35 269 Wijziging van de Wet tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget in verband met het verhogen van de inkomensgrens van het kindgebonden budget voor paren

Nr. 9 AMENDEMENT VAN DE LEDEN OMTZIGT EN LODDERS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 81

Ontvangen 19 september 2019

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I wordt «vervalt artikel I, onderdeel B, onder 2, van die wet» vervangen door «wordt die wet als volgt gewijzigd:

1. Artikel I, onderdeel B, onder 2, vervalt.

2. Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IA

Van de erfbelasting, bedoeld in de Successiewet 1956, is vrijgesteld hetgeen wordt verkregen aan aanspraken op een kindgebonden budget als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op het kindgebonden budget over de berekeningsjaren 2013 tot en met 2017.

3. Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

a. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

b. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Artikel IA werkt terug tot en met 1 januari 2013 en geldt uitsluitend voor erfgenamen die vóór 1 september 2019 op grond van de Successiewet 1956 aangifte hebben gedaan.»

Toelichting

Dit amendement regelt dat aanspraken op nabetalingen van het kindgebonden budget over de jaren 2013 tot en met 2017 zijn vrijgesteld van erfbelasting. Deze vrijstelling werkt terug tot en met 1 januari 2013 en geldt uitsluitend voor erfgenamen die vóór 1 september 2019 op grond van de Successiewet 1956 aangifte hebben gedaan.

Hiermee wordt een onbedoeld onderscheid voorkomen. Als een partner overleden is die recht had, zou er wel erfbelasting verschuldigd zijn. Als de overlevende partner rechthebbend is, is er geen erfbelasting verschuldigd. Dit is duidelijk een onbedoeld effect.

De indieners achten het wenselijk dat deze vrijstelling vermeld wordt in de aankondigingsbrief, zodat onnodige vragen aan de belastingtelefoon voorkomen kunnen worden.

Omtzigt Lodders


X Noot
1

Vervanging in verband met wijziging van de toelichting.

Naar boven