Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 35334 nr. CL |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 35334 nr. CL |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2026
Het kabinet voelt zich verantwoordelijk om alle PAS-melders weer in een legale situatie te krijgen. Dit zijn ondernemers die, buiten hun schuld om, in problemen zijn gekomen. Het Kabinet zal zich ervoor inzetten om deze ondernemers te helpen. Deze inzet wordt hernieuwd en aangevuld met de opvolger voor het programma PAS-melders, onder de naam: Programma Maatwerk PAS-melders (PMP). Deze heeft in internetconsultatie gelegen tussen 17 april en 29 mei. Hieruit zijn 81 zienswijzen binnenkomen. Ik ben blij met de binnengekomen reacties en denk dat de verwerking hiervan heeft geleid tot een sterker, duidelijker en doelgerichter programma. Het legaliseren van activiteiten van PAS-melders blijft een prioriteit, waarbij Rijk en provincies zich inzetten voor maatwerkoplossingen binnen de wettelijke kaders. Daarnaast zal ook blijvend worden gekeken naar mogelijke alternatieve of generieke oplossingen voor de PAS-melders.
Het kabinet heeft binnen de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof besloten om € 350 miljoen vrij te maken om het maatwerkprogramma extra slagkracht te geven. Over de definitieve inzet van dit geld zal uw kamer bij de augustusbesluitvorming verder worden geïnformeerd. Hieronder licht ik toe welke stappen zijn gezet, en hoe we de komende periode verder werken aan structurele oplossingen voor deze ondernemers.
Terugkoppeling internetconsultatie programma
Per 18 februari 2026 is de wijziging van de Omgevingswet in werking getreden waarin de wettelijke termijn voor het legaliseren van PAS-melders is verlengd. Met dit programma geef ik uitwerking aan deze wettelijk taak, en stel ik voor hoe PAS-melders geholpen kunnen worden om in een legale situatie te komen. Dit kan ik niet alleen. Provincies spelen een belangrijke rol. Ik ben dan ook dankbaar voor de inbreng vanuit het Interprovinciaal Overleg en van afzonderlijke provincies.
De persoonlijke reacties van de PAS-melders uit de internetconsultatie raken mij zeer. Deze ondernemers zitten al sinds 2019 in onduidelijkheid. Veel van hen hebben aangegeven behoefte te hebben aan een overheid die hen actief, betrokken en oplossingsgericht helpt. En dat ze dat ernstig missen en hebben gemist. Dat trek ik me aan. Ik geloof dat het PAS-programma, en zeker ook de zaakbegeleiders, een rol kunnen spelen om dit vertrouwen weer te herstellen. Om dit programma succesvol te laten zijn, is samenwerking met de PAS-melder en maatwerk per onderneming noodzakelijk. In gesprekken met zaakbegeleiders wordt er samen met de ondernemers verkend welke mogelijkheden er zijn om het bedrijf weer in een legale situatie te krijgen, hierbij wordt zo veel mogelijk uitgegaan van de wensen van de ondernemer. Ik wil hier nogmaals benadrukken dat dit niet betekent dat de verantwoordelijkheid daardoor verschuift.
De reactie van de provincies heb ik zo goed mogelijk proberen te verwerken in het definitieve programma. Daarnaast zal ik tijdens de looptijd van dit programma in gesprek blijven met de verschillende provincies om invulling te geven aan onze gezamenlijke opgave en om ervoor te zorgen dat de uitvoering goed verloopt en het instrumentarium voldoende aansluit bij de praktijk. Het zijn uiteindelijk de provincies als bevoegd gezag die dagelijks te maken hebben met PAS-melders die een oplossing willen. Tegelijkertijd zijn het ook de provincies die zich geconfronteerd voelen met handhavingsverzoeken. Rijk en provincies delen het belang van dit programma om met duidelijke routes naar legalisatie een onderbouwing te bieden om gemotiveerd te kunnen blijven afzien van handhaving. Het maatregelpakket heeft deze functie. Het is een prioriteit om ervoor te zorgen dat PAS-melders tijd hebben om de voor hun gewenste route naar een oplossing te verkennen.
Een aantal reacties ingediend door PAS-melders ging over het opnieuw moeten aanmelden voor het PAS-programma. Dat is niet het geval en dit heb ik verduidelijkt in het programma. Ook is nog duidelijker toegevoegd welke instrumenten beschikbaar zijn om PAS-melders in een legale situatie te brengen. Binnen de huidige jurisprudentie is het legaliseren van de PAS-melding met stikstofruimte uit andere regelingen een hele grote uitdaging. Met dit programma wil ik juist mogelijkheden aan PAS-melders bieden om in een legale vergunde situatie te komen via maatwerk. Dat is intensief maar noodzakelijk om tot een oplossing te komen.
De reacties van LTO en NAJK bevatten terechte punten. Ik herken het belang van het lostrekken van vergunningverlening in den brede. Dit is een van de prioriteiten van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Het maatregelpakket dat de taskforce presenteert en verder zal gaan uitwerken heeft als doel om de randvoorwaarden voor een succesvolle aanpak voor PAS-melders de komende tijd in te vullen.
Een aantal reacties, zoals die van Stichting Stikstof Claim en Agractie, hangen samen met de huidige systematiek van natuurvergunningverlening. In de reacties worden suggesties gedaan om de stikstofproblematiek op te lossen. Die suggesties nemen we mee in het algemene beleid. Ik deel, samen met de indieners, de wens om tot juridisch houdbare oplossingen te komen.
De komende tijd ga ik aan de slag om ervoor te zorgen dat alle zienswijzen een individuele reactie ontvangen. Ik wil nogmaals iedereen bedanken die de moeite heeft genomen om te reageren.
Met dit programma geef ik mijn blijvende commitment aan de PAS-melders aan om hun situatie met prioriteit op te lossen.
Voortgang Programma Maatwerk PAS-melders
Het Programma Maatwerk PAS-melders biedt ondernemers die door het vervallen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) buiten hun schuld in een illegale situatie zijn beland, een structurele oplossing. Rijk en provincies werken samen aan een maatwerkaanpak, waarbij per bedrijf wordt bekeken welke van de vier oplossingsrichtingen het beste past: intern salderen (reductie binnen de eigen bedrijfsvoering), extern salderen (mitigatie via andere locaties), (gedeeltelijke) beëindiging van de activiteit, of verplaatsing naar een locatie waar vergunningverlening mogelijk is.
Voor de PAS-meldingen die op dit moment nog niet geverifieerd zijn hebben we een deadline gesteld voor het aanleveren van informatie. Zij zullen vervolgens meelopen in het programma en er zijn afspraken gemaakt met het bevoegd gezag om deze groep voor 15 januari 2027 zekerheid te bieden of ze in het programma horen. Het doel is dat alle positief geverifieerde PAS-melders uiterlijk 1 maart 2028 zicht hebben op een legale situatie, zodat de wettelijke termijn niet verlengd hoeft te worden.
Om een oplossing voor alle PAS-melders te bereiken, worden ondernemers persoonlijk begeleid en kunnen zij gebruikmaken van subsidieregelingen, zoals de Regeling Provinciale Maatregelen PAS-melders (RPMP).
Verificatieproces
Alle PAS-melders die zich hebben gemeld bij het bevoegd gezag zijn bekend. Het is niet nodig om een nieuwe aanmelding te doen.
Om het verificatieproces af te ronden en alle PAS-melders duidelijkheid over verificatie te geven zijn verschillende termijnen geformuleerd:
• 1 oktober 2026: uiterste datum waarop ondernemers de benodigde gegevens voor verificatie moeten aanleveren. Zonder deze informatie kan niet worden vastgesteld of zij in aanmerking komen voor ondersteuning. Als u nog niet alle gegevens hebt aangeleverd, moet u dat voor deze datum doen.
• 15 januari 2027: deadline waarop provincies de ondernemers schriftelijk informeren over het resultaat van de verificatie. Deze termijnen zijn cruciaal om tijdig maatwerkoplossingen te kunnen bieden en de voortgang van het programma te monitoren. De provincies zullen u voor 15 januari 2027 informeren over uw verificatie.
• 1 maart 2028: uiterste datum waarop PAS-melders een plan moeten indienen bij het bevoegd gezag om hun bedrijfsvoering naar een legale situatie te brengen. Dit plan hoeft op dat moment nog niet volledig geïmplementeerd te zijn, maar biedt wel duidelijkheid over de te volgen route.
Afzien Handhaving
PAS-melders worden veelvuldig geconfronteerd met handhavingsverzoeken. Ik vind het onbestaanbaar dat ondernemers die te allen tijde met goede trouw hebben gehandeld de dupe worden van uitblijvend natuurbeleid van de overheid. Met het pakket van de Taskforce geeft het kabinet invulling aan de ambitie om te kunnen afzien van handhaving. Het Programma Maatwerk PAS-melders biedt de wettelijke en beleidsmatige grondslag om handhavingsverzoeken tegen PAS-melders gemotiveerd af te wijzen. Dit volgt uit de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet2, waarin is vastgelegd dat Rijk en provincies verantwoordelijk zijn voor het legaliseren van activiteiten die door het wegvallen van het PAS in een illegale situatie zijn beland. Daarnaast heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerdere jurisprudentie bevestigd dat handhaving onevenredig kan zijn als er sprake is van een concreet legalisatieperspectief en de ondernemer te goeder trouw heeft gehandeld. Het programma voorziet in een gestructureerde aanpak met duidelijke termijnen en maatwerkoplossingen, waardoor provincies kunnen onderbouwen dat handhaving niet in verhouding staat tot het natuurbelang – zeker nu er actief wordt gewerkt aan stikstofreductie en natuurherstel. Bovendien dragen bronmaatregelen zoals de sanering van varkenshouderijen (Srv) en gerichte aankopen (MGA-1) bij aan een daling van de stikstofdepositie, wat de proportionaliteit van handhaving verder ondergraaft. Hierdoor kunnen handhavingsverzoeken tijdelijk worden afgewezen, mits de PAS-melder actief meewerkt aan een structurele oplossing.
Programma en de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof
Tegelijk met dit nieuwe programma presenteert het kabinet ook een pakket aan maatregelen waar de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof aan heeft gewerkt. Het doel van dit pakket is om natuur te herstellen, vergunningverlening weer los te trekken en ontwikkelingen weer mogelijk te maken. De maatregelen die dit mogelijk maken vragen van alle sectoren in Nederland een bijdrage om stikstofemissies te reduceren. Specifiek voor PAS-melders kunnen de zaakbegeleiders meedenken hoe de opgave vanuit de taskforce kan worden ingevuld, naast de opgave om het bedrijf weer in een legale situatie te krijgen. Hierbij zet het Rijk vol in op de mogelijkheden die de maatwerkaanpak biedt via innovatie, verplaatsing, extensivering en in uiterste gevallen (gedeeltelijke) beëindiging wanneer de PAS-melder dit zelf wenst. PAS-melders hebben de afgelopen jaren te lang in onzekerheid verkeerd. Ik ben ervan overtuigd dat met de ambities en met het pakket van de Taskforce die onzekerheid kan worden weggenomen. Parallel aan het programma blijven wij zoeken naar een generieke oplossing voor alle PAS-melders die juridisch houdbaar is. Daarbij maken we ook gebruik van ideeën uit het veld. Ook zullen we samen met de provincies, enkele auteurs van het WUR-rapport en de agrarische partijen (o.a. LTO en NAJK) verkennen voor welke gebieden de aanpak vanuit het WUR-rapport praktisch uitvoerbaar zou kunnen zijn (inclusief het idee van een nieuwe referentiesituatie). Onderzocht wordt of, en zo ja hoe, door aanpassing van beleidsregels voor vergunningverlening een permanente vergunningsoplossing voor PAS-melders en interimmers zou kunnen worden geboden. Uiterlijk eind dit jaar zal het kabinet de resultaten van deze verkenning aan de Kamer presenteren, hiermee wordt de motie Grinwis beschouwd als afgedaan.3
Verificatie
De bevoegd gezagen beoordelen welke PAS-melders in aanmerking komen voor het Programma Maatwerk PAS-melders, voor PAS-melders zijn dit vaak de provincies. Van de oorspronkelijke 3.637 PAS-melders zijn 2.624 legalisatieverzoeken ingediend. Hiervan zijn er 146 dubbel ingediend, waardoor er 2.478 unieke verzoeken zijn.
Van de 2.478 unieke legalisatieverzoeken zijn inmiddels 2.062 verzoeken volledig beoordeeld. Het merendeel van de betrokken PAS-melders is hierover door het bevoegd gezag, vaak de provincie, geïnformeerd. 171 verzoeken zijn inmiddels ingetrokken. Van de 2.478 unieke legalisatieverzoeken zijn 416 dossiers (nog) niet volledig beoordeeld. Provincies werken hier nog aan antwoord op de vraag of de aanvragen aan de criteria voldoen. Ik heb de provincies verzocht hier prioriteit aan te geven en het verificatieproces zo snel mogelijk af te ronden.
Uit de cijfers rond de geverifieerde PAS-melders blijkt het volgende:
• Bij 407 gevallen is het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat deze niet voldoen aan de criteria van het legalisatieprogramma omdat er geen PAS-melding is gedaan of omdat de melding niet de criteria voldeed.
– Aan de negatieve verificatie liggen verschillende oorzaken ten grondslag. De initiatiefnemers zijn per brief geïnformeerd over de negatieve verificatie en welke vervolgstappen er genomen kunnen worden. Indien deze initiatiefnemers een vergunning nodig hebben kunnen zij zich melden bij het bevoegd gezag.
• 1.448 dossiers voldoen aan de criteria van het legalisatieprogramma en wachten op een oplossing.
– Voor 19 PAS-melders geldt dat er een onherroepelijke vergunning is verleend. Voor hen is de situatie opgelost.
In navolging van de motie De Groot, Van Campen, Boswijk en Grinwis en de aanvullende motie van Grinwis wordt uw kamer elk kwartaal geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot het verificatieproces van de PAS-melders en de voortgang van het legalisatieprogramma. Er vindt regelmatig informeel bestuurlijk overleg met de provincies plaats waardoor ik vaak spreek over de stand van zaken rondom verificatie. De provincies blijven hier mee bezig maar geven ook aan dat verificatie soms niet kan worden afgerond door het uitblijven van gegevens vanuit de aanmelder. Wij blijven gezamenlijk aan de slag om de verificatie zo spoedig mogelijk samen af te ronden. Over de voortgang hiervan zal de Kamer zoals afgesproken elk kwartaal worden geïnformeerd. Hiermee geef ik invulling aan de moties.4, 5
Verkenning voor artikel 22.21a ow en interimmers
Dit programma betekent niet alleen iets voor PAS-melders. Ook voor andere ondernemers die door onrechtmatig overheidshandelen niet beschikken over een toereikende Natura 2000-activiteit toestemming staat het Rijk aan de lat. Ik vind het van belang om voor deze ondernemers met een passende en geschikte aanpak te komen die er de komende jaren voor kan zorgen dat ook deze ondernemers kunnen verduurzamen, investeren, hun bedrijf kunnen overdragen en zich kunnen blijven inzetten voor de Nederlandse economie. Daarom start ik een verkenning om deze opgave in beeld te krijgen en om te onderzoeken met wat voor soort aanpak deze ondernemers het best geholpen zijn. Bij deze verkenning wordt ook de opdracht vanuit het coalitieakkoord voor interimmers betrokken. Ik heb Bart Krol bereid gevonden deze verkenning op zich te nemen.
Ik geef hem de opdracht mee om te verkennen welke definities en beelden van interimmers er zijn, voor welke ondernemers het Rijk, op basis van het amendement, aan de lat staat en wat het Rijk voor deze ondernemers moet doen, kan doen en welke maatregelen effectief kunnen zijn. Ik zal uw kamer informeren over de voortgang van deze verkenning en de uitkomsten met u delen. Hiermee beschouw ik de motie van Grinwis, Vedder, Flach en Holman als afgedaan.6
Moties over PAS-melders
Samen met uw Kamer werk ik aan het oplossen van de PAS-meldersproblematiek. Uw Kamer denkt gelukkig ook mee in mogelijke oplossingen voor PAS-melders.
Zo is er een motie ingediend waar in de regering wordt verzocht om, in overleg met provincies, een voorstel te doen voor het aanbieden van een vergunning en omschakelvergoeding. Dit voorstel gericht op PAS-melders en interimmers die stoppen met het gebruik van kunstmest en inkoop van krachtvoer. Dergelijke oplossingen kunnen provincies en PAS-melders, indien gewenst met ondersteuning van een zaakbegeleider, samen verkennen als onderdeel van de maatwerkaanpak. Hiermee beschouw ik de motie van de leden Bromet en Grinwis als afgedaan.7
Op dit moment kunnen belangrijke maatschappelijke en economische ontwikkelingen niet of slechts met grote moeite vergund worden. Dit vinden wij, net als uw Kamer, zeer frustrerend. Uw Kamer heeft verschillende moties aangenomen die vragen om meer sturing op de beschikbare stikstofruimte, in het bijzonder ten behoeve van PAS-melders.
De overheid kan uitsluitend sturen op de inzet van «stikstofruimte» die zij zelf beheert, bijvoorbeeld via een stikstofbank. Dat betreft maatregelen die door de overheid zijn getroffen en die, project specifiek of via stikstofbanken, kunnen worden ingezet als mitigerende maatregel bij nieuwe of gewijzigde activiteiten. Voor de SSRS-bank is een prioritering vastgesteld binnen de categorieën van projecten waarvoor ruimte mag worden ingezet. Ruimte uit de SSRS-bank wordt met voorrang ingezet voor het faciliteren van concrete woningbouwprojecten en het legaliseren van PAS-melders. Daarnaast kan ruimte uit de SSRS-bank worden ingezet voor renovatie- en veiligheidsprojecten van rijkswegen.8 Met de afweging voor de projectcategorieën prioritering binnen de SSRS-bank beschouwen wij de motie Bromet/Thijssen en de motie Boucke c.s. als afgedaan.9, 10
Uw Kamer heeft een aantal moties aangenomen die vragen om aanscherping van de beleidsregels rond extern salderen. In juni 2024 is de evaluatie extern salderen met uw Kamer gedeeld; hierin is onderzocht hoe extern salderen in de praktijk werkt.11 Uit de evaluatie blijkt het volgende:
• Er is geen sprake van «handel in stikstofruimte» of «stikstofjacht». Dat idee berust op onjuiste aannames.
• Extern salderen komt relatief weinig voorkomt en de meeste extern saldeertransacties verlopen via de SSRS-bank.
• Bij extern salderen buiten de SSRS-bank om, vindt extern salderen het meeste plaats tussen agrarische bedrijven onderling.
• Het bevoegd gezag kan er zelf voor kiezen de regels rond extern salderen aan te scherpen.
Wij zien op dit moment vanuit het Rijk geen directe aanleiding om de beleidsregels extern salderen verder aan te scherpen en daarmee mogelijkheden van agrariërs om extern te salderen verder te beperken. Daarmee beschouwen we de moties Grinwis/Boswijk12 en Flach13 als afgedaan en zal ik de motie De Hoop c.s.14, die de regering verzoekt een halt toe te roepen aan de stikstofjacht op boeren, niet uitvoeren. Ook de motie van Grinwis en Vedder om de beleidsregels aan te passen zodat dier- en fosfaatrechten niet meer los verkocht worden is niet meer opportuun. Ik kies voor een KPI voor fosfaatrechten als onderdeel van het maatregelpakket. Daarmee beschouw ik deze motie als afgedaan.15
Ook het voorstel uit de motie Grinwis c.s. perkt de toestemmingverlening in alle sectoren nog verder in. Op dit moment zijn er in totaal 17 stikstofbanken met stikstofdepositieruimte:
• 1 Rijksbank (de SSRS-bank),
• 15 provinciale banken (van 9 provincies)
• 1 landsdekkende microdepositiebank.16
Deze banken bevatten weinig tot geen inzetbare ruimte vanwege het additionaliteitsvereiste. Een eerste stap om de vergunningverlening weer vlot te trekken wordt door de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof gepresenteerd. Hiermee beschouwen we de motie Grinwis c.s. als afgedaan.17
De motie Van Campen/Grinwis, die tracht de hoeveelheid stikstofruimte die beschikbaar is voor PAS-melders te vergroten, vraagt om het instellen van een PAS-meldersnorm en vraagt daarnaast ook om het mogelijk te maken dat restruimte en onbenutte ruimte na extern salderen kan worden ingezet voor het legaliseren van PAS-melders.18
Zoals ook mijn voorganger in de Kamerbrief van 29 januari 2026 heeft aangegeven dat het legaliseren van PAS-melders met «stikstofruimte» verkregen uit bronmaatregelen slechts voor een klein aantal PAS-melders een oplossing.19 Het extra afromen van stikstofruimte bij extern salderen ten behoeve van PAS-melders zal naar verwachting weinig bijdragen, omdat:
• De beschikbare ruimte zeer beperkt en verspreid is
• Deze ruimte vaak niet voldoet aan het additionaliteitsvereiste.
Daarnaast is er voor het introduceren van deze zogeheten «PAS-meldersnorm» geen wettelijke grondslag Een dergelijke norm zou bovendien gevolgen hebben voor alle sectoren, waaronder PAS-melders die extern willen salderen.20 Provincies hebben afgesproken om vrijgevallen stikstofruimte na transacties te registreren in de microdepositiebank. Bevoegde gezagen kunnen deze ruimte inzetten voor het legaliseren van PAS-melders. Veel provincies hebben de vergunningverlening op basis van salderen echter voorlopig opgeschort. Zij wachten hierbij op een pakket aan aanvullende bron- en natuurmaatregelen voor het behoud van de en verbetering van de Natura 2000-gebieden. Hiermee beschouwen wij de motie als afgedaan.
De motie Flach c.s. verzoekt om in kansrijke gebieden op de korte termijn werk te maken van extern salderen ten behoeve van het legaliseren van PAS-knelgevallen. De motie Grinwis/Flach vraagt om provincies met prioriteit bij te staan om via extern salderen PAS-melders te helpen.21, 22 Met de maatwerkaanpak wordt op bedrijfsniveau gekeken naar de mogelijkheden om de PAS-melder in een legale situatie te brengen. Het legaliseren van de melding met vrijgemaakte ruimte wordt als een van de oplossingen betrokken. Hiermee beschouwen we de moties als afgedaan.
De leden Van der Plas en Wiersma roepen mij op om met dezelfde ambitie en voortvarendheid als bij Lelystad Airport inzichtelijk te maken welke stikstofruimte nodig en beschikbaar is om PAS-melders te legaliseren en uw Kamer hier voor de zomer over te berichten. Het kabinet heeft een duidelijk beeld van de ruimte die nodig is om PAS-melders te legaliseren. Echter, is de hoeveelheid ruimte voor elke casus anders en is het over het algemeen op dit moment niet mogelijk om deze ruimte in te zetten vanwege additionaliteit. Daarbij wil ik benadrukken dat mijn inzet voor PAS-melders juist intensiever is dan voor andere initiatiefnemers. Daarmee beschouw ik deze motie dan ook als afgedaan.23
Tot slot wil ik benadrukken dat het Kabinet in de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof zich blijft inzet voor het faciliteren van economische en maatschappelijke ontwikkelen in balans met de natuur. De welwillendheid en creativiteit in het vinden van oplossingen zijn een onderdeel van alle oplossingsrichtingen die worden verkend. Hiermee beschouw ik ook de motie van het lid Kostić als afgedaan.24
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
De prioritering is te vinden in de Omgevingsregeling en is destijds door de politiek bepaald.
Met een afroompercentage t.b.v. PAS-melders is er (ook voor PAS-melders) minder ruimte beschikbaar om mee te salderen. Hierdoor is het mogelijk dat er meerdere saldogevers gevonden moeten worden wat kan leiden tot hogere kosten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35334-CL.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.