35 270 Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de herziening van het verlies van rechtspersoonlijkheid van het CIZ

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 12 september 2019

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

ALGEMEEN

De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennis genomen van het voorstel van de wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de herziening van het verlies van rechtspersoonlijkheid van het CIZ. De leden van de VVD-fractie hebben begrip voor de keuze van de regering en zien daarom geen aanleiding om vragen te stellen.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de herziening van het verlies van rechtspersoonlijkheid van het CIZ (hierna: de wijzigingswet). Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.

Allereerst vragen de leden van de D66-fractie of de regering meer duidelijkheid kan geven over de voor- en nadelen van het eventuele vervallen van de rechtspersoonlijkheid van het Centrum Indicatiestelling zorg (CIZ). Deze leden vernemen daarnaast graag een globale inschatting van de regering over de hoogte van eventuele transitiekosten en waarom er precies sprake zou zijn van structureel hogere personeelskosten. Kan de regering daarnaast ingaan op de adviezen omtrent CIZ zoals verwoord in het rapport «Herpositionering ZBO’s» en per deeladvies aangeven waarom de regering van mening is dat hier toch van afgeweken dient te worden.

De leden van de D66-fractie vragen wat een medewerker van het CIZ zou merken van een eventuele overgang naar de staat? Temeer nu de regering stelt dat het niet wenselijk wordt geacht dat de organisatie tijdens de invoer van deze grote nieuwe taken belast wordt met de overgang naar de Staat. Daarnaast vragen de leden waarom de regering deze wet «pas zo laat» (2 september j.l.) aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, nu het wetsvoorstel voor 1 januari 2020 in werking moet treden? En kan de regering daarbij ook ingaan op het feit dat het advies van de Raad van State, die geen opmerkingen had bij het voorstel, van 24 juli dateert?

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de herziening van het verlies van rechtspersoonlijkheid van het CIZ – 35 270.

Toen de Wet langdurige Zorg (Wlz) werd ingesteld is vastgelegd dat het CIZ haar rechtspersoonlijkheid zou verliezen. Deze leden constateren dat de regering van dit standpunt afziet. Dit vanwege transitiekosten, structureel hogere personeelskosten en extra belasting op de organisatie bij een transitie. Kan de regering een nadere onderbouwing geven wie of welke instantie de voor- en nadelen heeft onderzocht en kan uitgebreider toegelicht worden wat de voor- en nadelen zijn voor de keuze om de eigen rechtspersoonlijkheid van het CIZ niet op te heffen?

De leden van de SP-fractie betreuren het dat het CIZ niet als uitvoeringsorganisatie onderdeel wordt van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deelt de regering de mening dat juist hiermee de Minister van VWS meer invloed kan hebben en direct aanspreekbaar is op het functioneren van het CIZ, dan nu het geval is? Graag een toelichting.

De regering geeft aan dat er geen duidelijk inzicht is op de omvang van de incidentele transitiekosten, maar dat de inschatting is dat structurele personeelskosten zullen stijgen met € 5 miljoen per jaar indien de transitie wel door zou gaan. De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan onderbouwen hoe zij tot ongeveer € 5 miljoen per jaar aan hogere personeelskosten komen? Hangen deze kosten samen met de nieuwe taken of enkel de transitie zonder taakuitbreiding? Zou het onderbrengen van het CIZ onder het Ministerie van VWS juist niet kostenbesparend werken doordat bespaard kan worden op de uitvoeringskosten? Hoe kijkt de regering hiernaar?

Het CIZ wordt de komende jaren belast met nieuwe taken, zoals de wijziging van de Wlz om mensen met een psychische stoornis toegang te geven tot de Wlz, de wet zorg en dwang en de uitrol van de versnelde werkwijze bij de indicatiestelling. De leden van de SP-fractie vragen de regering of het juist gezien deze extra belangrijke taken, het niet verstandig is om het CIZ als onderdeel te laten opereren van het Ministerie van VWS, gezien het gaat om grote en belangrijke taken, waarbij het ministerie kan bijsturen indien het nodig is? De leden vragen om een toelichting op dit punt.

De voorzitter van de commissie, Lodders

De griffier van de commissie, Post

Naar boven