Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035236 nr. 10

35 236 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2019 (incidentele suppletoire begroting inzake Urgenda)

Nr. 10 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN SIENOT EN DIK-FABER TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 8

Voorgesteld 3 december 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Hoge Raad naar verwachting op 20 december uitspraak doet;

ervan uitgaande dat de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal van 13 september jongstleden zal volgen;

constaterende dat het vonnis dan in stand blijft;

ervan uitgaande dat er dan nog een opgave resteert om te kunnen voldoen aan het vonnis;

verzoekt de regering, om te inventariseren wat de resterende opgave is en hoeveel de al aangekondigde maatregelen nog zullen bijdragen;

verzoekt de regering tevens, kort na de uitspraak van de Hoge Raad op 20 december aan te geven met welk plan zij uitvoering zal geven aan het vonnis,

en gaat over tot de orde van de dag.

Sienot

Dik-Faber