35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

Nr. 22 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DEN BERGE

Ontvangen 21 november 2019

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 3.100 (x € 1.000).

II

In artikel 92 Nog onverdeeld worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.100 (x € 1.000).

Toelichting

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen over de Rijksbegroting voor 2020 is de motie1 van het lid Klaver c.s. aangenomen waarbij structureel € 15 miljoen extra beschikbaar wordt voor de behandeling van zedenzaken. Bij brief van 12 november 2019 heeft de Minister van Justitie en Veiligheid aangegeven hoe deze extra middelen zullen worden aangewend.

Te verwachten valt dat het extra beschikbaar gekomen budget voor de zedenpolitie tot gevolg zal hebben dat méér zaken zullen worden aangebracht bij het Openbaar Ministerie. Om deze toename adequaat het hoofd te kunnen bieden dient het Openbaar Ministerie te worden uitgebreid met negen officieren van justitie en bijbehorende parketondersteuning. Indiener stelt daarom voor om hiervoor € 3,1 miljoen toe te voegen aan het budget voor het Openbaar Ministerie.

Dekking voor dit amendement wordt gevonden in de nog onverdeelde middelen in niet-beleidsartikel 92 Nog onverdeeld.

Van den Berge


X Noot
1

Kamerstukken II 2019/20, 35 300, nr. 11.

Naar boven