Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-C nr. 5

35 300 C Vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2020

Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 januari 2020

Omdat de provincie Utrecht twee jaar achter elkaar de jaarstukken niet tijdig heeft ingediend heb ik besloten het financieel toezicht voor het jaar 2020 op de provincie Utrecht te verscherpen. Ik heb de provincie Utrecht hierover op 19 december middels bijgevoegde brief geïnformeerd1. Het verscherpte toezicht is gericht op het door de provincie Utrecht tijdig indienen van de jaarstukken 2019 (uiterlijk 15 juli 2020). Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken.

De provincie Utrecht heeft de jaarrekening 2017 én 2018 niet binnen de gestelde termijn ingediend. Hiervoor is de provinciefondsuitkering in beide gevallen opgeschort. Daarnaast heb ik de ambtelijke toezichtsgesprekken met provincie geïntensiveerd. Eind 2019 bleek dat de jaarrekening 2018 niet op korte termijn kon worden vastgesteld en dat er risico’s ontstonden voor een tijdige afronding van de jaarrekening 2019. Daarom ben ik overgegaan op het verscherpen van het toezicht op de provincie, met als doel het indienen door de provincie van de jaarrekening 2019 met accountantsverklaring binnen het reguliere tijdpad (voor 15 juli 2020) en uiteraard een zo snel mogelijke afronding van de jaarrekening 2018. Als onderdeel van het verscherpt toezicht zal de directeur-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen aanvullend aan de reeds lopende gesprekken periodiek overleg hebben met Gedeputeerde Financiën van de provincie Utrecht.

Het is aan de provincie Utrecht om er zelf voor te zorgen om hun jaarstukken tijdig in te dienen en de daarvoor benodigde maatregelen te nemen. In het eerste bestuurlijke gesprek op 21 januari jl. tussen de provincie en het Ministerie van BZK is gebleken dat de provincie daar volop mee bezig is. Er heeft externe inhuur plaatsgevonden en de provincie is in gesprek met betrokken accountants over een proces gericht op afronding voor 15 juli 2020. Provinciale staten van de provincie is opdrachtgever van de accountant en vergadert hierover op 29 januari 2020.

In de gesprekken tussen mijn ambtenaren en de provincie zal de komende periode de planning periodiek besproken worden. Na de zomer zal ik u informeren over de indiening van de jaarstukken.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl