Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-VI nr. 82

35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

Nr. 82 MOTIE VAN HET LID HIDDEMA

Voorgesteld 21 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer op 23 april jongstleden een motie heeft aangenomen waarin het kabinet wordt verzocht om het Openbaar Ministerie aan te sporen meer gebruik te maken van de bestaande mogelijkheden tot voorarrest wanneer asielzoekers een misdrijf plegen;

constaterende dat de Staatssecretaris per brief aan de Kamer heeft medegedeeld dat het gebruik van de mogelijkheden tot voorarrest een bestaand onderdeel vormt van de aanpak van criminele asielzoekers, en dat daarmee uitvoering is gegeven aan de motie;

overwegende dat uit de reactie van de Staatssecretaris niet blijkt dat het Openbaar Ministerie is aangespoord om méér gebruik te maken van de genoemde mogelijkheden, en dat de motie derhalve nog geenszins is uitgevoerd;

roept de regering op de motie alsnog daadwerkelijk uit te voeren, door het Openbaar Ministerie aan te sporen meer gebruik te maken van de genoemde mogelijkheden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Hiddema