Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035249 nr. 12

35 249 Wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid tot homologatie van een onderhands akkoord (Wet homologatie onderhands akkoord)

Nr. 12 AMENDEMENT VAN DE LEDEN NIJBOER EN VAN DER GRAAF

Ontvangen 19 maart 2020

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 374 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij de toepassing van deze afdeling kunnen aandeelhouders die meer dan 10% van de aandelen houden of betrokken zijn bij het bestuur van de vennootschap geen aanspraak maken op direct of indirect aan hen verschafte zekerheidsrechten.

Toelichting

De impliciete veronderstelling die ten grondslag ligt aan de WHOA is dat de aandeelhouder niet sowieso alle waarde naar zich toe kan trekken. Dat gebeurt wel indien de aandeelhouder tevens de belangrijkste schuldeiser is met zekerheden. De bewoordingen van het wetsvoorstel laten volgens de indiener te veel ruimte voor misbruik. Steeds vaker gebeurt het, vooral in Private Equity situaties, dat de aandeelhouder tevens de belangrijkste schuldeiser is, die tevens de meeste zekerheden heeft. Zo kan het gebeuren dat de aandeelhouder degene is die iets overhoudt uit het faillissement of de herstructurering, terwijl leveranciers, personeel en de Belastingdienst worden benadeeld. Dit is het geval geweest bij bijvoorbeeld V&D, McGregor en Intertoys. Dit amendement voorkomt onredelijke bevoordeling van zittende aandeelhouders onder de WHOA en ook dat de WHOA eenvoudig gebruikt kan worden om schuldeisers af te schrijven. Het amendement voorziet erin dat de aandeelhouder niet tevens als gesecureerd schuldeiser kan optreden in een reorganisatieprocedure. Voor zover de aandeelhouder zekerheidsrechten heeft, kan de aandeelhouder deze niet uitoefenen en er ook geen waarde onder opeisen. Het amendement dwingt daarmee de aandeelhouder zich te gedragen als aandeelhouder. Tevens is dit amendement meer in lijn met hetgeen internationaal gebruikelijk is, waar aandeelhouders veelal wettelijk geregeld een achtergestelde positie hebben en zodoende ook geen zekerheidsrechten kunnen uitoefenen, laat staan deze in te zetten in een reorganisatieprocedure. Met dit amendement wordt ook voorkomen dat Nederland internationaal wordt gebruikt voor reorganisatieprocedures om gebruik te maken van een regime dat bovenal goed is voor aandeelhouders.

Nijboer Van der Graaf