Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935225 nr. 2

35 225 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het beslag- en executierecht in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet te herzien om het bestaansminimum van schuldenaren beter te borgen, beslaglegging en executie effectiever en efficiënter te maken en te voorkomen dat beslaglegging uitsluitend wordt ingezet als pressiemiddel;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 431a wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien de rechtsopvolger bij wet is bepaald of door een fusie als bedoeld in artikel 309 of een splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vaststaat, kan worden volstaan met het schriftelijk mededelen van de overgang van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging aan de schuldenaar mits deze hierdoor niet in zijn belang wordt geschaad.

B

In het eerste lid van artikel 435 komt «te gelijker tijd» te vervallen.

C

Artikel 438 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: In afwijking van de vorige zin worden geschillen die rijzen in verband met de executie van een door de kantonrechter afgegeven executoriale titel voor de kantonrechter gebracht die de executoriale titel heeft afgegeven.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad kan het geschil ook worden gebracht in kort geding voor de voorzieningenrechter van de volgens het eerste lid bevoegde rechtbank. In zaken die ten gronde door de kantonrechter worden behandeld en beslist, is ook de kantonrechter bevoegd tot het geven van deze voorziening. Daarbij is op de kantonrechter van toepassing hetgeen over de voorzieningenrechter is bepaald.

3. Onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot het vierde tot en met zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Onverminderd zijn overige bevoegdheden kan de voorzieningenrechter desgevorderd de tenuitvoerlegging schorsen voor een bepaalde tijd of totdat op het geschil zal zijn beslist, dan wel bepalen dat de tenuitvoerlegging slechts tegen zekerheidstelling mag plaatsvinden of worden voortgezet. Hij kan beslagen, al of niet tegen zekerheidsstelling, opheffen. Hij kan gedurende de tenuitvoerlegging herstel bevelen van verzuimde formaliteiten met bepaling van welke op het verzuim gevolgde formaliteiten opnieuw moeten worden verricht en te wiens laste de kosten daarvan zullen komen. Hij kan bepalen dat een in het geding geroepen derde de voortzetting van de tenuitvoerlegging moet gedogen dan wel zijn medewerking daaraan moet verlenen, al of niet tegen zekerheidsstelling door de executant.

D

Aan artikel 440 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het exploot van inbeslagneming van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, sub c, Wegenverkeerswet 1994 of een aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, sub d, Wegenverkeerswet 1994 zal onverwijld in het kentekenregister, bedoeld in artikel 42 Wegenverkeerswet 1994, worden ingeschreven. De deurwaarder zorgt ervoor dat deze inschrijving wordt beëindigd zodra het beslag is opgeheven of vervallen.

E

Aan artikel 441 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het is niet toegestaan zaken in beslag te nemen indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat de opbrengst die gerealiseerd kan worden door het verhaal op die zaken minder bedraagt dan de kosten van de beslaglegging en de daaruit voortvloeiende executie, tenzij de schuldeiser aannemelijk kan maken dat de schuldenaar door het beslag en de executie niet op onevenredig zware wijze in zijn belangen wordt getroffen.

F

Na artikel 441 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 442

  • 1. In afwijking van artikel 440, kan beslag op een in het kentekenregister geregistreerd motorrijtuig of aanhangwagen geschieden bij een proces-verbaal van een deurwaarder dat, behalve de gewone formaliteiten, op straffe van nietigheid inhoudt:

    • a. de vermelding van de voornaam, naam en woonplaats van de executant en de naam en woonplaats van de geëxecuteerde;

    • b. de vermelding van de titel uit hoofde waarvan het beslag wordt gelegd;

    • c. een omschrijving van het in beslag te nemen motorrijtuig of de in beslag te nemen aanhangwagen, alsmede het kenteken van het motorrijtuig of de aanhangwagen;

    • d. indien het beslag niet wordt gelegd door een deurwaarder ten kantore van wie woonplaats is gekozen overeenkomstig artikel 439, derde lid, een keuze van woonplaats ten kantore van de deurwaarder die het beslag legt, en

    • e. indien nodig, instructies inzake het afgeven van het motorrijtuig of de aanhangwagen aan de deurwaarder ten behoeve van de executie.

  • 2. Het proces-verbaal van inbeslagneming zal onverwijld in het kentekenregister, bedoeld in artikel 42 Wegenverkeerswet 1994, worden ingeschreven. De deurwaarder zorgt ervoor dat deze inschrijving wordt beëindigd zodra het beslag is opgeheven of vervallen.

  • 3. Een afschrift van het proces-verbaal zal niet later dan drie dagen na de inschrijving aan de schuldenaar worden betekend.

  • 4. In dit artikel wordt onder motorrijtuig verstaan een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, sub c, Wegenverkeerswet 1994, onder aanhangwagen een aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, sub d, Wegenverkeerswet 1994, onder het kentekenregister het kentekenregister bedoeld in artikel 1, sub i, Wegenverkeerswet 1994 en onder kenteken een kenteken als bedoeld in artikel 1, sub g Wegenverkeerswet 1994.

G

In het eerste lid van artikel 444 wordt na «ter inbeslagneming» ingevoegd «en al hetgeen hieruit voortvloeit».

H

Artikel 447 komt te luiden:

Artikel 447

  • 1. Op de volgende roerende zaken mag geen beslag worden gelegd:

    • a. zaken die behoren tot de inboedel, bedoeld in artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, van de door de schuldenaar bewoonde woning;

    • b. de kleding van de geëxecuteerde en van de tot zijn gezin behorende huisgenoten;

    • c. de in de woning aanwezige voorraad levensmiddelen;

    • d. zaken die de geëxecuteerde en de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs nodig hebben voor de persoonlijke verzorging en de algemene dagelijkse levensbehoeften;

    • e. de in de woonruimte aanwezige zaken die de geëxecuteerde en de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs nodig hebben voor de verwerving van de noodzakelijke middelen van bestaan, dan wel voor hun scholing of studie;

    • f. zaken van hoogstpersoonlijke aard;

    • g. gezelschapsdieren van de geëxecuteerde en van de tot zijn gezin behorende huisgenoten, alsmede de voor de verzorging van deze dieren noodzakelijke zaken.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is beslag wel toegestaan op de in het lid onder a tot en met f genoemde zaken die in de gegeven omstandigheden bovenmatig zijn. Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden bepaald welke zaken, hetzij afzonderlijk, hetzij door de aanwezigheid van andere, al dan niet gelijksoortige zaken, als bovenmatig zijn aan te merken. Daarbij kan voor bepaalde zaken of categorieën van zaken worden bepaald tot welke waarde bovenmatigheid niet wordt aangenomen.

  • 3. Indien beslag wordt gelegd op een bovenmatige zaak die de geëxecuteerde of de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs niet kan missen, stelt de deurwaarder de geëxecuteerde in de gelegenheid om de bovenmatige zaak te vervangen door een niet als bovenmatig aan te merken vergelijkbare zaak.

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan de in het eerste lid bedoelde roerende zaken worden aangewezen waarop geen beslag mag worden gelegd.

I

Artikel 448 komt te luiden:

Artikel 448

Een roerende zaak of gezelschapsdier als bedoeld in artikel 447, eerste lid, kan wel in beslag worden genomen voor vorderingen ter zake de verkoop, vervaardiging of het herstel van de zaak of de verkoop of verzorging van het gezelschapsdier aan de geëxecuteerde of de tot zijn gezin behorende huisgenoten.

J

Artikel 449 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij een verkoop via het internet als bedoeld in artikel 463, tweede lid, wordt in plaats van de dag, het uur en de plaats van de verkoop, aan de geëxecuteerde betekend via welke website en gedurende welke periode er kan worden geboden.

K

In artikel 461d wordt «en vervalt indien niet binnen drie dagen nadat het is gelegd» vervangen door «en vervalt indien niet binnen drie dagen nadat de derde zich erop heeft beroepen dat hij het beslag niet behoeft te dulden».

L

Artikel 463 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «binnen zijn ambtsgebied gelegen».

2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot het vierde en het vijfde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. De verkoop, bedoeld in het eerste lid, kan ook uitsluitend of gelijktijdig via het internet plaatsvinden via een algemeen toegankelijke website.

  • 3. De website waarop de verkoop plaatsvindt, is ingericht met passende technische maatregelen om de betrouwbaarheid en veiligheid te waarborgen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld.

M

In artikel 463a wordt na «de wijze van verkoop of over de dag, uur of plaats daarvan» ingevoegd «, dan wel, indien van toepassing, via welke website en gedurende welke periode er kan worden geboden».

N

Artikel 464 komt te luiden:

Artikel 464

De aankondiging van de verkoop geschiedt door bekendmaking op een of meer algemeen toegankelijke websites van de plaats, de dag en het uur van de verkoop, dan wel via welke website en gedurende welke periode er kan worden geboden. Bij de aankondiging wordt de aard van de zaken aangeduid zonder vermelding van nadere bijzonderheden.

O

Artikel 465 wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste lid van artikel 465 wordt «Het aanslaan der biljetten» vervangen door «De aankondiging van de verkoop» en wordt na «tenminste vier dagen vóór» ingevoegd «de aanvang van».

P

Artikel 466 vervalt.

Q

In artikel 467 wordt «het aanslaan der biljetten en van de bekendmaking van de verkoop» vervangen door «de wijze van aankondiging van de verkoop».

R

Artikel 469 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «gerede betaling» ingevoegd «of storting».

2. In het tweede lid wordt «de geboden koopsom wordt ter hand gesteld» vervangen door «de geboden koopsom ter hand wordt gesteld».

S

Artikel 474 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tweede zin wordt «woonplaatsen der kopers» vervangen door «woonplaatsen van de kopers».

2. Er wordt toegevoegd «Indien artikel 480, tweede lid, van toepassing is, maakt de deurwaarder aan de voet van zijn proces-verbaal aantekening van de namen van de schuldeisers die beslag hebben gelegd op goederen of de opbrengst van de tenuitvoerlegging en van de beperkt gerechtigden van wie het recht door de tenuitvoerlegging is vervallen.»

T

Artikel 475 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. indien het beslag wordt gelegd op de vordering tot betaling van de koopsom van een onroerende zaak, nadat de koop van de zaak is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, op de wijze die is voorgeschreven in artikel 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek: een vermelding dat in weerwil van het beslag de koopsom aan de notaris kan worden betaald.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid, onderdeel e, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. indien het beslag wordt gelegd op een vordering als bedoeld in artikel 475, eerste lid, die een natuurlijk persoon op een bank als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht heeft: een vermelding van het bedrag waarop op grond van artikel 475a, vijfde lid, geen beslag kan worden gelegd.

3. In het tweede lid vervalt «in tweevoud» en wordt aan het slot een zin toegevoegd, luidende: De deurwaarder en de derde-beslagene kunnen overeenkomen af te zien van het laten van dit formulier.

4. In het derde lid wordt «kunnen ook elektronisch worden gelaten» vervangen door «worden elektronisch gelaten».

5. In het vierde lid wordt «gegevens» vervangen door «gegeven».

U

Aan artikel 475a worden de volgende leden toegevoegd, luidende:

  • 4. Een beslag als bedoeld in artikel 475, eerste lid, op geldmiddelen die een natuurlijk persoon aanhoudt bij een bank strekt zich gedurende een kalendermaand niet uit tot een bedrag van:

    • a. € 1.486,37 voor een alleenstaande;

    • b. € 1.623,45 voor een alleenstaande ouder;

    • c. € 1.956,90 voor gehuwden zonder kinderen;

    • d. € 2.093,48 voor gehuwden met een of meer kinderen.

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de uitvoering van dit beslag.

  • 5. Indien de geëxecuteerde op grond van de basisregistratie personen geen adres in Nederland heeft en hij onvoldoende middelen van bestaan heeft, kan de schuldenaar de kantonrechter verzoeken lid 4 van toepassing te verklaren.

  • 6. In dit artikel en in artikel 475aa worden onder geldmiddelen verstaan geldmiddelen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en onder bank wordt verstaan een bank als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht.

  • 7. In dit artikel wordt verstaan onder:

    alleenstaande:

    alleenstaande als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;

    alleenstaande ouder:

    alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet;

    gehuwd:

    gehuwd als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet;

    kind:

    ten laste komend kind als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet.

  • 8. Op ingevolge artikel 642c in de consignatiekas gestorte bedragen mag geen beslag worden gelegd.

V

Er wordt na artikel 475a een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 475aa

Indien de deurwaarder gerechtigd is tegen de schuldenaar beslag te leggen, is:

  • a. een schuldenaar verplicht aan een deurwaarder desgevraagd op te geven welke bank geldmiddelen van hem onder zich heeft; en

  • b. de deurwaarder bevoegd ten behoeve van het leggen van een beslag

aan een bank te vragen of deze geldmiddelen van die schuldenaar onder zich heeft. De bank beantwoordt deze vraag onverwijld en stelt de schuldenaar pas in kennis hierover als er beslag is gelegd.

W

Artikel 476a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Zodra vier weken zijn verstreken na het leggen van het beslag» vervangen door «Zodra twee weken zijn verstreken na het leggen van het beslag» en wordt na «die door het beslag zijn getroffen.» een zin ingevoegd, luidende: Indien de geëxecuteerde de derde dit binnen twee weken na het leggen van het beslag schriftelijk verzoekt, wordt de verklaring gedaan zodra vier weken zijn verstreken na het leggen van het beslag.

2. Er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven aangaande de kosten die door de derde-beslagene kunnen worden gerekend voor het doen van de verklaring en de afwikkeling van het beslag.

X

Artikel 476b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «of tot de advocaat die voor de beslaglegger optreedt, zo deze in het exploot is vermeld».

2. In het derde lid vervalt «of advocaat».

Y

In de laatste zin van artikel 496, derde lid, wordt «de in de derde zin van het vorige lid» vervangen door «de in de vierde zin van het vorige lid».

Z

Artikel 555 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt na «aan de executoriale titel te voldoen» ingevoegd «, alsmede een vermelding van de datum van ontruiming».

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Indien de gedwongen ontruiming niet plaatsvindt op de datum aangegeven in het exploot, dient de nieuwe datum ten minste drie dagen voor de ontruiming te worden aangezegd aan de schuldenaar.

AA

Aan artikel 564, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Artikel 444 is van overeenkomstige toepassing.

BB

In het eerste lid van artikel 702 wordt na «met overeenkomstige toepassing van» ingevoegd «artikel 441, derde lid, en van».

CC

In artikel 712 wordt «443–445» vervangen door «442–445».

DD

In artikel 720 wordt «475a tot en met 475i» vervangen door «475a, 475b tot en met 475i».

EE

In artikel 479b en artikel 585 wordt «krachtens artikel 85, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door «krachtens artikel 84, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek».

FF

In artikel 330 wordt «mits daarbij in achtnemende de verpligtingen aan hen bij de wet opgelegd» vervangen door «mits zij daarbij de verplichtingen in acht nemen die bij wet aan hen zijn opgelegd».

GG

In artikel 331, eerste lid, wordt «geregtshof» vervangen door «gerechtshof», «regtsgedingen» door «rechtsgedingen» en «regtsgeding in eersten aanleg» door «rechtsgeding in eerste aanleg».

HH

In artikel 729b, tweede lid, wordt «van den schuldeischer» vervangen door «van de schuldeiser» en in het derde lid wordt «den aard der te stellen zekerheid» vervangen door «de aard van de te stellen zekerheid».

II

In het opschrift van de vijfde titel van het Tweede Boek wordt «deszelfs tenuitvoerlegging» vervangen door «de tenuitvoerlegging van lijfsdwang».

JJ

In het opschrift van de afdelingen van de Zevende titel van het Eerste Boek en van de derde afdeling van de Vijfde titel van het Tweede Boek wordt «afdeeling» vervangen door «afdeling».

KK

In het opschrift van het Derde Boek wordt «regtspleging» vervangen door «rechtspleging».

ARTIKEL II

Artikel 21, onderdeel 1°. van de Faillissementswet komt te luiden:

  • 1°. de niet-bovenmatige roerende zaken en gezelschapsdieren vermeld in artikel 447 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, tenzij in het faillissement schuldeisers opkomen wegens vorderingen vermeld in artikel 448 van genoemd Wetboek, alsmede het auteursrecht in de gevallen waarin het niet vatbaar is voor beslag;

ARTIKEL III

Onze Minister voor Rechtsbescherming zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL IV

Op beslagen die zijn gelegd voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven het Tweede en het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing, zoals deze voor de datum van inwerkingtreding van deze wet golden.

ARTIKEL V

1. Indien artikel I, onderdelen B, C en G, van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet later in werking treedt dan artikel I, onderdeel U van deze wet:

a. wordt in artikel I, onderdeel B, van die wet «onder vernummering van het derde tot het vierde lid» vervangen door «onder vernummering van het derde tot en met het achtste lid tot het vierde tot en met het negende lid»;

b. wordt in artikel I, onderdeel C, van die wet in artikel 475ab «In de artikelen 475d» vervangen door «In de artikelen 475a, 475d»;

c. wordt artikel 475a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als volgt gewijzigd:

i. Het vijfde tot en met het achtste lid komen als volgt te luiden:

  • 5. Een beslag als bedoeld in artikel 475, eerste lid, op geldmiddelen die een natuurlijk persoon aanhoudt bij een bank strekt zich gedurende een kalendermaand niet uit tot de bedragen genoemd in het eerste lid van artikel 475da. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de uitvoering van dit beslag.

  • 6. Indien de geëxecuteerde op grond van de basisregistratie personen geen woonadres in Nederland heeft en hij onvoldoende andere middelen van bestaan heeft, kan de geëxecuteerde de kantonrechter verzoeken lid 5 van toepassing te verklaren.

  • 7. In dit artikel en in artikel 475aa worden onder geldmiddelen verstaan geldmiddelen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en onder bank wordt verstaan een bank als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht.

  • 8. Op ingevolge artikel 642c in de consignatiekas gestorte bedragen mag geen beslag worden gelegd.

ii. Het negende lid komt te vervallen.

2. Indien artikel I, onderdelen B, C en G, van Wet vereenvoudiging beslagvrije voet eerder in werking treedt dan artikel I, onderdeel U van deze wet:

a. wordt in artikel I, onderdeel C, van die wet in artikel 475ab «In de artikelen 475d» vervangen door «In de artikelen 475a, 475d»;

b. komt artikel I, onderdeel U van deze wet te luiden:

U

Aan artikel 475a worden de volgende leden toegevoegd, luidende:

  • 5. Een beslag als bedoeld in artikel 475, eerste lid, op geldmiddelen die een natuurlijk persoon aanhoudt bij een bank strekt zich gedurende een kalendermaand niet uit tot de bedragen genoemd in het eerste lid van artikel 475da. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de uitvoering van dit beslag.

  • 6. Indien de schuldenaar op grond van de basisregistratie personen geen woonadres in Nederland heeft en hij onvoldoende andere middelen van bestaan heeft, kan de schuldenaar de kantonrechter verzoeken lid 5 van toepassing te verklaren.

  • 7. In dit artikel en in artikel 475aa worden onder geldmiddelen verstaan geldmiddelen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en onder bank wordt verstaan een bank als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht.

  • 8. Op ingevolge artikel 642c in de consignatiekas gestorte bedragen mag geen beslag worden gelegd.

ARTIKEL VI

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister voor Rechtsbescherming,