Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-VI nr. 79

35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

Nr. 79 MOTIE VAN HET LID AZARKAN

Voorgesteld 21 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gebleken is dat de Nederlandse politie disproportioneel gebruik maakt van stop- en zoekbevoegdheden op leden van minderheidsgroepen en er hierdoor sprake is van etnisch profileren bij de politie;

constaterende dat dit probleem zou worden aangepakt met het gebruik van de MEOS-app;

constaterende dat geweldsaanwendingen niet eenduidig geregistreerd worden door alle eenheden;

overwegende dat het verzamelen van data en het analyseren hiervan door middel van de MEOS-app bijna onmogelijk is;

overwegende dat er geen enkel meetinstrument actief is dat de omvang van etnisch profileren in kaart kan brengen;

overwegende dat de Minister geen correct beleid kan vormen zonder de omvang van het probleem te kennen;

van mening dat het probleem van etnisch profileren niet aangepakt kan worden zonder een effectief meetinstrument;

verzoekt de regering, om op basis van het adviesrapport van de ECRI van eerder dit jaar bindende regelgeving voor de redelijke verdenkingen in te voeren, zodat bevoegdheden voor controles, surveillance en onderzoek alleen op grond van objectieve criteria kunnen worden uitgevoerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Azarkan