Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-V nr. 53

35 300 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2020

Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2019

Hierbij bied ik u het verslag aan van de bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), die op 5 en 6 december te Bratislava plaatsvond.

Algemeen

De Ministeriële Raad van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa vond dit jaar onder Slowaaks voorzitterschap plaats in Bratislava, op 5-6 december. De gepolariseerde situatie in de OVSE-regio heeft een wissel getrokken op de onderhandelingen over concrete besluiten. Niet alleen het conflict in Oekraïne beheerste de agenda, ook andere conflicten beïnvloedden de bereidheid om concessies te doen, waarbij het vereiste van consensus door delegaties gebruikt werd om hun positie kracht bij te zetten. De EU-inzet richtte zich op behoud van normen en waarden, zoals op het gebied van mensenrechten en gendergelijkheid en op dialoog. Daarbij gaat kwaliteit boven kwantiteit en wordt kritisch gekeken naar de toegevoegde waarde van ontwerpbesluiten.

Evenals voorgaande jaren kon geen overeenstemming worden bereikt over een gezamenlijke slotverklaring, noch over een verklaring over de situatie in en rond Oekraïne.

Bij gebrek aan consensus over veel van de voorgestelde besluiten werden door groepen landen in wisselende samenstelling verklaringen afgelegd over voor hen belangrijke onderwerpen. Nederland heeft zich o.a. aangesloten bij een oproep tot modernisering van het Weens Document (samen met NAVO-partners, Finland en Zweden) en een verklaring over mensenrechten (met EU en andere Westerse landen).

Tijdens de plenaire spraken 66 delegaties, het overgrote deel vertegenwoordigd door de Minister van Buitenlandse Zaken. Terugkerende elementen waren dit jaar de situatie in Oekraïne, waarbij veel landen de hoop uitspraken dat de Normandië-4 bijeenkomst in Parijs op 9/12 resultaat zou hebben. Veel steun was er ook voor de Special Monitoring Mission van de OVSE in Oekraïne. De illegale annexatie van de Krim werd door veel delegaties veroordeeld. Andere veelgenoemde onderwerpen waren de wens tot modernisering van het Weens Document en voortzetting van de Structured Dialogue over wapenbeheersing en veiligheid in Europa. Een meerderheid van landen steunde de oproep van de Chairman-in-Office (CiO) aan landen om zich te hercommitteren aan de OVSE en haar principes en zich uit te spreken voor dialoog en een coöperatieve houding («Bratislava Appeal»). Het belang van mensenrechten als integraal onderdeel van het alomvattend veiligheidsconcept van de OVSE kwam bij veel delegaties terug.

Verklaringen en besluiten

Als aangegeven bracht de Ministeriele Raad van 2019 weinig formele besluiten voort. Het Slowaakse voorzitterschap slaagde er in een akkoord te bereiken over de voorzitterschappen voor 2021 en 2022, van respectievelijk Zweden en Polen. De continuïteit van de organisatie is hiermee verzekerd. Ook werd een besluit aangenomen over een naamsverandering van de samenwerking met de Mediterrane en Aziatische Partners.

In de Eerste dimensie (politiek-militair) werd overeenstemming bereikt over twee verklaringen, een ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de OVSE Gedragscode over politiek-militaire aspecten van veiligheid en een vanwege het 25-jarig jubileum van de OVSE Principes voor non-proliferatie en het 15-jarig jubileum van VNVR Resolutie 1540. In de tekst over de Code of Conduct werd, mede op Nederlandse aandrang voor het eerst een verwijzing naar Veiligheidsraadresolutie 1325 (Women, peace and security) opgenomen, waarmee de relevantie van de rol van vrouwen en het belang van gelijke kansen in de veiligheidssector worden erkend. Besluiten over grensbewaking en de bestrijding van terrorisme vielen ten prooi aan de verschillen in belangen en prioriteiten tussen Westerse en Oost-Europese landen.

Geen van de drie conceptbesluiten in de Tweede dimensie (economisch-milieu) haalde de eindstreep. Het betrof teksten over energiezekerheid, digitale innovatie en internationale milieucriminaliteit. Het besluit over digitalisering leek lange tijd kans van slagen te hebben. Veel Westerse landen waren echter kritisch over de toegevoegde waarde t.o.v. eerder aangenomen teksten over dit onderwerp en wilden alleen akkoord gaan als er hoge standaarden over de toepasselijkheid van internationaal recht, mensenrechten en gendergelijkheid zou worden opgenomen. Dit bleek uiteindelijk niet haalbaar.

In de Derde dimensie (mensenrechten en democratisering) werd onderhandeld over drie besluiten: over tolerantie en non-discriminatie, over marteling en over de vrijheid van vreedzame vergadering. Om diverse redenen kon over geen van drie overeenstemming worden bereikt. Zo was bij laatstgenoemd voorstel het wel of niet opnemen van een verwijzing naar «bezetting» in de tekst een breekpunt, waarover de delegaties van Oekraïne en Rusland het niet eens konden worden.

Nederlandse interventie

In mijn interventie heb ik het belang van internationale organisaties, de OVSE in het bijzonder, in tijden van spanning benadrukt. Voorwaarde daarvoor is wel dat alle deelnemende Staten zich aan hun verplichtingen houden en dat de organisatie zich aan nieuwe uitdagingen, zoals cyber en hybride dreigingen, aanpast.

De rol van de OVSE/SMM in Oost-Oekraïne is een belangrijke illustratie van dit belang, zeker na het neerhalen van MH17. In dit verband heb ik alle OVSE-landen opgeroepen volledig mee te werken aan het onderzoek, in lijn met VN Veiligheidsraad-resolutie 2166. Nederland is een constructieve partner in de OVSE, niet alleen bijvoorbeeld als voorzitter van de Structured Dialogue, maar ook als een grote donor van mensenrechten-projecten: in de OVSE-regio 7 miljoen euro in 2020. Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, gelijke rechten voor LHBTI’s, vrijheid van meningsuiting en van de media en steun voor maatschappelijke organisaties zijn daarbij voor Nederland prioriteiten.

Bijeenkomst met mensenrechtenverdedigers

Tijdens een aparte ronde-tafelbijeenkomst op de Nederlandse ambassade in Bratislava heb ik gesproken met een aantal mensenrechtenactivisten uit landen in Oost-Europa en de Balkan. Thema was dit jaar de Vrijheid van vereniging en vergadering (freedom of peaceful assembly, FoPA). De deelnemers aan de bijeenkomst waren het met elkaar eens dat de situatie in de regio m.b.t. FoPA verder verslechterde. Hierbij werden specifiek de Foreign Agent Law in Rusland en camera’s met gezichtsherkenning in Servië genoemd. In Oekraïne was een klein lichtpuntje te zien: sinds 2015 heeft daar ieder jaar een Pride optocht kunnen plaatsvinden, die daarvoor steeds door de rechter verboden was. Deze bijeenkomst bood mij de gelegenheid om uit de eerste hand te vernemen hoe maatschappelijke organisaties tegen de situatie in hun landen aankijken. Het is tevens een uiting van steun aan het werk van mensenrechtenverdedigers en van het belang dat Nederland daaraan hecht.

Vooruitblik

Per 1 januari a.s. neemt Albanië het voorzitterschap over van Slowakije. De Raad nam het besluit de volgende Ministeriële Raad te houden in Tirana, op 3-4 december 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok