Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035298 nr. 2

35 298 Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet en de Comptabiliteitswet 2016 in verband met het afschaffen van de decentrale rekenkamerfunctie en het uitbreiden van de bevoegdheden van de rekenkamers (Wet versterking decentrale rekenkamers)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het voor de versterking van het decentrale rekenkameronderzoek wenselijk is de rekenkamerfunctie voor gemeenten en provincies af te schaffen en de bevoegdheden van de rekenkamers uit te breiden met betrekking tot overheidsdeelnemingen en inkooprelaties die goederen en diensten leveren die betrekking hebben op de uitvoering van een publieke taak en daartoe de Gemeentewet, de Provinciewet en de Comptabiliteitswet 2016 te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 81a komt te luiden:

Artikel 81a

De raad stelt een rekenkamer in.

B

In artikel 81j, derde lid, wordt na «een ander orgaan van de gemeente» ingevoegd «, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren».

C

Hoofdstuk IVb vervalt.

D

In artikel 155b, eerste lid, vervalt «, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen».

E

In artikel 156, tweede lid, onderdeel a, vervalt «, of het bij verordening stellen van regels voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 81oa».

F

Aan artikel 182 worden een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij het uitvoeren van haar taken kan de rekenkamer gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles, onverminderd haar bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek.

G

Artikel 184 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt en naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, waarin de eerstgenoemde naamloze en besloten vennootschappen middellijk of onmiddellijk meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houden, over de jaren dat de gemeente het geplaatste aandelenkapitaal houdt;.

2. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente samen met andere gemeenten, een of meer provincies of de Staat meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente het geplaatste aandelenkapitaal houdt;.

3. Aan het eerste lid worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • d. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen waaraan de gemeente of een of meer derden voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten laste van de gemeentebegroting, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft;

  • e. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen die goederen en diensten leveren die betrekking hebben op de uitvoering van een publieke taak waarvan de betaling ten laste van de gemeentebegroting komt en waarbij de gemeente zich het recht heeft voorbehouden bij de betreffende rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon controles uit te voeren ten aanzien van de geleverde goederen of diensten, over de jaren waarin de betaling ten laste komt van de gemeentebegroting.

4. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De rekenkamer maakt bij het onderzoek ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instellingen zoveel mogelijk gebruik van door anderen verrichte controles.

5. In het vierde lid (nieuw) wordt «tweede lid» vervangen door «derde lid».

6. Na het vierde lid (nieuw) worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 5. Indien de rekenkamer voornemens is onderzoek in te stellen bij een in het eerste lid, onderdeel c genoemde instelling, stelt zij, onverminderd het vierde lid, de colleges van de andere deelnemende gemeenten, de gedeputeerde staten van de deelnemende provincies of Onze Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.

  • 6. Dit artikel is niet van toepassing op financiële ondernemingen en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

H

Artikel 185 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Voordat de rekenkamer een rapport, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, stelt zij in elk geval het onderzochte orgaan in de gelegenheid binnen redelijke termijn te reageren op haar bevindingen en voorlopige conclusies.

2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 3. Na de vaststelling van het rapport, deelt de rekenkamer aan de raad, aan het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. Mededelingen aan de raad, die gegevens of bevindingen bevatten die naar hun aard vertrouwelijk zijn, kan de rekenkamer ter vertrouwelijke kennisneming verstrekken.

3. Aan het vijfde lid (nieuw) wordt toegevoegd «Indien de rekenkamer een onderzoek heeft ingesteld bij een vennootschap als bedoeld in artikel 184, eerste lid, onderdeel c, zendt zij tevens een afschrift ter kennisneming van het rapport aan de colleges van de andere deelnemende gemeenten, de gedeputeerde staten van de deelnemende provincies of Onze Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat.».

I

In artikel 213a, derde lid, vervallen «of, indien geen rekenkamer is ingesteld, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen,» en «, onderscheidenlijk hen,».

ARTIKEL II

De Provinciewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 79a komt te luiden:

Artikel 79a

Provinciale staten stellen een rekenkamer in.

B

In artikel 79j, derde lid, wordt na «een ander orgaan van de provincie» ingevoegd «, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren».

C

Hoofdstuk IVB vervalt.

D

Aan artikel 183 worden een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij het uitvoeren van haar taken kan de rekenkamer gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles, onverminderd haar bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek.

E

Artikel 185, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de provincie meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt en naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarin de eerstgenoemde naamloze en besloten vennootschappen middellijk of onmiddellijk meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houden, over de jaren dat de provincie het geplaatste aandelenkapitaal houdt;.

2. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de provincie samen met andere provincies, een of meer gemeenten of de Staat meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de provincie het geplaatste aandelenkapitaal houdt;.

3. Aan het eerste lid worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • d. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen waaraan de provincie of een of meer derden voor rekening en risico van de provincie rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten laste van de provinciebegroting, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft;.

  • e. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen die goederen en diensten leveren die betrekking hebben op de uitvoering van een publieke taak waarvan de betaling ten laste van de provinciebegroting komt en waarbij de provincie zich het recht heeft voorbehouden bij de betreffende rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon controles uit te voeren ten aanzien van de geleverde goederen of diensten, over de jaren waarin de betaling ten laste komt van de provinciebegroting.

4. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De rekenkamer maakt bij het onderzoek ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instellingen zoveel mogelijk gebruik van door anderen verrichte controles.

5. In het vierde lid (nieuw) wordt «tweede lid» vervangen door «derde lid».

6. Na het vierde lid (nieuw) worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 5. Indien de rekenkamer voornemens is onderzoek in te stellen bij een in het eerste lid, onderdeel c, genoemde instelling, stelt zij, onverminderd het vierde lid, de gedeputeerde staten van de andere deelnemende provincies, de colleges van de deelnemende gemeenten of Onze Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.

  • 6. Dit artikel is niet van toepassing op financiële ondernemingen en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

F

Artikel 186 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Voordat de rekenkamer een rapport, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, stelt zij in elk geval het onderzochte orgaan in de gelegenheid binnen redelijke termijn te reageren op haar bevindingen en voorlopige conclusies.

2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 3. Na de vaststelling van het rapport, deelt de rekenkamer aan provinciale staten, aan gedeputeerde staten en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan provinciale staten of gedeputeerde staten kan zij ter zake voorstellen doen. Mededelingen aan de provinciale staten, die gegevens of bevindingen bevatten die naar hun aard vertrouwelijk zijn, kan de rekenkamer ter vertrouwelijke kennisneming verstrekken.

3. Aan het vijfde lid (nieuw) wordt toegevoegd «Indien de rekenkamer een onderzoek heeft ingesteld bij een vennootschap als bedoeld in artikel 185, eerste lid, onderdeel c, zendt zij tevens een afschrift van het rapport ter kennisneming aan de gedeputeerde staten van de andere deelnemende provincies, de colleges van de deelnemende gemeenten of Onze Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat.»

ARTIKEL III

De Comptabiliteitswet 2016 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 7.24 wordt de punt aan het slot van onderdeel e vervangen door een puntkomma en wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de Staat samen met een of meer gemeenten, een of meer provincies of een of meer gemeenten en een of meer provincies tezamen meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt.

B

In artikel 7.27 wordt «bedoeld in artikel 7.24, aanhef en onderdeel e» vervangen door «bedoeld in artikel 7.24, aanhef en onderdelen e en f».

C

In artikel 7.30 wordt onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde respectievelijk vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Indien de Algemene Rekenkamer een onderzoek heeft ingesteld ten aanzien van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap als bedoeld in artikel 7.24, aanhef en onderdeel f, zendt zij tevens een afschrift van het rapport ter kennisneming aan het betreffende gemeentebestuur of provinciebestuur.

D

Aan artikel 7.35 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Ten aanzien van de naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen, bedoeld in artikel 7.24, aanhef en onderdeel f, is artikel 7.34, eerste tot en met zevende lid, van overeenkomstige toepassing. Artikel 7.34, negende lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de Algemene Rekenkamer mede het betreffende gemeentebestuur of provinciebestuur inlicht.

ARTIKEL IV

  • 1. Indien in een gemeente op een datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet een verordening gold als bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, zoals dat luidde op die datum, behoudt deze verordening haar rechtskracht tot uiterlijk een jaar na die datum of bij eerdere intrekking van de verordening, tot de datum van intrekking.

  • 2. Artikel 81a en Hoofstuk IVb van de Gemeentewet, zoals deze luidden op de datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven in een gemeente waarin een in het eerste lid bedoelde verordening geldt van kracht voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie tot die verordening haar rechtskracht verliest.

ARTIKEL V

Deze wet wordt aangehaald als: Wet versterking decentrale rekenkamers.

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Minister van Financiën,