35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

Nr. 92 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID KROL TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 72

Voorgesteld 26 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er in tegenstelling tot het standpunt van de Nederlandse regering en in tegenstelling tot de wens van de meerderheid van de Nederlandse bevolking, mogelijk toch jihadisten met de Nederlandse nationaliteit terugkeren en hier berecht gaan worden;

overwegende dat indien deze jihadisten hier berecht gaan worden, begane misdrijven niet onbestraft mogen blijven omdat er mogelijk sprake is van oorlogsmisdrijven, misdaden tegen de mensheid en genocide;

overwegende dat het rondkrijgen van de bewijslast moeizaam verloopt omdat de misdrijven elders zijn gepleegd en de bewijzen vernietigd kunnen zijn, maar dat dit geen reden mag zijn om niet alles op alles te zetten om de bewijslast rond te krijgen;

overwegende dat er velen zijn in kampen, die kunnen getuigen van de misdrijven waarvan zij en anderen slachtoffer zijn geworden;

overwegende dat het van evident belang is de bewijslast rond te krijgen en de slachtoffers van de jihadisten met een Nederlandse nationaliteit, alsmede de nabestaanden van de slachtoffers te vinden en te laten getuigen;

verzoekt de regering, ervoor zorg te dragen, bijvoorbeeld door het reserveren van budget, de bewijslast rond te krijgen en getuigen gedurende het proces naar Nederland te halen en te laten getuigen, zodat bij de berechting van jihadisten met de Nederlandse nationaliteit de onderste steen boven komt en het recht zegeviert,

en gaat over tot de orde van de dag,

Krol

Naar boven