Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035336 nr. 13

35 336 Wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Leerplichtwet 1969 in verband met de versterking van het beroepsonderwijs, door het wettelijk mogelijk maken van doorlopende leerroutes vmbo-mbo (sterk beroepsonderwijs)

Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID KWINT C.S.

Ontvangen 21 april 2020

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel D, wordt na het voorgestelde artikel 10b13 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10b13a. Medezeggenschap doorlopende leerroute

Op de medezeggenschap door de medezeggenschapsorganen van de school onderscheidenlijk de instelling in aangelegenheden betreffende de doorlopende leerroute vmbo-mbo zijn, voor zover van toepassing in afwijking van hoofdstuk 8a, titel 4, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de ondernemingsraden, de hoofdstukken 2 tot en met 5 van de Wet medezeggenschap op scholen van toepassing.

II

In artikel II, onderdeel K, wordt na het voorgestelde artikel 8.5a.5 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8.5a.5a. Medezeggenschap doorlopende leerroute

Op de medezeggenschap door de medezeggenschapsorganen van de school onderscheidenlijk de instelling in aangelegenheden betreffende de doorlopende leerroute vmbo-mbo zijn, voor zover van toepassing in afwijking van hoofdstuk 8a, titel 4, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de ondernemingsraden, de hoofdstukken 2 tot en met 5 van de Wet medezeggenschap op scholen van toepassing.

III

In artikel V, onderdeel F, wordt na het voorgestelde artikel 27d een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27da. Medezeggenschap doorlopende leerroute

Op de medezeggenschap door de medezeggenschapsorganen van de school onderscheidenlijk de instelling in aangelegenheden betreffende de doorlopende leerroute vmbo-mbo zijn, voor zover van toepassing in afwijking van hoofdstuk 5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de artikelen 57 en 58 van de Wet voortgezet onderwijs BES van toepassing.

IV

In artikel VI, onderdeel I, wordt na het voorgestelde artikel 8.4a.5 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8.4a.5a. Medezeggenschap doorlopende leerroute

Op de medezeggenschap door de medezeggenschapsorganen van de school onderscheidenlijk de instelling in aangelegenheden betreffende de doorlopende leerroute vmbo-mbo zijn, voor zover van toepassing in afwijking van hoofdstuk 5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de artikelen 57 en 58 van de Wet voortgezet onderwijs BES van toepassing.

V

In artikel XI, onderdeel 1, onder E, wordt na het voorgestelde artikel 2.107d een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.107da. Medezeggenschap doorlopende leerroute

Op de medezeggenschap door de medezeggenschapsorganen van de school onderscheidenlijk de instelling in aangelegenheden betreffende de doorlopende leerroute vmbo-mbo zijn, voor zover van toepassing in afwijking van hoofdstuk 8a, titel 4, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de ondernemingsraden, de hoofdstukken 2 tot en met 5 van de Wet medezeggenschap op scholen van toepassing.

VI

In artikel XI, onderdeel 3, onder E, wordt na het voorgestelde artikel 2.107d een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.107da. Medezeggenschap doorlopende leerroute

Op de medezeggenschap door de medezeggenschapsorganen van de school onderscheidenlijk de instelling in aangelegenheden betreffende de doorlopende leerroute vmbo-mbo zijn, voor zover van toepassing in afwijking van hoofdstuk 8a, titel 4, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de ondernemingsraden, de hoofdstukken 2 tot en met 5 van de Wet medezeggenschap op scholen van toepassing.

Toelichting

Dit amendement voorziet in een eenduidig en duidelijk medezeggenschapsregime voor scholieren, studenten en docenten binnen de doorlopende leerroute. In het huidige wetsvoorstel is hier niet in voorzien, waardoor scholieren – wanneer zij student worden – plotseling geconfronteerd worden met andere rechten en plichten dan bij aanvang van hun opleiding. Ook kan hiermee feitelijk ongelijkheid tussen docenten ontstaan, aangezien de zeggenschap van docenten op de middelbare school niet op gelijke wijze is georganiseerd als die van docenten op middelbare beroepsopleidingen. Indieners menen dat dit voor zowel docent als student onwenselijk is. Zij hebben daarom gekozen voor een enkel medezeggenschapsregime voor zaken betreffende de doorlopende leerroute. Het lijkt indieners logisch om hiervoor het regime te kiezen dat aansluit bij de medezeggenschap die scholieren vanaf de eerste dag in het middelbaar onderwijs hebben.

Kwint Van den Hul Van den Berge