35 300 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020

Nr. 79 MOTIE VAN HET LID VAN KOOTEN-ARISSEN

Voorgesteld 28 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ongeveer een op de negen kinderen in Nederland in armoede leeft;

overwegende dat het heel schrijnend en onaanvaardbaar is dat kinderen in een welvarend land als Nederland in armoede leven, waardoor zij bijvoorbeeld geen warme winterjas hebben, slechts één maaltijd per dag krijgen of nooit mee kunnen op schoolreisje;

constaterende dat kinderarmoede leidt tot schaamte, stress en achterstanden die nauwelijks in te lopen zijn;

constaterende dat Nederland binnen de EU op de zevende plek staat als het om kinderarmoede gaat en in Scandinavische landen de armoedecijfers onder kinderen structureel lager zijn dan in Nederland;

constaterende dat het kabinet samen met de VNG ambities geformuleerd heeft om de aanpak van kinderarmoede een impuls te geven, daarbij ook aandacht wil besteden aan brede kansenarmoede, en de Kamer elke twee jaar over kinderarmoede wil rapporteren;

verzoekt de regering, in aanvulling op de geformuleerde ambities om samen met de VNG de aanpak van kinderarmoede een impuls te geven en daarbij:

  • nadrukkelijk te leren van de succesvolle aanpak van kinderarmoede in Scandinavische landen en samen met de VNG en specialisten op het gebied van kinderarmoede te bekijken of deze aanpak in Nederland ook succesvol zou kunnen zijn,

  • de Kamer jaarlijks, in plaats van iedere twee jaar, over de resultaten van de aanpak van kinderarmoede te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Kooten-Arissen

Naar boven