Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-XVI nr. 49

35 300 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2020

Nr. 49 MOTIE VAN DE LEDEN SLOOTWEG EN VAN DEN BERG

Voorgesteld 31 oktober 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat De Nederlandse Bank (DNB) toetst of beoogde bestuurders van pensioenfondsen voldoende financiële en juridische kennis hebben om hun functie te vervullen;

constaterende dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een zelfde soort toezichthoudende rol vervult in de zorgsector als DNB in de financiële sector;

constaterende dat verschillende onderzoeksrapporten van de NZa en de IGJ, naar aanleiding van faillissementen en misstanden, constateren dat het besturen van een zorgaanbieder steeds complexer is geworden;

van mening dat het met name voor leden van de raden van toezicht van zorgaanbieders met veel bv's en stichtingen steeds meer kennis en kunde vraagt om intern toezicht uit te oefenen;

verzoekt de regering, om de NZa eerst te vragen een toets over kennis en kunde te ontwikkelen voor leden van raden van toezicht van zorgaanbieders die een complexe structuur hebben van meer dan vijf bv's en/of stichtingen;

verzoekt de regering tevens, de Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ) deze toets gedurende twee jaar te laten afnemen en vervolgens te laten evalueren of dit werkbaar is;

verzoekt de regering voorts, de leden van de raad van toezicht van een zorgaanbieder met een complexe structuur die geen lid zijn van de NVTZ door de IGJ te beschouwen als zorgaanbieders met een verhoogd risico,

en gaat over tot de orde van de dag.

Slootweg

Van den Berg