Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035316 nr. 2

35 316 Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van persoonsgegevens

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de taak van het college van burgemeester en wethouders omtrent vroegsignalering en van schuldhulpverlening te verduidelijken en ten behoeve daarvan noodzakelijke gegevensuitwisseling te faciliteren;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET GEMEENTELIJKE SCHULDHULPVERLENING

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd:

cliënt:

persoon aan wie op grond van deze wet schuldhulpverlening wordt gegeven;.

2. Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van de begripsomschrijving van «schuldhulpverlening» door een punt vervalt «verzoeker» en de bijbehorende begripsomschrijving.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «personen» vervangen door «inwoners».

2. In het vierde lid wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot d en e een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • c. hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders van tot bewoning bestemde onroerende zaken, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven, wordt vormgegeven.

3. In het vijfde lid wordt «de verzoeker» vervangen door «de cliënt».

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het college heeft tot taak en voert daarbij het plan, bedoeld in artikel 2, eerste lid, uit, om:

    • a. schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente te geven;

    • b. een inwoner een aanbod te doen tot een eerste gesprek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, als een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen signaal van schuldeisers is ontvangen door het college over betalingsachterstanden, dat een goede indicatie vormt voor meer schulden.

2. In het tweede en derde lid wordt «persoon» telkens vervangen door «inwoner».

3. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. In bijzondere omstandigheden kan het college, zo nodig in overleg met het college van een andere gemeente, ook schuldhulpverlening aan een persoon geven als die geen inwoner is. Voor de toepassing van deze wet wordt deze persoon gelijkgesteld met een inwoner.

D

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a Uitvoering van deze wet en mandatering

Het college kan de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de inwoner en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Het college kan bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan een organisatie of instelling, die zich blijkens haar doelstelling of werkzaamheden richt op schuldhulpverlening.

E

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het eerste gesprek waarin de schriftelijke of mondelinge hulpvraag wordt vastgesteld, vindt plaats binnen vier weken nadat:

    • a. een inwoner zich tot het college wendt voor schuldhulpverlening; of

    • b. het college een signaal als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, heeft ontvangen, in het geval de inwoner het aanbod heeft geaccepteerd.

2. In het derde lid wordt de «verzoeker» vervangen door «de inwoner».

F

Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4a Beschikking tot schuldhulpverlening dan wel de afwijzing of beëindiging ervan

  • 1. Na het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt een beschikking afgegeven, inhoudende:

    • a. het plan van aanpak; of

    • b. een weigering tot schuldhulpverlening.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan een beschikking achterwege blijven als in het eerste gesprek door de inwoner wordt aangegeven af te zien van verdere schuldhulpverlening.

  • 3. Aan een beschikking als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen voorwaarden worden verbonden.

  • 4. In het plan van aanpak wordt ten minste de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in acht genomen.

  • 5. Als er redenen zijn om de schuldhulpverlening tussentijds te beëindigen, wordt een beschikking tot beëindiging van de schuldhulpverlening afgegeven.

G

In artikel 5, eerste en derde lid, wordt «de schuldenaar» telkens vervangen door «de cliënt».

H

In artikel 6 wordt «De verzoeker» vervangen door «De cliënt» en wordt toegevoegd «, voor zover gegevens over deze feiten en omstandigheden niet door het college kunnen worden verkregen».

I

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «De verzoeker» vervangen door «De cliënt».

2. In het tweede lid wordt «de persoon» vervangen door «de cliënt» en vervalt «, bedoeld in het eerste lid,».

J

In artikel 8, eerste lid, wordt na «bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen en instanties verstrekken» ingevoegd «onder te bepalen voorwaarden».

K

Na artikel 8 worden vier artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 8a Verwerking persoonsgegevens schuldhulpverlening

Het college is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 8b Verwerking persoonsgegevens wanneer college uit eigen beweging een gesprek aanbiedt

  • 1. Het college is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de inwoner voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

  • 2. Onder noodzakelijke gegevens wordt verstaan de gegevens uit de basisregistratie personen en gegevens die noodzakelijk zijn om de signalen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel b, of 10, te verwerken.

Artikel 8c Gebruik burgerservicenummer

Het college gebruikt het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer van een inwoner bij het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in de artikelen 8a en 8b met het doel te waarborgen dat de in het kader van de uitvoering van deze wet te verwerken persoonsgegevens op die inwoner betrekking hebben.

Artikel 8d Gebruik gegevens sociaal domein

Het college is bevoegd persoonsgegevens van de inwoner, die het college heeft verkregen voor de uitvoering van de taken die bij of krachtens de Jeugdwet, de Participatiewet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan het college zijn opgedragen, ook te verwerken als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet.

L

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10 Tijdelijke regeling

  • 1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, kan bij ministeriële regeling voor de duur van maximaal vijf jaren een signaal van een schuldeiser over betalingsachterstanden, die een betere indicatie vormen voor meer schulden, worden aangewezen, waarna bij ontvangst daarvan door bij die regeling aangewezen gemeenten, het college uit eigen beweging een eerste gesprek aanbiedt als bedoeld in artikel 4, eerste lid.

  • 2. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid kunnen in afwijking van artikel 8, eerste lid, bij ministeriële regeling personen en instanties worden aangewezen die een signaal over betalingsachterstanden aan het college verstrekken en zijn artikel 8, tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat waar « bij algemene maatregel van bestuur» staat gelezen wordt «bij ministeriële regeling».

ARTIKEL II. EVALUATIEBEPALING

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL III. SAMENLOOPBEPALING

  • 1. Indien artikel I, onderdelen G en H, van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet eerder of gelijktijdig in werking treden dan artikel I, onderdeel F, onder 4, van deze wet, wordt in artikel I, onderdeel F, onder 4, van deze wet «bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «bedoeld in de artikel 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

  • 2. Indien artikel I, onderdelen G en H, van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet in werking treden nadat artikel I, onderdeel F, onder 4, van deze wet in werking is getreden, wordt in artikel 4a, vierde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening «bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL IV. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,