Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035252 nr. 12

35 252 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met diverse maatregelen gericht op het versterken van de positie van mbo-studenten (Wet versterken positie mbo-studenten)

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID BISSCHOP

Ontvangen 3 maart 2020

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel R, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het voorgestelde artikel 8.1.5, tweede lid, onderdeel a, wordt toegevoegd «van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid,».

2. In het voorgestelde artikel 8.1.5, tweede lid wordt na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • aa. studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt,

3. In het voorgestelde artikel 8.1.5, derde lid wordt na onderdeel d een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • da. een onvoldoende studeerbare opleiding,

4. In het voorgestelde artikel 8.1.5a, eerste lid, wordt «onderdelen a of c» vervangen door «onderdelen a, aa, of c».

5. In het voorgestelde artikel 8.1.5a, derde lid, wordt «onderdelen a tot en met d» vervangen door «onderdelen a tot en met da».

II

Artikel II, onderdeel P, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het voorgestelde artikel 8.1.6a, tweede lid, onderdeel a, wordt toegevoegd «aan een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of lid zijn van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid,».

2. In het voorgestelde artikel 8.1.6a, tweede lid wordt na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • aa. studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt,

3. In het voorgestelde artikel 8.1.6a, derde lid wordt na onderdeel d een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • da. een onvoldoende studeerbare opleiding,

4. In het voorgestelde artikel 8.1.6b, eerste lid, wordt «onderdelen a of c» vervangen door «onderdelen a, aa of c».

5. In het voorgestelde artikel 8.1.6b, derde lid, wordt «onderdelen a tot en met d» vervangen door «onderdelen a tot en met da».

Toelichting

Ondergetekende vindt dat bij de keuze om in het middelbaar beroepsonderwijs een studentenfonds in te voeren zoveel mogelijk moet worden aangesloten bij de regeling voor het profileringsfonds in het hoger onderwijs. In vergelijkbare situaties is er geen reden om studenten in het middelbaar beroepsonderwijs anders te behandelen dan in het hoger onderwijs. Dit amendement voegt daarom de gronden uit het hoger onderwijs toe die ook op studenten in het middelbaar beroepsonderwijs van toepassing kunnen zijn.

Bisschop