35 300 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2020

Nr. 75 MOTIE VAN HET LID VAN BRENK

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 11 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Unie van Waterschappen de aanpassing van het belastingstelsel vorig jaar heeft ingetrokken wegens gebrek aan draagvlak;

overwegende dat de Unie van Waterschappen de aanpassing van het belastingstelsel nu weer op de agenda heeft gezet;

overwegende dat het eindrapport van de CAB en het daarop gebaseerde voorstel van het Uniebestuur van medio 2018 goede aanzetten bevat voor een nieuw belastingstelsel, dat recht doet aan de conclusies van het OESO-rapport van 2014;

overwegende dat het noodzakelijk is ook draagvlak te vinden bij belanghebbenden die eerder niet betrokken waren, bijvoorbeeld in de vorm van een klankbord met politieke partijen die niet vallen onder de geborgde zetels en burgerbelangenorganisaties, zoals de Consumentenbond, Vereniging Eigen Huis en woningcorporaties;

verzoekt de Minister, geen voorstel in behandeling te nemen van de Unie van Waterschappen als niet vooraf duidelijk is dat er een breed draagvlak en brede betrokkenheid en inspraak zijn geweest bij het uiteindelijke voorstel voor de aanpassing van het belastingstelsel waterschappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Brenk

Naar boven