Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-VI nr. W

35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

W MOTIE VAN HET LID OTTEN C.S.

Voorgesteld 10 maart 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat het opsporingspercentage van misdrijven in Nederland ver achter blijft bij ons omringende landen zoals Duitsland;

constaterende, dat ook de aangiftebereidheid in Nederland ver achterblijft bij andere landen;

overwegende, dat het Nederlandse vervolgingsbeleid gebaseerd is op het opportuniteitsbeginsel, waarbij vele zaken niet vervolgd worden, waardoor aangiftebereidheid en oplossingspercentages van misdrijven ver achterblijven bij internationale standaarden;

overwegende, dat landen die gebruik maken van het legaliteitsbeginsel, waar bij verdenking van misdrijven in principe altijd vervolging moet plaatsvinden, veelal (veel) hogere opsporingspercentages realiseren dan Nederland;

verzoekt de regering om een onderzoek in te stellen, bijvoorbeeld door het WODC, naar de mogelijkheden in hoeverre de (gedeeltelijke) invoering van het legaliteitsbeginsel kan bijdragen tot een meer effectieve en snellere rechtspleging, lagere recidive en een hogere aangiftebereidheid, zodat de misdaad effectief teruggedrongen kan worden in Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

Otten

De Vries