Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-V nr. 36

35 300 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2020

Nr. 36 MOTIE VAN HET LID VOORDEWIND

Voorgesteld 14 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Europese Hof uitgesproken heeft dat producten afkomstig van Israëlische bedrijven op de Westelijke Jordaanoever, de Golan of in Oost-Jeruzalem als zodanig geëtiketteerd moeten worden;

overwegende dat deze uitspraak gebaseerd is op EU-verordening 1169/2011 die dergelijke etikettering verplicht stelt voor alle landen en alle gebieden;

overwegende de onrechtvaardigheid indien deze verplichting alleen ten aanzien van Israël opgelegd zou worden en niet ten aanzien van andere landen die gebieden bezet houden, zoals bijvoorbeeld Turkije ten aanzien van de bezetting van delen van Cyprus;

verzoekt de regering, zich in Europees verband ervoor in te zetten een dergelijke etikettering alleen voor alle bezette gebieden te laten gelden, of niet,

en gaat over tot de orde van de dag.

Voordewind