35 352 Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs

Nr. 17 AMENDEMENT VAN HET LID WESTERVELD

Ontvangen 9 november 2020

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I wordt in het voorgestelde artikel 8, derde lid, onderdeel a, na «mens» ingevoegd «, waaronder die van het kind».

II

In artikel II wordt in het voorgestelde artikel 11, vierde lid, onderdeel a, na «mens» ingevoegd «, waaronder die van het kind».

III

In artikel III, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 17, eerste lid, onderdeel a, na «mens» ingevoegd «, waaronder die van het kind».

IV

In artikel V wordt in het voorgestelde artikel 10, derde lid, onderdeel a, na «mens» ingevoegd «, waaronder die van het kind».

V

In artikel VI, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 42, eerste lid, onderdeel a, na «mens» ingevoegd «, waaronder die van het kind».

VI

In artikel VIII, onderdeel a, onder A, wordt in het met artikel III, onderdeel A, voorgestelde artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a, na «mens» ingevoegd «, waaronder die van het kind».

VII

In artikel VIII, onderdeel b, onder A, wordt in het voorgestelde artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a, na «mens» ingevoegd «, waaronder die van het kind».

Toelichting

In deze wet wordt vastgelegd dat kinderen respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bij wordt gebracht, zoals verankerd in de Grondwet en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van mens. De indiener van het amendement vindt het belangrijk dat hierbij ook aandacht is voor het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Het is essentieel dat kinderen hun eigen rechten en plichten kennen en dat ook dit Verdrag binnen het onderwijs wordt nageleefd. Daarom worden de rechten van kinderen expliciet benoemd in dit amendement.

Westerveld

Naar boven