Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035249 nr. 11

35 249 Wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid tot homologatie van een onderhands akkoord (Wet homologatie onderhands akkoord)

Nr. 11 AMENDEMENT VAN HET LID NIJBOER C.S.

Ontvangen 19 maart 2020

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Na artikel 384, vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4a. Als ten gunste van een klasse van aandeelhouders wordt afgeweken van de rangorde bij verhaal op het vermogen van de schuldenaar, bedoeld in het vorige lid, onder a, dan is van een redelijke grond als bedoeld in diezelfde bepaling alleen sprake als:

    • a. aandeelhouders daarvoor een marktconforme tegenprestatie leveren bijvoorbeeld in de vorm van de verschaffing van nieuw kapitaal, of

    • b. het een aandeelhouder betreft van een kleine onderneming waarbij de aandeelhouder noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming en de totstandkoming van het akkoord. Een kleine onderneming in de zin van deze bepaling betreft een onderneming met maximaal 24 werknemers, een omzet van € 5 miljoen of een balanstotaal van € 4 miljoen.

Toelichting

Dit amendement regelt dat de rechtbank een verzoek tot homologatie van een akkoord zal weigeren indien een schuldeiser bezwaren ertegen heeft dat een aandeelhouder waarde behoudt in de vorm van alle of een gedeelte van de aandelen. In het wetsvoorstel bestaat daartoe nog algemeen de mogelijkheid indien er sprake van «een redelijke grond» en «de genoemde schuldeisers of aandeelhouders daardoor niet in hun belang worden geschaad». Een redelijke grond is snel gevonden, zo kan de aandeelhouders essentiële onderdelen van de bedrijfsvoering, zoals het intellectueel eigendom, elders onderbrengen, waardoor zonder medewerking van de aandeelhouder de onderneming niet levensvatbaar is. Het tweede criterium is ook al geen goede waarborg: de vergelijking wordt gemaakt met een faillissement, niet de situatie waarbij de beste uitkomst voor schuldeisers ten opzicht van aandeelhouders wordt bereikt. Slechts indien de aandeelhouder nieuwe waarde verschaft of werkelijk instrumenteel is bij kleine ondernemingen waarbij de ondernemer niet te scheiden is van de ondernemer, is er met dit amendement ruimte om aandeelhouders waarde te laten behouden zelfs als de schuldeisers daar niet mee instemmen en de rechter binnen een kader van andere waarborgen het akkoord oplegt.

Nijboer Van der Graaf Nispen