35 300 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

Nr. 75 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 december 2019

Tijdens afgelopen Algemene Financiële Beschouwingen heb ik uw Kamer twee toezeggingen gedaan die beide raken aan de Nederlandse staatsschuld.1 Ten eerste heb ik toegezegd om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de hoogte van de Nederlandse staatsschuld. Ten tweede heb ik toegezegd om terug te komen op wat de Studiegroep Begrotingsruimte op het gebied van de staatsschuld gaat doen en wanneer. Met deze brief zal ik u nader informeren over beide toezeggingen. Daarnaast informeer ik u langs deze weg ook graag over een ander onderwerp dat betrekking heeft op de 16e Studiegroep Begrotingsruimte, namelijk de invulling van de motie van het lid Bruins c.s.2

Voor de (kwalitatieve) analyse naar het gewenste niveau van de Nederlandse staatsschuld heb ik het Centraal Planbureau (CPB) gevraagd om hiernaar te kijken. Zij zullen in kaart brengen wat de effecten en risico’s zijn van zowel een te hoge als een te lage staatsschuld. Ook heb ik het CPB gevraagd de (huidige lage) rente mee te nemen in hun analyse. Deze analyse zal onderdeel uitmaken van de nieuwe houdbaarheidsstudie van het CPB, welke eind december gepubliceerd zal worden.

De Studiegroep Begrotingsruimte zal ten behoeve van een volgend kabinet voor de zomer van 2020 advies uitbrengen over zowel de begrotingsdoelstelling als de begrotingssystematiek. De Studiegroep zal hierbij aandacht besteden aan verschillende indicatoren voor solide overheidsfinanciën. Logischerwijs zal de hoogte van de staatsschuld hier onderdeel van uitmaken. De Studiegroep Begrotingsruimte is een ambtelijke werkgroep die over haar eigen (inhoudelijke) agenda gaat. Los van de agenda van de Studiegroep en de timing van haar advies, kan het politieke debat over de overheidsfinanciën in den brede en de staatsschuld in het bijzonder op elk moment worden gevoerd.

Tot slot wil ik u informeren over de opvolging van de motie Bruins c.s., waarin de regering verzocht wordt om de voorzitter van de 16e Studiegroep Begrotingsruimte te vragen om het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) lid te maken van de Studiegroep. Achtergrond van de motie is dat de initiatiefnemers graag zouden zien dat de Studiegroep meer aandacht besteedt aan het perspectief van brede welvaart. Ik heb dit verzoek overgebracht aan de voorzitter van de Studiegroep. De voorzitter van de Studiegroep heeft mij inmiddels in reactie laten weten dat de directeuren van het SCP en PBL als adviserend lid zullen deelnemen aan de Studiegroep. Een adviserende rol past het best bij de positie en expertise van beide Planbureaus.

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Handelingen II 2019/20, nr. 9, item 5.

X Noot
2

Kamerstuk 35 200, nr. 20.

Naar boven