Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 november 2019
Hierbij beantwoord ik de door uw leden gestelde vraag over de uitkomsten van de internetconsultatie
over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bodemkwaliteit in verband met
de versnelling van de totstandkomingsprocedure voor het vaststellen van gebiedsspecifiek
beleid voor PFAS, dat ik u op 13 november heb aangeboden.1
De internetconsultatie heeft elf inhoudelijke openbare reacties opgeleverd. In de
nota van toelichting bij het ontwerpbesluit ga ik op deze reacties in. Inhoudelijk
hebben de reacties op één punt tot aanvulling van het ontwerpbesluit geleid. De reacties
geven geen aanleiding om het voorstel tot het versnellen van de besluitvormingsprocedures
aan te passen.
Hieronder ga ik op de hoofdpunten van de consultatie in.
Snelle besluitvorming
In een aantal reacties wordt de zorg uitgesproken dat snelle besluitvorming in het
PFAS-beleid leidt tot risico’s voor het milieu. In reactie hierop wordt opgemerkt
dat bij het gehele PFAS-beleid het voorzorgsbeginsel in acht wordt genomen en de belangen
van het milieu nadrukkelijk worden meegewogen. Daarnaast is nog van belang om te herhalen
dat het ontwerpbesluit zelf niet voorziet in een wijziging in de normstelling voor
PFAS.
Het ontwerpbesluit wijzigt immers geen inhoudelijk beleid, maar een procedure voor
gemeenten en waterbeheerders om bestaande gebiedsspecifieke instrumenten sneller te
kunnen vaststellen. De snellere besluitvorming betekent niet dat er andere eisen gesteld
gaan worden aan de kwaliteit van de besluiten of dat de rechter de besluiten anders
zal toetsen.
Decentralisatie van besluitvorming over PFAS
In één reactie wordt opgemerkt dat het onwenselijk is dat besluitvorming over PFAS
wordt gedecentraliseerd. De veronderstelling dat er hier sprake zou van een wijziging
berust op een misverstand. Dit ontwerpbesluit wijzigt hieraan niets.
Drinkwater
De Vewin vraagt in haar reactie om een bepaling op te nemen ter bescherming van het
drinkwater. Zoals reeds aangegeven, heeft deze wijziging alleen gevolgen voor de procedure
en niet betrekking op de normstelling. Er gelden op basis van de zorgplicht al hogere
eisen in drinkwaterwingebieden en beschermingszones. Dit geldt niet alleen voor PFAS,
maar voor alle stoffen en daar verandert met dit ontwerp besluit niets aan.
Normstelling
Vanuit de RUD Drenthe is nog de vraag gekomen om een nadere motivering waaruit blijkt
dat gemeenten andere normen kunnen stellen. Dit vloeit voort uit het feit dat de zorgplicht
weliswaar in het Tijdelijk Handelingskader is ingevuld, maar dat het overheden altijd
vrij staat om met een beroep op de gebiedsspecifieke doelstellingen anders gemotiveerd
invulling te geven aan de zorgplicht.
Aanpassing naar aanleiding van de internetconsultatie
Mede naar aanleiding van de consultatie wordt een onderdeel F aan het ontwerpbesluit
toegevoegd. Hiermee wordt de wijziging beperkt tot stoffen uit het Tijdelijk Handelingskader,
die in bijlage 1 van het Besluit bodemkwaliteit expliciet worden benoemd.
Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in het ontwerpbesluit expliciet
op te nemen dat de versnelling van de besluitvormingsprocedures per 1 januari 2021
zal komen te vervallen.
Ik ben voornemens het ontwerpbesluit zo spoedig mogelijk na de afronding van de voorhang
in uw Kamer ter advisering voor te leggen aan de Raad van State.
De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer