dat goede rekenvaardigheden worden geborgd als onderdeel
van het wiskunde-examen? Waar moet het schoolexamen rekenen, dat gaat gelden voor
leerlingen zonder wiskunde in hun pakket, aan voldoen? Wat is ervoor nodig om wel
aan te sluiten op het moment dat rekenvaardigheden worden opgenomen in de schoolexamens?
En hoe borgt de regering dat ook leerlingen zonder wiskunde in hun pakket een goed
niveau hebben wat rekenen betreft als zij hun eindexamen halen? Wat betekent het wetsvoorstel
voor de aansluiting op vervolgopleidingen waar rekenvaardigheden wel degelijk van
belang zijn, maar een eindexamen wiskunde geen vereiste? Denk in dit verband aan verpleegkundigen
en leraren.
3. Vragen van de PvdA-fractie
De regering geeft aan dat voor een separate rekentoets voor alle leerlingen niet langer
politiek draagvlak is. Dat geeft bij de leden van de PvdA-fractie aanleiding tot de volgende vragen. Hoe verhoudt het eerdere politieke draagvlak
voor een separate rekentoets zich tot het kennelijk ontbreken daarvan op dit moment?
En hoe verhoudt het ontbreken van dat politiek draagvlak zich tot maatschappelijk
draagvlak? Was er eerder wel maatschappelijk draagvlak voor een separate rekentoets,
en is dat verdwenen?
Het voorliggende wetsvoorstel resulteert in een gat van één schooljaar in de borging
van het rekenniveau van leerlingen die geen examen doen in het vak wiskunde. Zij leggen
in schooljaar 2019/2020 geen centrale rekentoets meer af, maar maken ook nog geen
schoolexamen rekenen. Waarom heeft de regering er niet voor gekozen de afschaffing
van de centrale rekentoets met een jaar te vertragen? De regering merkt op dat voor
een deel van de leerlingen zonder wiskunde geldt dat zij de rekentoets al hebben afgelegd
in hun voorlaatste leerjaar. Graag vragen de aan het woord zijnde leden om welk percentage
leerlingen het dan gaat.
Leerlingen die geen staatsexamen wiskunde doen worden voortaan geacht een staatsexamen
rekenen te maken. Dit telt mee voor de zak- en slaagregeling. De praktijk leert dat
de leerlingen die er voor kiezen geen wiskunde te volgen, vaak ook meer moeite hebben
met rekenen. Deze leerlingen lopen dus een grotere kans dat zij niet zullen slagen.
Deelt de regering de zorg dat door het behoud van de rekentoets voor de groep die
het slechtst is in rekenen alsnog een grote groep niet zal slagen? Zo nee, waarom
niet?
Graag vragen deze leden aan de regering op welke wijze leerlingen door scholen werden
en zullen worden begeleid in het behalen van de centrale rekentoets respectievelijk
het schoolexamen rekenen. Acht de regering de begeleiding die tot nu toe is geboden
adequaat? Zo nee, op welke wijze zal zij zorg dragen voor een aanpassing? Graag vragen
de aan het woord zijnde leden de regering om expliciet stil te staan bij het aanbod
van buitenschoolse bijlessen. In hoeverre en door welke sociaaleconomische groepen
wordt hiervan gebruik gemaakt? En acht de regering dit wenselijk? Zo nee, wat mogen
zij op dit terrein van de regering verwachten.
Ten slotte vragen de leden van de PvdA-fractie aandacht voor de mogelijkheid om het
referentieniveau rekenen onderdeel te maken van andere vakken voor de leerlingen die
geen wiskunde volgen. Welke mogelijkheden ziet de regering daartoe?
De commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet met belangstelling uit naar
de memorie van antwoord en ontvangt deze graag binnen vier weken na vaststelling van dit voorlopig verslag.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Bikker
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Bergman