Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-A nr. 88

35 300 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2020

Nr. 88 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 mei 2020

Zoals toegezegd in brief van 6 april 2020 (Kamerstuk 35 300 A, nr. 84) zou ik uw Kamer informeren over de uitkomsten van mijn gesprek medio april met regionale bestuurders (Fryslân, Flevoland en Overijssel) en betrokken marktpartijen over de marktbijdrage van 26,5 mln. aan het project verbreding sluiscomplex Kornwerderzand. Het overleg had als doel om duidelijkheid te krijgen over hoe marktpartijen deze bijdrage gaan leveren aan het project. Ik ben verheugd uw Kamer te melden dat we gezamenlijk een bestuurlijk en juridisch gedragen oplossing gevonden hebben.

In het gesprek is vastgesteld dat een tolwet en een marktbijdrageregeling zoals voorgesteld in de petitie niet tot de haalbare mogelijkheden behoort. Er is gezamenlijk gezocht naar alternatieve mogelijkheden, waarbij zoveel mogelijk rekening is gehouden met de wensen van de betrokken marktpartijen zoals het behouden van een «level playing field», zodat alle partijen die baat hebben bij de verbrede sluis gaan bijdragen.

De oplossing die gevonden is, ziet er als volgt uit:

  • Alle werven van superjachten in het IJsselmeergebied gaan met de provincie Fryslân een privaatrechtelijke overeenkomst aan waarin ze afspreken dat een bepaald percentage van de projectwaarde van de overmaatse schepen die gebouwd worden in hun werven wordt afgedragen aan een investeringsfonds. De provincie Fryslân krijgt uit dat fonds het bedrag terug wat ze heeft voorgefinancierd (in circa 10–15 jaar). Dit is dus volledig privaatrechtelijke oplossing. Om het «level playing field» te garanderen is een regionale ondersteunende ruimtelijk regeling nodig voor de IJsselmeerregio. Deze regeling moet bewerkstelligen dat bij nieuwe ontwikkelingen, bedrijven verplicht zijn om aan te sluiten bij de privaatrechtelijke overeenkomst.

  • Voor de «bovenmaatse» coasters en vissersschepen is het idee dat er per overgeslagen ton een opslag geheven wordt via de havengelden. De afdracht van de gelden vindt dan door de haven plaats aan het eerdergenoemde investeringsfonds. De regionale havenverordeningen van de havens in het IJsselmeergebied moeten hiervoor aangepast worden.

Een aantal externe deskundigen hebben meegedacht bij de ontwikkeling van dit voorstel en hebben aangegeven dat dit voorstel juridisch haalbaar is en ook mogelijk wordt als alle regionale besturen in de IJsselmeerregio meedoen. Er is de afgelopen weken ook contact geweest met de betreffende decentrale overheden in Noord-Holland over dit voorstel. Zij waren namelijk niet betrokken bij het «Bidbook verbreding sluis Kornwerderzand». Ik ben verheugd uw Kamer te melden dat de 3 betreffende Noord-Hollandse gemeenten aan het IJsselmeer zich ook achter dit plan geschaard hebben. De komende periode wordt deze oplossing door de marktpartijen en de regionale besturen nader uitgewerkt in regionale regelgeving. In het overleg heb ik aangegeven dat ik bereid ben om met hen mee te denken.

Door de duidelijkheid die nu gecreëerd is over de marktbijdrage, verwacht ik dat we zeer spoedig de afspraken die in juni 2019 gemaakt zijn kunnen vastleggen in een bestuursovereenkomst en er daarna gefaseerd gestart kan worden met de realisatie. Er zal worden gestart met de urgente onderdelen van het project zoals de realisatie van de bruggen. Deze dienen immers volgens het programma van vervanging en renovatie van Rijkswaterstaat uiterlijk al in 2025 te zijn vervangen. Nadat de marktbijdrageregeling is uitgewerkt, wordt gestart met de verruiming van de sluis. Deze fasering geeft de ruimte om nu al te kunnen starten en ook de zekerheid dat de marktbijdrage tijdig geïnd kan worden. Hiermee komt er een lang gekoesterde wens uit van de betrokken marktpartijen, de regio en ook Uw Kamer.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga