Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-202135293 nr. B

35 293 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met het niet meer opleggen van het alcoholslotprogramma in het bestuursrecht

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING1

Vastgesteld 16 februari 2021

Het voorbereidend onderzoek heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

1. Inleiding

De leden van de PVV-fractie hebben van het wetsvoorstel kennisgenomen. Zij hebben nog een vraag.

De fractieleden van de SGP hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben naar aanleiding daarvan nog een aantal vragen. De leden van de GroenLinks-fractie sluiten zich graag bij deze vragen aan.

2. Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

In een bericht van de Leeuwarder Courant op 22 januari 20212 valt de volgende passage te lezen:

«Einde verhaal voor het alcoholslot. Maar zeg nooit «nooit», want we hebben altijd Europa nog. Onderhandelaars van het Europees parlement kwamen in 2019 met een lumineus idee. Alle auto’s die vanaf 2022 op de Europese markt komen, moeten worden uitgerust met een reeks geavanceerde veiligheidsvoorzieningen. Waaronder... een alcoholslot.»

Kan de regering voor de leden van de PVV-fractie aangeven wat in Brussel de stand van zaken is inzake het door onderhandelaars geopperde idee om vanaf 2022 een alcoholslot toe te voegen aan geavanceerde veiligheidsvoorzieningen, alsmede op welke manier binnen Nederlandse wet- en regelgeving rekening wordt gehouden met eventuele Europese regelgeving inzake de toepassing van een alcoholslot? Graag ontvangen deze leden een gemotiveerd antwoord.

3. Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie

De leden van de SGP-fractie constateren op basis van analyses van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid dat er weinig maatregelen zo effectief zijn als het alcoholslot om rijden onder invloed daadwerkelijk tegen te gaan.3 Omdat de kosten van het alcoholslotprogramma voor rekening van de gebruiker kwamen, merkte de rechter de maatregel aan als straf en werd de maatregel als niet evenredig beschouwd. Deze leden horen graag welke positie het alcoholslot en/of het alcoholslotprogramma zou kunnen krijgen in het bestuursrecht als het Rijk de kosten voor zijn rekening zou nemen. Hoe kunnen de positieve mogelijkheden van het alcoholslot optimaal behouden worden met het oog op het bevorderen van de verkeersveiligheid?

De leden van de SGP-fractie horen graag of de regering de analyse deelt dat wanneer het alcoholverbod in combinatie met een alcoholmeter in het strafrecht opgenomen wordt, het verbod minder snel opgelegd zal worden dan een alcoholslotprogramma, omdat het dieper ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer. Wat betekent dit voor de uiteindelijke effectiviteit van een alcoholverbod in combinatie met een alcoholmeter als maatregel om rijden onder invloed tegen te gaan?

De vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving ziet met belangstelling uit naar de memorie van antwoord en ontvangt deze graag binnen vier weken na vaststelling van dit voorlopig verslag.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Meijer

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Dragstra


X Noot
1

Samenstelling:

Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Nooren (PvdA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Janssen (SP), Kluit (GL), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins-Modderaar (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF)