Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035334 nr. 19

35 334 Problematiek rondom stikstof en PFAS

Nr. 19 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MILIEU EN WONEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 november 2019

Het is bekend dat op veel plekken in ons land stoffen uit de PFAS-groep worden aangetroffen in de land- en waterbodem. Deze stoffen komen van nature niet voor in het milieu en kunnen schadelijk zijn voor onze gezondheid en de omgeving. Ik heb daar, net als alle betrokkenen, zorg over. Vóór 8 juli 2019 golden op grond van de wettelijke zorgplicht aanzienlijke beperkingen voor het toepassen en verspreiden van grond en baggerspecie waarin PFAS werd aangetroffen. Op basis van die zorgplicht geldt immers dat als een stof niet is genormeerd, zoals in het geval van PFAS, de bepalingsgrens geldt tenzij de achtergrondwaarde bekend is. Vanwege stagnatie bij grond-, weg, en waterbouw kreeg ik van andere overheden en de sector daarom het verzoek een landelijk handelingskader op te stellen. In overleg met de betrokken partijen heeft dit geleid tot de tussenstap van het tijdelijk handelingskader, d.d. 8 juli jl. (Kamerstuk 28 089, nr. 146), om de sector zo snel mogelijk weer ruimte te bieden.

In mijn brief van 8 juli heb ik daarom aangegeven dat het tijdelijk handelingskader PFAS een eerste stap is in het traject naar een definitief handelingskader. Het was toen al bekend dat het handelingskader niet alle problemen omtrent PFAS houdende grond en bagger kon wegnemen. In afwachting van de onderzoeken die voor het definitieve handelingskader noodzakelijk zijn, heb ik samen met de andere overheden en het bedrijfsleven gewerkt aan oplossingen voor diverse problemen. Ik heb uw Kamer geïnformeerd over de aanvullende maatregelen en acties die in gang gezet zijn met de brieven van 9 oktober 2019 (Kamerstuk 28 089, nr. 149), 29 oktober 2019 (Kamerstuk 35 300 XII, nr. 57) en 13 november 2019 (Kamerstuk 35 334, nr. 1). Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor het verder op gang helpen van baggerwerkzaamheden en grondverzet.

Mijn inzet is er al die tijd op gericht om samen met alle partijen zo snel als mogelijk onduidelijkheden en stagnatie weg te nemen, de redelijke ruimte die er is te vinden en te benutten, rekening houdend met onze gezondheid en de omgeving. Met deze brief zet ik een aantal belangrijke nieuwe stappen. Op basis van de uitkomsten van de adviezen van RIVM en Deltares verruim ik de norm voor grond en bagger.

Deze stappen hebben een breed draagvlak. Met de provincies, gemeenten en de waterschappen heb ik afgesproken de verantwoorde ruimte zoveel mogelijk te benutten in de praktijk.

Door deze aanpassing van het tijdelijke handelingskader ontstaat aanzienlijk meer ruimte voor grondverzet en baggerwerkzaamheden. Daarnaast bevat het aangepaste tijdelijk handelingskader verduidelijkingen, zoals hoe om te gaan met grond die afkomstig is van bieten en aardappelen, de zgn. tarragrond. Het geactualiseerde handelingskader wordt 1 december gepubliceerd.

1. Ruimte voor werkzaamheden

Op basis van de onafhankelijke adviezen die ik heb ontvangen van het RIVM en Deltares is het tijdelijk handelingskader aangevuld met:

  • Tijdelijke landelijke achtergrondwaarden in de landbodem;

  • Een voorlopig herverontreinigingsniveau voor de waterbodem. Dit verruimt de mogelijkheid om bagger toe te passen in een aantal diepe plassen.

Achtergrondwaarden voor PFAS in de landbodem

Mede overheden, maar ook bedrijfsleven, hebben meetdata beschikbaar gesteld zodat versneld tijdelijke landelijke achtergrondwaarden konden worden bepaald. Het RIVM heeft op mijn verzoek op basis van de beschikbare informatie tijdelijke landelijke achtergrondwaarden afgeleid. Het RIVM adviseert op dit moment voor alle stoffen uit de PFAS-groep een landelijke achtergrondwaarde van 0,8 μg/kg droge stof. Specifiek voor PFOS adviseert het RIVM een landelijke achtergrondwaarde van 0,9 μg/kg droge stof. Bij deze waarden is er volgens het RIVM geen sprake van risico’s voor de gezondheid of overschrijding van effectniveaus voor het ecosysteem. In overleg met andere overheden heb ik deze tijdelijke landelijke achtergrondwaarden opgenomen in het tijdelijk handelingskader. Het rapport van het RIVM is als bijlage bijgevoegd1.

Dit betekent dat grond met gehalten beneden deze achtergrondwaarden mag worden toegepast. Dat is een aanzienlijke verruiming ten opzichte van de bepalingsgrens van 0,1 μg/kg droge stof. Die moest tot dusver worden gehanteerd daar waar geen lokale achtergrondwaarden bekend was, vanwege het ontbreken van een bodemkwaliteitskaart. Het blijft van belang dat het bevoegd gezag lokaal bodemkwaliteitskaarten vaststelt conform het gedecentraliseerde bodembeleid. VNG en IPO hebben de afgelopen tijd een oproep gedaan richting gemeenten voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten en provincies ondersteunen hun gemeenten hierin. Immers, daar waar lokale achtergrondwaarden bekend zijn, mag grond worden toegepast tot die waarden, met een maximum van 3-7-3 (μg/kg droge stof voor respectievelijk PFOS, PFOA en de andere PFAS-stoffen).

De aanpak van de PFAS-problematiek vraagt om een gezamenlijke aanpak van overheden waarbij stapsgewijs knelpunten worden opgelost. De landelijke achtergrondwaarden zijn een vangnet voor situaties waarin de bodemkwaliteitskaarten ontbreken. Belangrijke volgende stap is dat gemeenten deze landelijke achtergrondwaarden conform huidig bodembeleid als minimum waarden hanteren, ook als lokaal lagere waarden zijn gemeten. Bij het vaststellen van de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden heeft RIVM uiteraard bekeken of dit voldoende bescherming biedt voor mens en milieu. RIVM geeft aan dat er geen sprake is van risico’s voor de gezondheid of overschrijding van effectniveaus voor het ecosysteem. Zo kan binnen verantwoorde normen ruimte worden geboden voor grondverzet. Dit is conform de gebruikelijke procedure op grond van de regeling bodemkwaliteit. RIVM ziet geen reden om hier van af te wijken. Ik heb dit ook met de VNG, IPO en de Unie van Waterschappen zo afgesproken.

Versnelling vaststelling bodemkwaliteitskaarten

Om het vaststellen van de bodemkwaliteitskaarten te bespoedigen heb ik een wijziging van het Besluit bodemkwaliteit in gang gezet. Met dit ontwerpbesluit kunnen gemeenten en waterbeheerders ervoor kiezen om gebruik te maken van een kortere procedure van de Algemene wet bestuursrecht om hun nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart vast te stellen. Dit besluit ligt inmiddels bij de Eerste Kamer.

De handelingsopties gebaseerd op de landelijke achtergrondwaarden (0,8 μg/kg droge stof en 0,9 μg/kg droge stof voor PFOS) zijn in onderstaand schema samengevat.

Grond (μg/kg ds)

   

Toepasbaar op land:

PFAS < 0,8

PFOA <0,8

PFOS < 0,9

Vrij m.u.v. grondwaterbeschermings-gebieden

0,8 < PFAS < 3

0,8 < PFOA < 7

0,9 < PFOS < 3

Wonen en industrie

Landbouw en natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde

PFAS > 3

PFOA > 7

PFOS > 3

Reiniging of stort

In het tijdelijk handelingskader van 8 juli 2019 was opgenomen dat grond niet onder het grondwaterniveau kan worden toegepast met PFAS-waarden hoger dan de bepalingsgrens. In afwachting van de resultaten van het lopende onderzoek naar het verspreidingsgedrag van PFAS in grondwater is de toepassingsnorm voor grond en baggerspecie die op de landbodem onder grondwaterniveau worden toegepast, vooralsnog de voorlopige achtergrondwaarde, te weten 0,9 μg/kg d.s. voor PFOS en 0,8 μg/kg d.s voor PFOA en andere PFAS. In de systematiek van het Besluit bodemkwaliteit worden geen beperkingen opgelegd aan toepassingen op de landbodem van grond en baggerspecie die voldoen aan de achtergrondwaarden. Het RIVM ziet geen aanleiding om hier een voorbehoud te maken. Dit geeft bijvoorbeeld ruimte aan bouwprojecten waar grond onder het grondwaterniveau wordt toegepast.

Bij toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is wederom geadviseerd daar gebruik te maken van grond en baggerspecie van ten minste dezelfde kwaliteit als de aanwezige bodemkwaliteit. Dit advies neem ik in afstemming met de andere overheden ook over.

Herverontreinigingsniveau voor de waterbodem

Op mijn verzoek heeft Deltares onderzoek gedaan naar de herverontreinigingsniveaus voor PFAS in de waterbodem2. Het herverontreinigingsniveau van een stof geeft aan met welke waarde de waterbodems in de Nederlandse rivieren gemiddeld zijn belast door de instroom vanuit het buitenland. Dit betekent dat die bagger in het oppervlaktewater kan worden toegepast zonder dat de kwaliteit achteruit gaat. Ook hier zijn op basis van de nu beschikbare data voorlopige waarden afgeleid. Deltares adviseert 0,8 μg/kg droge stof voor PFAS-stoffen. Specifiek voor PFOS geldt 3,7 μg/kg droge stof.

De nieuwe waarden bieden vanaf nu ruimte voor de toepassing van bagger in diepe plassen in open verbinding met een rijkswater. Hiervoor is RWS bevoegd gezag. Een overzicht welke plassen geschikt zijn voor toepassing van bagger met PFAS tot de voorlopige herverontreinigingsniveaus is opgenomen in het aangepaste tijdelijke handelingskader. Het betreft 16 diepe plassen die totaal meer dan 10 miljoen kuub restcapaciteit bevatten.

Het blijft conform hetgeen is aangegeven in de brief 29 oktober jl. mogelijk om bagger benedenstrooms binnen hetzelfde watersysteem toe te passen zonder dat aan de kwaliteit van de bagger wordt getoetst. Daarnaast blijft het nog steeds mogelijk materiaal uit een watergang zonder metingen op de kant en aanliggend perceel af te zetten.

PFAS-houdende bagger die dermate vervuild is dat het toepassen in een diepe plas geen optie is, dient een andere bestemming te krijgen. Waterschappen en gemeenten kunnen kiezen om bagger tijdelijk op te slaan in een zogenaamd doorgangsdepot om de bagger te ontwateren en eventueel te behandelen, zodat de bagger vervolgens elders kan worden hergebruikt. Ook het toepassen van bagger in een weilanddepot op het aangrenzende perceel is een mogelijkheid. Daarvoor gelden de waarden uit het tijdelijk handelingskader. Zulke mogelijkheden zijn echter niet in alle gevallen praktisch haalbaar en zullen wellicht niet in voldoende mate uitkomst bieden voor de afzet van PFAS-houdende bagger. Zodra geen nuttige toepassing kan worden gevonden voor baggerspecie, kan deze worden gestort.

Zoals aangegeven in de brief van 13 november jl. (Kamerstuk 35 334, nr. 1) kunnen de rijksbaggerdepots de Slufter, IJsseloog en Hollandsch Diep sterk vervuilde bagger ontvangen die PFAS bevat. De rijksbaggerdepots hebben momenteel gezamenlijk een restcapaciteit van ruim 41 miljoen depot-m3. Dit biedt niet enkel ruimte voor Rijkswaterstaat maar ook voor waterschappen en andere overheden. Voor bagger die niet sterk vervuild is, verschilt het kunnen accepteren van PFAS-houdende bagger per depot. In rijksbaggerdepot IJsseloog kan enkel PFAS-houdende bagger worden gestort als deze op basis van andere stoffen dan PFAS sterk vervuild is. In rijksbaggerdepot Hollandsch Diep kan ook PFAS-houdende baggerspecie worden gestort die licht vervuild is maar waarvoor geen nuttige toepassing kan worden gevonden vanwege de aanwezigheid van PFAS (bijvoorbeeld als de bagger meer PFAS bevat dan de herverontreinigingsniveaus). In het baggerdepot de Slufter kan PFAS-houdende zoute baggerspecie worden gestort uit bepaalde herkomstgebieden, ongeacht de klasse-indeling van die baggerspecie. Ook kan onder bepaalde omstandigheden in de Slufter incidenteel PFAS-houdende baggerspecie gestort worden waarvoor geen nuttige toepassing kan worden gevonden, mits het bevoegd gezag daarvoor apart toestemming verleent. Voor het storten moet uiteraard wel voldaan zijn aan de overige acceptatievoorwaarden uit de vergunningen. Rijkswaterstaat gaat over deze aanpak in overleg met bevoegde gezagen om afspraken te maken.

Daarnaast zijn er enkele particuliere baggerdepots in rijkswateren. Deze depots bieden ruimte voor 5 miljoen kuub. Rijkswaterstaat is het bevoegd gezag voor deze depots op grond van de Waterwet en overlegt momenteel met betrokkenen of daar het storten van PFAS-houdende baggerspecie kan worden geaccommodeerd.

De handelingsopties voor bagger zijn in onderstaand schema samengevat.

Bagger (µg/kg ds)

 

Toepasbaar:

Alle bagger

 

Op de kant (zonder metingen)

Benedenstrooms in aansluitende oppervlaktewaterlichamen

PFAS < 0,8

PFOS < 3,7

Diepe plassen in open verbinding met een rijkswater

PFAS > 0,8

PFOS > 3,7

Rijksbaggerdepot

Particulier baggerdepot

Bovenstaande zal nog niet voor alle knelpunten van de waterschappen een oplossing bieden. Soms zullen de nu beschikbare diepe plassen op te grote afstand liggen. In aanvulling op bovenstaande tabel is maatwerk mogelijk voor diepe plassen die geohydrologisch geïsoleerd zijn. Als uit onderzoek blijkt dat er geen uitwisseling plaatsvindt met het grondwater, dan kan er een lokale maximale waarde worden vastgesteld van het toegestane PFAS-gehalte van de bagger die wordt gestort. Ik krijg in de loop van december nadere informatie over geohydrologische effecten aan de hand van een pilot. Ik blijf met de sector en de waterschappen in overleg over de resterende knelpunten.

2. Aanvullende maatregelen

Steun aan MKB bedrijven om de gevolgen van vraaguitval als gevolg van PFAS

Grondverzet en baggerwerkzaamheden moeten zo snel als mogelijk weer verder op gang komen. Daar werken we met man en macht aan. Ik vraag daarom gemeenten, waterschappen en provincies om de geboden ruimte te benutten, activiteiten te prioriteren en waar nodig de aanbestedingskalender aan te passen, opdat uitvoerende partijen zo snel mogelijk weer aan de slag kunnen. De koepels hebben mij toegezegd hier bij hun leden nadrukkelijk aandacht voor te vragen. Het is voor ook voor hen van belang dat de bedrijven gezond blijven. Ik wil deze bedrijven die tijdelijk mensen niet aan het werk hebben graag helpen.

Het kabinet werkt aan een verruiming (in de vorm van een verhoging) van Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) voor MKB-bedrijven die worden geraakt door de PFAS-problematiek. Projecten die hierdoor problemen ondervinden kunnen hiermee in het kader van bedrijfsfinanciering worden geholpen. Ondernemingen kunnen bij een bank terecht voor een lening via de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Samen met de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat wordt de BMKB-regeling na overleg met de betrokken financiers (met name de banken) tijdelijk verruimd (voor 1 jaar). De verruiming wordt opengesteld voor levensvatbare MKB-bedrijven, die actief zijn in (deel)sectoren, zoals het grondverzet, baggersector en de bouw die zijn geraakt door de PFAS-problematiek. Deze verruiming van de BMKB gaat zo snel mogelijk in. Ik informeer uw Kamer hier spoedig over.

Reiniging

Diverse bedrijven geven aan dat er mogelijkheden zijn voor het reinigen van grond met PFAS. Om deze in de praktijk te kunnen brengen, zijn er nog een aantal stappen nodig. Via de brancheorganisatie Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondbewerkingsbedrijven (NVPG) is aangegeven dat meerdere extractieve reinigers op korte termijn een proefreiniging willen uitvoeren. Ik kijk op dit moment naar de mogelijkheden om samen met een aantal partijen hiervoor een pilot te starten om het snel op gang te kunnen brengen. Uiteraard kijken we ook of er nog andere mogelijkheden zijn.

3. Lopende trajecten

Ik heb uw Kamer de afgelopen weken een aantal keren geïnformeerd over de trajecten die in gang zijn gezet samen met alle betrokkenen. Ik heb intensief contact met andere betrokken overheden, VNO/NCW, Bouwend Nederland en andere vertegenwoordigers van de (water)bouw- en grondsector. Ik ben ook meerdere malen op werkbezoek geweest bij projecten en grondbedrijven om een goed beeld te krijgen van de problemen.

Informatiemarkten en werkconferenties

Eind oktober en begin november is een viertal informatiemarkten in het land georganiseerd (Eindhoven, Rotterdam, Utrecht en Groningen). Deze zijn druk bezocht door medewerkers van andere overheden en het bedrijfsleven. Dit heeft naar zeggen van de bezoekers geleid tot verduidelijking van een aantal zaken, bijvoorbeeld ten aanzien van klein grondverzet en normering. Een aantal gemeenten is op basis van de verkregen informatie snel aan de slag gegaan met het opstellen van bodemkwaliteitskaarten.

Ook zijn er regionale werkconferenties georganiseerd. Doel van de bijeenkomsten is om te zorgen dat alle partijen beschikken over de juiste informatie en dat op regionaal niveau knelpunten in kaart worden gebracht en projecten worden vlot getrokken. Inmiddels hebben werkconferenties plaatsgevonden in Den Haag, Noord-Brabant en Zuid-Holland. Op 6 december vindt een vervolgsessie plaats in Noord-Brabant, 12 december in Noord-Holland en Zeeland, 16 december in Flevoland, 17 december vervolgsessie in Zuid-Holland en 18 december in Limburg. De werkconferentie in Utrecht vindt plaats op 23 januari 2020. Werkconferenties in regio Midden Holland/veenweide gebieden, Groningen en Limburg zijn in voorbereiding. Overijssel, Groningen, Drenthe zien op dit moment geen noodzaak om op korte termijn een werkconferentie te houden. De bedoeling is om voor het einde van het jaar in het overgrote deel van de provincies de werkconferenties te hebben gehouden. Indien nodig zet ik dit traject volgend jaar voort.

We hebben al veel vragen kunnen beantwoorden en onduidelijkheden kunnen wegnemen. Bijvoorbeeld:

  • Vragen over transport van grond die PFAS bevat. Het is immers niet noodzakelijk om voorafgaand aan transport een bodemonderzoek uit te voeren, wel dient een algemeen transportbegeleidingsformulier aanwezig te zijn. Dit formulier hoeft geen melding te bevatten of PFAS is aangetroffen.

  • Misverstanden zijn uit de weg geruimd ten aanzien van klein grondverzet door hoveniers. Kleine partijen grond kunnen zonder keuring bij een grondbank worden aangeboden.

  • Grondbanken kunnen via de gebruikelijke procedures partijen grond samenvoegen.

  • Voor het hergebruik van grond die afkomstig is van bieten en aardappelen, de zgn. tarragrond, wordt gebruik gemaakt van een fabrikanteigen verklaring (FEV). Deze kan met de nieuwe achtergrondwaarde weer worden afgegeven.

Vliegende brigade en taskforce

Sinds 14 november is een «vliegende brigade» actief. Een tiental overheden heeft tot nu contact gezocht met dit expertteam. Ik heb de brigade gevraagd ook zelf actief overheden te benaderen indien er signalen vanuit de buitenwereld komen dat er iets vastloopt. Er wordt gezorgd voor een goede samenwerking met de adviseurs van de Bodemplus (RWS), de taskforce en de werkconferenties. Ter ondersteuning heeft de Helpdesk Bodemplus een website waarop continu geactualiseerde QenA’s worden geplaatst (www.bodemplus.nl/helpdesk). Ook specifieke vragen vanuit de informatiemarkten en werkconferenties, worden door de helpdesk opgepakt.

Ik heb bovendien een taskforce ingesteld. Alle betrokken partijen komen wekelijks bij elkaar onder voorzitterschap van dhr. Hans van der Vlist. Doel is om regio-overstijgende knelpunten – zoals aangedragen vanuit de werkconferenties – te inventariseren, daarvoor oplossingen te zoeken en te adresseren bij de juiste partij. Een aantal punten wordt met spoed verder worden uitgewerkt, zoals

  • de wijze waarop vergunningverlening kan plaatsvinden van directe en indirecte lozingen van water met PFAS door grondreinigers, grondbanken, stortplaatsen, afvalinzamelaars;

  • het verlenen van een niet-reinigbaarheidsverklaring voor zand met PFAS boven 3-7-3 μg/kg droge stof, zodat stort kan plaatsvinden.

Met de Rijksheren heb ik afgesproken alles in het werk te stellen om lopende problemen in kaart te brengen.

Andere stoffen en aanpak bij bron

De eerste focus is het oplossen van deze crisis. Daarmee zetten we in deze brief weer een forse stap. Maar er blijven nog knelpunten, die ik gezamenlijk met alle partijen aan het aanpassen ben. Ondertussen werk ik aan een aangepaste algemene methodiek voor de omgang met niet-genormeerde stoffen, en specifiek de zeer zorgwiekkende stoffen (ZZS), in bodem en baggerspecie. Daarnaast ben ik met de andere overheden in gesprek over een mogelijke algemene integrale benadering van ZZS gericht op de totale keten. Ik beschouw hierbij de gehele keten en pak dit op samen met de andere overheden. Deze methodiek moet ervoor zorgen dat de grote stagnatie, zoals die nu optreedt bij het aantreffen van een niet-genormeerde stof in bodem of baggerspecie, wordt voorkomen. Deze algemene methodiek richt zich ook op signalering en preventie. Daarbij zal ik ook bezien of het nodig is aanpassingen in regelgeving te verankeren. Dit past in het bredere ZZS-beleid. Ik zal uw Kamer medio 2020 informeren over de stand van zaken.

Natuurlijk moeten we in de eerste plaats voorkomen dat nog meer van dergelijke stoffen een probleem kunnen veroorzaken. En daarmee hebben we succes. Voor veel stoffen, met name de ZZS, gelden al strenge eisen aan het op de markt brengen, gebruik en emissies. Het Deltares rapport bevat een figuur met metingen die laten zien dat PFOS, een PFAS-stof die in het verleden veel werd toegepast en al ruim 10 jaar is verboden, ook afneemt in de waterbodem.

De aanpak van emissies van bedrijven heeft geresulteerd in drastische verminderingen van de PFAS-emissies (Kamerstuk 28 089, nr. 150). Het bevoegd gezag, in geval van Chemours de provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat, zijn verantwoordelijk voor het opleggen van beperkende maatregelen. Ik faciliteer het bevoegd gezag daarbij bijvoorbeeld binnen het VTH-stelsel, met de opzet van een kennisnetwerk en een opleidingsprogramma voor vergunningverleners, die lozingen op water beoordelen (Kamerstuk 27 625, nr. 487). Ook laat ik het RIVM de ZZS-lijst actualiseren.

Productie en gebruik van stoffen worden in Europees en internationaal verband gereguleerd. Mede dankzij onze inspanningen is GenX door de Europese Commissie aangemerkt als «substance of very high concern» onder de REACH-verordening. Hierdoor geldt nu onder het nationaal stoffenbeleid een minimalisatieplicht voor emissies van deze stof. Het Kabinet zet zich in om het Europese initiatief om te komen tot een Zero Pollution Ambition (als onderdeel van de Green Deal) aan te grijpen om bij toelating beter de milieueffecten nemen.

Bronbeleid werkt dus, maar we zien wel dat als een stof uit de PFAS-groep wordt verboden, zoals PFOS of, per 4 juli 2020, PFOA, de industrie vaak uitwijkt naar vergelijkbare stoffen uit de PFAS-groep. Daarom heb ik in de brief van 13 november gemeld dat het Kabinet zich voor de aanpak van de PFAS-problematiek inzet voor een verbod van alle niet-essentiële toepassingen van PFAS. Om dit kracht bij te zetten, heb ik dit geagendeerd voor de komende Milieuraad. Ik werk hierin samen met andere landen zoals Duitsland en Zweden. Tevens zal ik mijn collega’s en de Commissie verzoeken om maatregelen te nemen om de emissies van PFAS naar lucht en water zo ver mogelijk te reduceren.

Tot slot

Ik heb samen met de andere partijen belangrijke nieuwe stappen gezet en heb het tijdelijk handelingskader daarop aangepast. Hiermee geef ik op verantwoorde wijze ruimte voor ontwikkelingen met zorg voor mens en milieu. Het is aan alle betrokkenen om deze ruimte optimaal te benutten.

Daarmee zijn nog niet alle problemen opgelost of alle vragen beantwoord. Er zullen ongetwijfeld regionaal nog knelpunten zijn. Ik laat daarom nog een aantal onderzoeken uitvoeren, zoals ik ook eerder aan uw Kamer heb gemeld en blijf met alle overheden en bedrijfsleven werken aan de oplossing van de resterende problemen. Op basis van de nog volgende onderzoeken van het RIVM zal ik een definitief handelingskader vaststellen. Ik zal u daarover in de loop van 2020 nader informeren. Ik zal het definitieve handelingskader juridisch verankeren in de regeling bodemkwaliteit.

De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.