Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-VI nr. 76

35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

Nr. 76 MOTIE VAN HET LID AZARKAN

Voorgesteld 21 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Kinderrechtenverdrag gisteren exact 30 jaar bestaat;

constaterende dat het Kinderrechtenverdrag unaniem aangenomen is door de Verenigde Naties en naast Nederland door 195 landen geratificeerd is;

overwegende dat het Kinderrechtenverdrag de burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten van kinderen erkent;

overwegende dat het Kinderrechtenverdrag juridisch bindend is, ook voor Nederlandse kinderen in Syrische kampen;

overwegende dat «IS-kinderen» niet verantwoordelijk zijn voor de keuzes en daden van hun ouders;

overwegende dat deze Nederlandse kinderen jonger zijn dan 12 jaar en dat het in een aantal gevallen gaat om baby's, peuters en kleuters;

spreekt uit dat Nederlandse kinderen in Syrische kampen vallen onder het Kinderrechtenverdrag en recht hebben op hulp,

en gaat over tot de orde van de dag.

Azarkan