Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-202135352 nr. D

35 352 Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs

D VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP1

Vastgesteld 28 april 2021

1. Inleiding

De leden van de PVV-fractie hebben van de memorie van antwoord kennisgenomen. Zij stellen nog enkele vragen.

De fractieleden van de ChristenUnie danken de regering voor de kwalitatief goede beantwoording van de vragen. Zij hebben nog enkele vragen en zien uit naar de antwoorden.

2. Noodzaak tot versterking burgerschapsonderwijs

Kan de regering aangeven waarom het onderduiken van een leraar aan het Rotterdams Erasmus College vanwege een spotprent van Mohammed aan de muur van zijn klaslokaal niet heeft geleid tot bekostigingssancties tegen deze school, zo vragen de PVV-fractieleden.

Kan de regering uitleggen welke concrete maatregelen zijn genomen die het respectvol tonen van spotprenten van Mohammed en het bespreekbaar maken van de moord op de leraar Paty in Frankrijk, mogelijk maken?

De ChristenUnie-fractieleden merken op dat de regering op pagina 4 van de memorie van antwoord2 schrijft dat de voorgestelde burgerschapsopdracht een verplichting bevat «aan het bevoegd gezag om zorg te dragen voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat». Op andere plaatsen in de memorie van antwoord vinden deze leden vergelijkbare formuleringen. In de memorie van toelichting3 wordt de menselijke waardigheid als overkoepelende basiswaarde genoemd en de waarden van vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit zijn daarvan afgeleid (pagina 12).

Op pagina 6 van de memorie van antwoord onderstreept de regering de relevantie van de versterking van de burgerschapsopdracht onder verwijzing naar het rapport Lage drempels, hoge dijken. Democratie en rechtsstaat in balans van de commissie-Remkes. Dit rapport spreekt nadrukkelijk over een democratische of democratisch-rechtsstatelijke cultuur van de voornaamste actoren binnen onze democratische rechtsstaat. In de visie van deze commissie moeten deze actoren de «democratische rechtsstaat uitdragen, verdedigen en versterken»4. Het is de vraag of het onderwijs onder deze actoren geschaard kan worden. In ieder geval is duidelijk dat de commissie-Remkes het onderwijs een belangrijke rol toedicht in het versterken van de rechtsstaat. De fractieleden van de ChristenUnie vragen de regering of ook van het onderwijs gevraagd kan worden de democratische rechtsstaat uit te dragen, te verdedigen en te versterken. Behoren deze drie woorden ook tot een schoolcultuur die in overeenstemming is met de basiswaarden van de rechtsstaat?

3. Vrijheid van onderwijs is uitgangspunt

Op meerdere plaatsen in de memorie van antwoord (onder andere pagina 16, 19, 22 et cetera) stelt de regering dat de inspectie terughoudendheid zal betrachten met betrekking tot de inhoud van de burgerschapsvisie en de overtuigingen die daaraan ten grondslag liggen. Ook erkent de regering in de memorie van antwoord dat de basisbegrippen (vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit) enige interpretatieruimte met zich meebrengen (pagina 15). De fractieleden van de ChristenUnie vragen de regering hoe de begrippen «terughoudendheid» en «enige interpretatieruimte» zich tot elkaar verhouden. Ook vragen zij wie en/of wat die interpretatieruimte bepaalt. Is dat de Grondwet en haar wetsgeschiedenis? Is dat de Algemene wet gelijke behandeling? Is dat iets anders?

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet met belangstelling uit naar de nota naar aanleiding van het verslag. Bij ontvangst van deze nota uiterlijk vrijdag 4 juni 2021, 12:00 uur, acht de commissie het wetsvoorstel gereed voor plenaire behandeling op dinsdag 8 juni 2021.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Verkerk

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dragstra


X Noot
1

Samenstelling:

Essers (CDA), Ganzevoort (GL), Sent (PvdA), Van Strien (PVV), Van Apeldoorn (SP), Atsma (CDA), Pijlman (D66) (ondervoorzitter), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), De Bruijn-Wezeman(VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Beukering (Fractie-Nanninga). A.J.M. van Kesteren (PVV), De Blécourt-Wouterse (VVD), Vos (PvdA), Van der Burg (VVD), Dessing (FVD), Doornhof (CDA), vac. (PvdD), Veldhoen (GL), Vendrik (GL), Van der Voort (D66), De Vries (Fractie-Otten), Nanninga (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) Verkerk (CU) (voorzitter), Prast (PvdD).

X Noot
2

Kamerstukken I 2020/21, 35 352, C.

X Noot
3

Kamerstukken II 2019/20, 35 352, nr. 3.

X Noot
4

Rapport Lage drempels, hoge dijken. Democratie en rechtsstaat in balans van de commissie-Remkes, p. 83.